The House by the Cemetery – Quella villa accanto al cimitero (1981)

Regie: Lucio Fulci | 82 minuten | horror | Acteurs: Catriona MacColl, Paolo Malco, Ania Pieroni, Giovanni Frezza, Silvia Collatina, Dagmar Lassander, Giovanni De Nava, Daniela Doria, Gianpolo Saccarola, Carlo de Mejo, Kenneth A. Olsen, Elmer Johnson, Ranieri Ferrara, Teresa Rossi Passante

Deze ‘The House by the Cemetery’ is van Lucio Fulci. En de kenners van zijn werk weten wat ze van hem kunnen verwachten. Keiharde en expliciet in beeld gebrachte horror, bij voorkeur met de camera er pal bovenop en als het even kan nog in slow-motion ook. Het vermelden van titels als ‘Zombi 2′, ‘The Beyond’ en ‘City of the Living Dead’ zullen bij menig hardcore horrorjunk de nodige positieve herinneringen doen opborrelen aangaande de diverse bloederige en ranzige taferelen die Fulci ze in deze films heeft voorgeschoteld.

En ook nu maakt Fulci zijn reputatie waar. Hoewel hij als verhalenverteller hier niet bepaald weet uit te blinken, iets dat bij andere films van zijn hand ook het geval is. Het echtpaar Norman en Lucy Boyle gaat met hun zoontje Bob naar een landhuis. Daar blijkt een zombie in de kelder te zitten die iedereen op zijn pad afmaakt om zelf in leven te kunnen blijven. Dan lopen er wat vreemde en vage personages tussendoor en komen er wat geestverschijningen op de proppen om zoontje Bob de nodige waarschuwingen te geven aangaande het op handen zijnde onheil. Het komt nogal simpeltjes over en lijkt door Fulci vooral zo opgezet te zijn om zonder al teveel verdere beslommeringen van start te kunnen gaan met de nodige gewenste duistere ontwikkelingen.

Blijkbaar ter compensatie van de ietwat schamele uitgangspunten gooit Fulci er nog wat vage zaken tegenaan die zijn verhaal wat intrigerender moeten maken. Maar de manier waarop diverse elementen in Fulci’s verhaal worden uitgewerkt komt nogal twijfelachtig over. Het verhaal lijkt meerdere kanten op te gaan, verschillende scènes komen onlogisch en overbodig over, en ook het al dan niet nalatig handelen van verschillende personages doet wel wat wenkbrauwen fronsen. De scène waarin het hoofd van de etalagepop eraf valt? Wie is de babysitter eigenlijk? Waarom vertrouwt Lucy Bob zomaar aan haar toe? En waarom laat ze haar ondanks haar vreemde gedrag zomaar aanblijven? Is Norman nu eerder in de stad geweest of was het een dubbelganger van hem? En waarom wordt dat zo uitdrukkelijk naar voren gebracht? De zombie moet slachtoffers maken ‘to renew his cells’, maar hoe gaat dat dan wel in zijn werk? Als de zombie in het huis al jarenlang slachtoffers maakt waarom is het huis dan nooit eens door de politie doorzocht? Het aantal door de zombie gemaakte slachtoffers zou toch onderhand de spuigaten uit moeten lopen en de nodige achterdocht bij de autoriteiten gewekt moeten hebben… Fulci roept bij de vormgeving van zijn verhaal de nodige vragen op, maar antwoorden blijven bij deze en andere zaken achterwege. De inbreng ervan schiet daarmee zijn doel voorbij en het voornaamste resultaat is niet zozeer dat Fulci’s verhaal interessanter wordt, maar dat zijn beperkingen als verhalenverteller ook door deze film bevestigd worden.

Ook speelt het verhaal zich soms af in een traag tempo en is er op de editing van de filmbeelden her en der ook wel wat aan te merken. Hetzelfde geldt voor de Engelstalige dubbing die bij deze ‘Quella villa accanto al cimitero’ niet bijster uitblinkt. Vooral de dubbing van het stemgeluid van zoontje Bob zal bij diverse kijkers voor kromme tenen kunnen zorgen. Al met al een film dus waarop nogal wat aan te merken is. De vraag die maar al te snel zal ontstaan is of het de kijker, en met name de horrorfan, dan ook wel genoeg te bieden heeft.

En dat is inderdaad het geval. Fulci heeft een aantal elementen in zijn film op traditionele en gewaardeerde wijze vormgegeven. Wederom een afgelegen locatie, een groot kwaadaardig uitziend landhuis naast een begraafplaats, claustrofobische ruimtes, een geheime en bedompte kelder van waaruit het toekomstig onheil al bijna tastbaar uitwaaiert… De plek waar alle ellende zich afspeelt is, weliswaar herkenbaar genoeg, in elk geval geslaagd vormgegeven. Daarbij valt op dat Fulci, ondanks de voornoemde beperkingen binnen het verhaal, herhaaldelijk een effectieve spanningsopbouw weet te creëren. Het graf dat zich in de gang van het landhuis blijkt te bevinden, enge en krakende geluiden in het verder zo stille huis, de cameravoering waarmee de dreiging van de in de kelder huizende zombie duidelijk voelbaar wordt, de onrust en angstgevoelens die de hoofdpersonen langzaam bekruipt… Fulci weet met vrij beperkte middelen en ook zonder ranzige taferelen, herhaaldelijk een geslaagd duister sfeertje op te roepen die de nodige gewenste spanning oproept. En hoewel de soundtrack in deze film binnen de als onlogische en overbodig overkomende scènes nogal overtrokken overkomt blijkt het op andere momenten een geslaagde keuze te zijn geweest ter ondersteuning daarvan.

En dan de scènes die voor de meeste horrorfans de reden zullen zijn om er eens goed voor te gaan zitten: de expliciete bloederige taferelen waarmee Fulci zijn faam verkregen heeft. En waarmee hij ook in deze ‘The House by the Cemetery’ zijn naam eer aandoet. De in de kelder huizende zombie ziet er eng en dreigend uit, en zijn tergend langzaam dreigende nadering, ook vanuit het gezichtspunt van de zombie zelf, zijn al een veelbelovende voorbode van wat de gevolgen van zijn daaropvolgend handelen zullen zijn. En de hardcore horrorjunk wordt niet teleurgesteld: afgehakte lichaamsdelen die overal in de kelder verspreid liggen, doorgesneden en opengescheurde kelen, een onthoofding, een mes dat door een hoofd gestoken wordt en andere toegebrachte steekwonden, krioelende maden die uit steekwonden tevoorschijn komen, een aanval door een vleermuis met de nodige indringende gevolgen…. Fulci brengt het allemaal expliciet, in slow-motion en vanuit verschillende camerahoeken in beeld. Ook het bloed spuit welig in de rondte en de horrorfan kan er zijn lol dus weer mee op. En hoewel de ranzige taferelen minder vaak voorkomen dan in andere van Fulci’s films, komen de speciale effecten wederom geslaagd over. En daarmee wordt ook op dit terrein Fulci’s reputatie in positieve zin bevestigd.

En voor de fans van Fulci zullen de pluspunten van deze film waarschijnlijk ook het enige zijn dat telt. De minpunten zullen door hen al bij voorbaat voor lief worden genomen. Bij de meer gematigde horrorfan zullen ze meer in het oog springen. En hoewel deze film daarmee niet Fulci’s beste productie is, is het er een die zijn naam overduidelijk eer aandoet en de ware horrorfan meer dan genoeg te bieden heeft.

Frans Buitendijk