The Insider (1999)

Regie: Michael Mann | 157 minuten | drama, thriller | Acteurs: Al Pacino, Russell Crowe, Christopher Plummer, Diane Venora, Philip Baker Hall, Lindsay Crouse, Debi Mazar, Stephen Tobolowsky, Colm Feore, Bruce McGill, Gina Gershon, Michael Gambon    

Waar vind je nog grote acteurs die zich ondergeschikt maken aan de film als geheel; ‘The Insider’ van Michael Mann is een voorbeeld. Al Pacino en Russell Crowe vullen elkaar mooi aan, maar het is met toneelspelers maar de vraag of ijdelheid niet de overhand krijgt. Niet met deze twee dus. ‘The Insider’ is een volwassen film, als menselijk drama en niet in het minst als thriller; dat laatste kun je aan Mann (‘Miami Vice’; ‘Heat’) wel overlaten. Schietpartijen heeft hij echter niet nodig.

‘The Insider’ gaat over witteboordencriminaliteit, hoe groot de macht daarvan is en hoe subtiel de grens van laakbaar handelen wordt getart. Wapens voldoen niet om daar tegen te strijden; het is het vrije woord en de kennis van een individu die het hem doen. Logisch dus, dat daar psychologische oorlogsvoering bij komt kijken, door Mann met een tergende precisie in beeld gebracht. Logisch is ook dat een journalist en een wetenschapper elkaar vinden. Maar ‘The Insider’ gaat nog een laagje dieper: de niet voor de hand liggende persoonlijke connectie tussen de straatwijze tv-producent en de lispelende academicus overstijgt hun zakelijke. Ruwe bolster, blanke pit Bergman ontfermt zich over het lot van de introverte twijfelaar Wigand omdat hij zich net als hem laat leiden door het geweten.
Het zou gemakkelijk tot clichés kunnen leiden, maar regisseur en acteurs houden zich in. Zij maken liever een ingetogen film over moreel handelen dan zich te vergrijpen aan heldendom of moralisme, een hele prestatie in de door sentimenten verzadigde filmwereld en eens te meer het bewijs dat een goed gedocumenteerd verhaal met de ‘waarheid’ als wankele basis nog een kans krijgt in Hollywood – grootste lastpak voor de makers was misschien wel de échte Jeffrey Wigand; hij eiste namelijk dat er in de film niet gerookt mocht worden.

Zeker, het duurt lang voor duidelijk wordt waar Wigand nu eigenlijk mee naar buiten wil komen; de studieuze Russell Crowe weet de aandacht vast te houden, maar moet uitkijken voor ‘overacting’. Het is Al Pacino die de film ballen geeft. Hij is als acteur niet te typecasten, maar wel altijd Al Pacino. Zie hem eens te keer gaan tegen generatiegenoten Christopher Plummer en Philip Baker Hall; bestudeer nauwkeurig hoe hij als Bergman Wigands vertrouwen probeert te winnen, maar hem toch subtiel manipuleert. Een oeuvreprijs voor deze man, alstublieft, al was het maar voor al die gemiste Oscars.

Jan-Kees Verschuure