The King of Marvin Gardens (1972)

Regie: Bob Rafelson | 103 minuten | drama | Acteurs: Jack Nicholson, Bruce Dern, Ellen Burstyn, Julia Anne Robinson, Scatman Crothers, Charles LaVine, Arnold Williams, John P. Ryan, Sully Boyar, Josh Mostel, William Pabst, Garry Goodrow, Imogene Bliss, Ann Thomas, Tom Overton, Maxwell ‘Sonny’ Goldberg, Van Kirksey, Tony King

“I promised that I would tell you… why I never eat fish.”
Jack Nicholsons eerste woorden intrigeren meteen. Half verlicht in een donkere ruimte begint hij een pakkende monoloog over de dood van zijn grootvader. Het is een intieme, meesterlijk gespeelde openingsscène die verwachtingen schept die ‘The King of Marvin Gardens’ helaas niet helemaal weet waar te maken.

David (Jack Nicholson) is een teruggetrokken radiomaker die door zijn onstuimige broer Jason (Bruce Dern) naar Atlantic City wordt gelokt met grootse plannen. Jason droomt van exotische zakelijke successen, maar blijkt vooral verstrikt in schulden, leugens en luchtkastelen. David wordt meegezogen in zijn broers fantasieën en in de ongemakkelijke dynamiek tussen Jason, diens vriendin Sally (Ellen Burstyn) en Sally’s jongere zus Jessica (Julia Anne Robinson), die elk op hun eigen manier vastklampen aan de hoop op een betere toekomst.

‘The King of Marvin Gardens’ markeert de tweede samenwerking tussen regisseur Bob Rafelson en Jack Nicholson, twee jaar na hun door critici bejubelde ‘Five Easy Pieces’, een melancholisch meesterwerk over een dolende man, verdwaald in onderdrukte woede en existentiële leegte. Ook ditmaal lijkt het duo naar vergelijkbare psychologische diepgang te zoeken, maar weet het daar nooit écht te komen. De plot is te licht om het geheel te dragen, terwijl de emotionele onderlaag onvoldoende weet te raken om dat gemis op te vangen. Waar ‘Five Easy Pieces’ een duidelijke richting en emotionele focus had, kabbelt ‘The King of Marvin Gardens’ vaker stuurloos voort.

Ondanks dergelijke tekortkomingen valt er nog genoeg te waarderen. De cinematografie van László Kovács is prachtig somber: de verlaten, winterse boardwalks van Atlantic City vormen een perfecte visuele metafoor voor de vergane dromen van de personages. Burstyn en Dern leveren sterk acteerwerk, en Nicholson speelt in een voor hem atypische rol. Zelden laat hij zich zo stil en ingetogen zien als hier. Hij verleent zijn personage een zekere intellectuele verhevenheid, maar laat tegelijkertijd een onderliggende onzekerheid doorschemeren. Het toont dat Nicholson ook overtuigend kan zijn wanneer hij het volume omlaag draait.

Er zijn scènes die op zichzelf intrigerend zijn, maar het blijven fragmenten die nooit echt samenkomen tot een groter geheel. Daardoor wordt het een film van momenten, die uiteindelijk weinig blijvende indruk achterlaat. Voor liefhebbers van Jack Nicholson zal het alsnog zeker de moeite waard zijn, al is het maar om hem in zo’n ongewoon ingetogen rol te zien.

Julian Meijer

Waardering: 3