The King of Comedy (1983)

Regie: Martin Scorsese | 109 minuten | drama, komedie, misdaad | Acteurs: Robert De Niro, Jerry Lewis, Diahnne Abbott, Sandra Bernhard, Shelley Hack, Ed Herlihy, Lou Brown, Doc Lawless, Catherine Scorsese, Cathy Scorsese, Liza Minelli, Leslie Levinson, Margo Winkler, Tony Boschetti, Joyce Brothers, George Kapp, Victor Borge, Ralph Monaco, Rob-Jamere Wess, Kim Chan, Audrey Dummett, June PrudHomme, Frederick De Cordova, Edgar J. Sherrick, Thomas M. Tolan, Ray Dittrich, Richard Dioguardi, Jay Julien, Harry J. Ufland, Scotty Bloch, Bill Minkin, Diane Rachell, Tony Randall, Charles Scorsese, Mardik Martin    

‘The King of Comedy’ is een film met een lach en een traan. Sterren Jerry Lewis en Robert De Niro zijn in hun element als entertainer en aspirant-entertainer. Regisseur Martin Scorsese verbreedt zijn grenzen tamelijk succesvol door het schizofrene leven van een beroemdheid te tonen. Bovendien is de film een vroege boodschapper van de idolencultus die na het millennium maatgevend werd.
New Yorker Martin Scorsese brengt met ‘The King of Comedy’ een ode aan ouderwets entertainment, dat zijn hoogtijdagen kende in de jaren vijftig en zestig. De grappen zijn snel en gevat, er is canned laughter en Scorsese filmt bij tijd en wijlen in TV-formaat. Korrelig televisiebeeld geeft je de impressie dat je één van de negentig miljoen mensen bent die elke avond kijken naar het populairste familieprogramma van Amerika.

Geen wonder dat gekke bekkentrekker Jerry Lewis één van de hoofdrollen opeist, hoewel iconen als Dean Martin en Frank Sinatra hoger op Scorsese’s aanvankelijke wenslijst stonden. Veteraan Jerry Lewis blijkt in ‘The King of Comedy’ een serieus acteur. Zijn rol, waarin hij een lolbroek is op de buis en een serieuze man in de realiteit, draagt sterk bij aan de kracht van de film. ‘King’ draait namelijk niet om komedie, maar om de façade rondom het medium televisie. Jerry Lewis is in ‘The King of Comedy’ een grootheid op TV, mensen op straat adoreren hem, maar als hij alleen thuis is, verschilt hij bij wijze van spreken niet van je buurman.

Daarnaast is Robert De Niro sterk op dreef als amateur-komiek, Rupert Pupkin. Hij zuigt, irriteert en ontroert als eenzame randfiguur, die koste wat het kost beroemd wil worden. ‘The King of Comedy’ is hiermee een vroege voorspeller van de real life-hypes die onze beeldbuis na 2000 vullen. Typisch aan ‘King’ is verder dat De Niro’s komische talent, evenals in latere humoristische rollen, niet overtuigt. De gein is echter dat de halfbakken, amateuristisch aandoende scènes prima passen in het verhaal van de tragische hoofdpersoon, Rupert Pupkin. Een leuke rol in ‘The King of Comedy’ is overigens weggelegd voor de donkere Diahnne Abbott, die later trouwde met De Niro, maar in de film zijn “vriendin” is.

Scorsese’s kenmerkende stijl van snelle montages is minder prominent dan gewoonlijk, met uitzondering van het begin van de film. ‘The King of Comedy’ lijkt dan ook niet Scorsese’s dierbaarste film te zijn: het project verliep moeizaam en de relatie tussen “Marty” en De Niro liep een deuk op. ‘King’ kent echter voldoende sterke momenten, niet in de laatste plaats door een behoorlijk verhaal, dat ook zwakkere kanten heeft. Pupkins ziekelijke hang naar faam en Lewis’ dubbelleven, op de bühne een god en in de werkelijkheid doorsnee, vormen een solide basis. De scènes van De Niro die met zijn vrouwelijke evenknie (Sandra Bernhard) Lewis onder druk zet, kunnen helaas geen potten breken. Te amateuristisch en ongeloofwaardig. ‘King’ is eens wat anders dan de machokarakters die veel van Scorsese’s werk typeren. De Niro is verhelderend in zijn rol als tragikomische amateur die voor één keer in zijn leven beroemd wil zijn. Een topkomiek zal hij echter nooit worden, hetgeen niet geldt voor Jerry Lewis die De Niro goed partij geeft. Leuke film, ode aan TV-entertainment van weleer en ijzingwekkend precieze prognose van huidige iedereen beroemd-cultuur.

Robbert Bitter