The Kiss of the Grasshopper – Der Kuss des Grashüpfers (2025)
Regie: Elmar Imanov | 128 minuten | drama, science fiction | Acteurs: Lenn Kudrjawizki, Michael Hanemann, Sophie Mousel, Rasim Jafarov, Marc Fischer, Felix Schnabel, Michael Stange, Philipp Franck, Viola Neumann, Dean Hutton, Hanin Al-Jaar, Aiken-Stretje Andresen, Rolf-Rüdiger Hamacher, Al Ginter, Holger Stolz, Doina Komissarov, Aurelie Peters, Vakho Chachanidze
Bernard (Lenn Kudrjawizki) bereikt middelbare leeftijd; de relatie met z’n vriendin Agata (Sophie Mousel) verroest en werkloos probeert hij het schrijverschap herop te pikken. Net dan belandt z’n vader (Michael Hanemann) in het ziekenhuis. Depressief dwaalt Bernard rond in een grijsblauwe grootstad, op unheimliche tonen, tussen techno en printergeluiden. Over alle wonderbaarlijkheden die aan hem verschijnen, stelt hij zich – zoals het goed surrealisme betaamt – niet te veel vragen. Bizarre beelden blijven steeds speels en vanzelfsprekend. Hij woont – en slaapt – samen met een schaap en botst in de bar op een mensgrote sprinkhaan. Maar het enige waarover hij zich zorgen maakt, is het lot van z’n vader, met wie hij eveneens slaapt. In het kafkaëske Keulen, nu eens concreet dan weer abstract, verliest Bernard vat op z’n leven. Steeds weer afvragend hoe dicht of ver hij bij z’n vader en hoe dicht of ver die bij hem staat, schept hij z’n eigen verwarrende wereld. De kijker neemt deel aan die verwarring via Agata, die diezelfde vragen over hem stelt. Lenn Kudrjawizki speelt ergens op de grens tussen zeer aanwezig en totaal afwezig. Een onkenbare mens en geest, tot op het eind.
‘The Kiss of the Grasshopper’ (‘Der Kuss des Grashüpfers’) gaat in op de ongrijpbaarheid van de mens en wereld rondom en wordt zelf met elke scène en elk surrealistisch beeld ongrijpbaarder. Elmar Imanov laat de verbeelding spreken in momenten van rouw en depressie. Tijdens die momenten staat de verbeelding vaak stil. Slechts één beeld komt steeds weer op, het beeld van het verleden. Verwerking verlangt echter nieuwe beelden. Bernard heeft last van een zwart gat in z’n kamer, een beeld waarin hij zichzelf ziet opgeslorpt worden. Gaandeweg verschijnt echter de sprinkhaan in beeld. En hij laat die toe zodra gevonden, dit krachtig beeld voor hoop, het overwinnen van obstakels met één grote sprong. Ook vader Carlos heeft een beeld gevonden dat hem troost in de winter van z’n leven. Steeds weer hangt hij voor de tv geplakt, naar walvisdocumentaires te kijken. Een oud en log beest van de diepte, de geïsoleerde grote vinvis. Beide personages vinden troost in beelden.
Ook de kijker kan iets met die beelden, moét iets met die beelden. Want ook aan de kijker verschijnen ze zonder samenhang. Net als Bernard moet die aan de schijnbare willekeur waarmee ze op beeld verschijnen betekenis geven. De groteske symbolen toelaten. De werking van film gaat goed samen met het verwerkingsproces en dat weet zo goed als elke regisseur. Maar wat Elmar Imanov lijkt te beseffen is dat ook de verbeelding daar een wezenlijke rol in speelt. Heel veel films en verhalen komen tot stand om met het verleden van diens maker vrede te nemen. Telkens kijken ze terug naar het eigen verleden, waardoor ze aanvoelen als weinig meer dan een uitscheiding van het eigen Zelf. Maar Imanov zoekt naar een symbool, een metafoor, een nieuw beeld. Net zoals z’n personages. Een nieuw beeld is nieuw, toekomstgericht en daarom pas echt trefzeker in de verwerking. Een nieuw beeld is interessant, ook voor het publiek en daarom een collectieve verwerking. Men vraagt zich af waarom zo weinig films de groteske symbolen opzoeken. Het zal wel met budget te maken hebben…
Arthur Vandermoere
Waardering: 3.5
Speciale vertoning: Imagine Fantastic Film Festival 2025
Bioscooprelease: 6 november 2025
