The Indian Runner (1991)

Regie: Sean Penn | 127 minuten | drama | Acteurs: David Morse, Viggo Mortensen, Valeria Golino, Patricia Arquette, Charles Bronson, Sandy Dennis, Dennis Hopper, Jordan Rhodes, Enzo Rossi, Harry Crews, Eileen Ryan, Benicio del Toro, Trevor Endicott, Brandon Fleck, Kathy Jensen, James Devney

Aan het begin van de jaren negentig speelde Sean Penn met het idee het acteren voor gezien te houden en zijn carrière áchter de schermen te vervolgen. De eerste film die hij regisseerde – en waarvoor hij tevens het script schreef – was ‘The Indian Runner’ uit 1991. Penn baseerde het verhaal voor de film op het nummer ‘Highway Patrolman’ van Bruce Springsteen, waarin de namen van de personages en hun situatie letterlijk worden benoemd. Boze tongen beweren echter dat Penn – die berucht was vanwege zijn agressieve uitspattingen en menig persfotograaf de schrik op het lijf heeft gejaagd – in het verhaal zijn eigen persoonlijke strijd verwerkt heeft. Hij is zowel een agressief, onrustig heethoofd in zich als een verstandige en uiterst talentvolle vakman. Beide kanten van Penns karakter worden vertegenwoordigd in de film, in de persoon van de totaal verschillende broers Joe en Frank Roberts.

‘The Indian Runner’ speelt zich af in het Nebraska van 1968 en vertelt het relaas van de twee broers – de een kalm en verstandig, de ander wild en agressief – wiens karakters steeds meer botsen naarmate ze de middelbare leeftijd naderen. David Morse speelt de rustige Joe Roberts, een deputy sheriff in een rustig stadje in Nebraska. Zijn leven staat op zijn kop als zijn oudere broer Frank (Viggo Mortensen) plots op de stoep staat. Hij is een tijd in Vietnam geweest en na zijn terugkeer in de Verenigde Staten direct (weer) in aanraking gekomen met de politie. Hij hoopt dat zijn broer hem wil helpen weer op het juiste pad te komen. Joe’s vrouw Maria (Valeria Golino) reageert skeptisch, maar Joe zelf strijkt zijn hand over zijn hart – het blijft tenslotte zijn broer. En Frank lijkt écht veranderd te zijn en een nieuw leven te willen beginnen met zijn vriendin Dorothy (Patricia Arquette) en hun nog ongeboren kindje. Echter, het duurt niet lang of Frank vervalt in zijn oude gewoonte en de mensen om hem heen zien lijdzaam toe hoe – zijn goede beloftes ten spijt – de agressie in hem weer de overhand neemt.

Het is een groot voordeel dat Penn zelf ook acteur is, want in ‘The Indian Runner’ weet hij precies hoe hij het beste in zijn spelers naar boven kan halen. En dat is belangrijk in een film als deze, een pure karakterstudie. David Morse heeft misschien de taak om de minst interessante van de twee broers gestalte te geven, maar dat doet hij uitstekend. Hij is misschien wel een van de meest ondergewaardeerde acteurs van zijn generatie, maar levert altijd uitstekend werk af. Dan Viggo Mortensen. Wie de Amerikaanse Deen vooral kent van zijn rol in de ‘Lord of the Rings’-trilogie – wat op zich een prachtige film is maar waarin het acteerwerk van weinig passie getuigt – zal hem nauwelijks herkennen. Mortensens personage is intens en onvoorspelbaar, wat een mooi contrast oplevert met de kalme en verstandige Morse. Een contrast dat gelijk het belangrijkste conflict in het verhaal oplevert en door Penn – die de film opdroeg aan zijn grote voorbeeld, regisseur John Cassavetes, wiens stijl van filmen hier en daar terug te zien is in ‘The Indian Runner – op een oprechte, sobere en meeslepende manier wordt uitgewerkt.

In de bijrollen valt met name Charles Bronson op, in een voor hem onalledaagse rol. Hij speelt de vader van de twee broers, een man die in zichzelf gekeerd en zwaar depressief is. Zelden speelde Bronson zo’n ingetogen rol, en dat is jammer want hij doet het uitstekend. Ook Sandy Dennis – in haar laatste rol – is subliem als de wat slonzige en zieke moeder Roberts. Ook Valeria Golino als Joe’s Mexicaanse vrouw Maria en Patricia Arquette als de bij vlagen hysterische vriendin van Frank zijn degelijk. Let ook op de opvallende bijrollen van Dennis Hopper (als dubieuze barkeeper), Penns eigen moeder Eileen Ryan en een jonge Benicio del Toro. De film is sober aangekleed, zoals dat het beste past bij een film als deze. De acteurs doen in principe al het werk, aangevuld met wat symbolische verwijzingen naar de indianencultuur (waarvan de bedoeling overigens niet altijd even duidelijk is). De muzikale omlijsting, met veel muziek van eind jaren zestig, is goed maar soms wat te overheersend.

Voor een beginnend regisseur heeft Penn met ‘The Indian Runner’ een uitstekende film afgeleverd. Hij weerstaat de verleiding om banale verklaringen te geven voor Franks agressieve gedrag. Hij is er duidelijk van overtuigd dat zijn publiek intelligent genoeg is om voor zichzelf de antwoorden op die vraag te geven. Natuurlijk maakt elke beginner fouten. Penn is in al zijn enthousiasme wellicht vergeten te knippen in enkele scènes die té lang doorgaan. De film had best een half uur tot drie kwartier korter gekund. Maar het is niet zo dat dat foutje bepalend is voor de waardering van de film als geheel. Het is jammer dat dit kleine meesterwerkje weinig publiek trok in de bioscopen, want ‘The Indian Runner’ is veel meer aandacht waard. Gelukkig maar dat Sean Penn op zijn besluit om te stoppen met acteren terugkwam, want in de jaren negentig en daarna leverde hij zijn beste rollen af, onder meer in ‘Carlito’s Way’, ’21 Grams’ en ‘Mystic River’. Maar het is ook een geluk dat hij zijn regie-aspiraties zo af en toe weer eens uit de kast haalt. Want een regisseur met geweldige films als ‘The Crossing Guard’ en ‘The Pledge’ op zijn naam heeft zijn vakmanschap duidelijk bewezen.

Patricia Smagge