The House That Jack Built (2018)

Recensie The House that Jack Built CinemagazineRegie: Lars von Trier | 155 minuten | drama, horror | Acteurs: Matt Dillon, Bruno Ganz, Uma Thurman, Siobhan Fallon Hogan, Sofie Gråbøl, Riley Keough, Jeremy Davies, Ed Speleers, David Bailie, Ji-tae Yu, Christian Arnold, Cohen Day, Rocco Day, Jerker Fahlström, Osy Ikhile, Marijana Jankovic, Johannes Kuhnke, Alice Nordmark, Ola Normelli

De nieuwe film van Lars von Trier begint veelbelovend, met Matt Dillon en Uma Thurman in een Amerikaanse setting. Dillon is Jack, en Thurman krijgt een lift van hem. ‘You might as well be a serial killer’, zegt de naamloze dame tegen Jack. ‘Sorry, you just look like one’. Het acteren van Thurman doet zoals vaker gekunsteld aan, en Dillon doet op dat moment niet aan een seriemoordenaar denken, eerder aan een ingeslapen plattelander. We zijn er zeker te weinig tegen gekomen in het echte leven, want de camera zoomt direct dreigend in op de krik in de kofferbak.

Onwaarschijnlijker wordt het wanneer het Thurman-personage Jack vraagt haar terug te rijden. Tijdens die terugrit ontvouwt zij een betoog over de grote vrijheid die seriemoordenaars genieten in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Is zij een journaliste, heeft zij een fetisj, of wil Von Trier de kijker slechts ontregelen? Het laatste zeker, en als er goed wordt geacteerd is dat geen straf. ‘The House That Jack Built’ gaat verder waar ‘Nymphomaniac’ ophield. Jack begint over de schoonheid van de Franse kathedralen, en de gelijkenis met de perfecte moord. En boem, we zijn vertrokken.

Nou ja, Jack blijft bij ons, laten we het daar bij houden. Het beeldessay over de kathedralen is dan net begonnen en gaat gewoon door. Dat vinden wij spannend. Von Trier kan veel verweten worden, niet dat hij half werk levert, en ‘THTJB’ is geen vegetarische salade. De gemiddelde kijker zal zeker niet opveren bij het doodschieten van een heel gezin als jachtvee met ‘De vier jaargetijden’ van Vivaldi als achtergrondmuziek. Wij denken aan het onderzoeken van de grenzen van de kunstenaar, en waar dat de criminaliteit raakt, maar zijn niet zomaar overtuigd van de samenhang van het basismateriaal.

Von Trier verhaalt onder meer over de architectuur als obsessief-compulsief, filosofische achtergrond om de handelingen van de seriemoordenaar te duiden. Ongetwijfeld verwijst hij naar ‘Henry: Portrait of a Serial Killer’ (1986), waarin eveneens sprake is van een onderzoek naar grenzeloosheid; Jack kan bijvoorbeeld tegen een politieman roepen dat hij zestig mensen heeft vermoord, waarbij de diender in kwestie slechts antwoordt: ‘heeft u gedronken?’. En prooi van de dag Simple (Riley Keough) laat zich de charmes van Jack aanleunen, terwijl deze American Psycho de contouren van de verminkingen al op haar borsten heeft gemarkeerd.

Fascinerend? Ja. Zelfs de voice-over van de overtuigende Dillon irriteert niet. Ook niet wanneer dit ontaardt in lange discussies met een mysterieuze gesprekspartner (Bruno Ganz). Wij houden wel van de methode Von Trier, die je een richting uitstuurt waar je niet zelf naar op zoek zou gaan. Is dat niet de taak van de kunstenaar? Die moet in onze ogen een koele verleider zijn, met perfectie als doel. Wij zien het verband met de seriemoordenaar. De romantische kunstenaar probeert de grens tussen geest en materie op te heffen. Als hij niet achter zijn werk wil of kan verdwijnen, maar zijn eigen ego centraal stelt, ontspoort hij. Zo lang het film blijft, vinden wij dat goed.

Jan-Kees Verschuure

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 10 januari 2019