The Life Aquatic with Steve Zissou (2004)

Regie: Wes Anderson | 118 minuten | komedie | Acteurs: Bill Murray, Owen Wilson, Cate Blanchett, Anjelica Huston, Willem Dafoe, Jeff Goldblum, Michael Gambon, Noah Taylor, Bud Cort, Seu Jorge, Robyn Cohen

‘The Life Aquatic’ heeft van alles wat: actie, drama, humor, romantiek, fantasy, maar het is een heel typisch mengelmoesje geworden waarvan de richting of essentie wat onduidelijk is. Je weet als kijker vaak niet waar je aan toe bent. Wanneer Zissou’s schip de “Belafonte” bijvoorbeeld door piraten wordt overvallen, vindt er een keur aan toonwisselingen plaats. De scène begint komisch wanneer de David Bowie liederen spelende Portugese gitarist niet in de gaten heeft dat er pal achter hem piraten het schip naderen en er een ladder tegenaan plaatsen. Vervolgens is er spanning wanneer Zissou zijn maatje Klaus met een bebloed gezicht voor zijn deur ziet verschijnen. Dan is er jaloezie, wanneer Zissou Ned Plimpton in de kajuit van journaliste Blanchett aantreft. Dan, wanneer de spanning op een hoogtepunt is als de piraten iedereen onder schot houden, zien we plotseling een over-de-top slow motion actiescène waarin we Zissou in zijn badjas al sprongen makend de piraten zien uitschakelen met zijn pistool. Bijzonder grappig, maar je verwacht wel dat dit alles een inbeelding is van Zissou zelf, en dat we ieder moment weer terug kunnen keren naar de “huidige” situatie. Dit gebeurt echter niet, want het blijkt dat dit allemaal écht plaats vindt.

Zo’n gevoel krijg je ook bij romantische, of dramatische karakterscènes. Wanneer het verloren zoon/vader subverhaal tussen Murray en Wilson bijvoorbeeld weer eens behandeld wordt, is het vaak niet duidelijk of het nu wel of niet met een knipoog bedoeld is, zodat de beoogde dramatiek niet meer overkomt. Ook helpt het niet dat de personages zich vaak absurdistisch of cynisch gedragen. Alle elementen buiten het humoristische aspect worden, door de excentrieke stijl van de film en de personages, grotendeels van hun kracht ontdaan. Ook heeft de film niet echt een goede drijvende kracht. Het Moby Dick-achtige doel van Zissou, om de haai te doden die zijn partner heeft opgegeten, wordt eerder als excuus gebruikt om het verhaal in beweging te krijgen, iets wat Hitchcock een McGuffin zou noemen, dan als een wezenlijk doel waar de personages consistent mee bezig zijn. De haai wordt weliswaar aan het einde van de film daadwerkelijk opgezocht – in een fantasievolle onderwatersequentie met uniek uitziende vissen, geanimeerd door Henry Selick (‘James and the Giant Peach’, ‘The Nightmare Before Christmas’) -, maar tot die tijd is de film gewoon een verzameling van eigenzinnige personages en vreemde capriolen. Het is in feite één lange sketch, met Bill Murray als komisch middelpunt en de andere acteurs als aangevers.

Niet dat dit niet leuk is. Murray krijgt hier goed de gelegenheid om zijn droge, cynische humor tot uiting te laten komen, die prima past bij de stijl van regisseur Wes Anderson. Het is overduidelijk een film van Anderson, met dezelfde soort onderkoelde humor als in zijn ‘The Royal Tenenbaums’. Hoewel die film een wat strakkere en interessantere lijn had om de toeschouwer geïnteresseerd te houden, is het een goede graadmeter voor de respons van de toeschouwer op ‘The Life Aquatic’. Vaak is er geen sprake van uitgesproken hilarische scènes, waarbij je schatert van het lachen, maar meer van een amusante sfeer die over de hele productie heen hangt, met scènes waarbij je regelmatig even zult gniffelen of glimlachen vanwege de aparte humor of leuke vondsten.

Er werkt een eclectische verzameling acteurs aan de film mee. Zo is er de grappige rol van Willem Dafoe, die de wat simpele, manisch depressieve scheepsmaat van Murray speelt, die voor vol wil worden aangezien. Owen Wilson, die als zoon van Murray geaccepteerd wil worden, speelt hier een wat neutralere rol dan we van hem gewend zijn. Hij lijkt meer op zijn plaats te zijn als hij zich over kan geven aan zijn humoristische impulsen, en is hier toch een beetje als een vis uit het water. Jeff Goldblum is leuk, maar nauwelijks aanwezig als Murray’s rijke “collega”, en ook de competente Anjelica Huston is niet meer dan een voetnoot in het verhaal. Cate Blanchett is zeker niet slecht als journaliste en romantisch object, maar haar rol is wat nietszeggend, en lijkt voornamelijk ingevoegd om wat spanning tussen Murray en Wilson te veroorzaken.

Het geheel is doorgaans gefilmd in een soort documentairestijl, met handheld camera en zoomshots, om trouw te blijven aan de inhoud van het verhaal. Tijdens de tocht op de “Belafonte” worden er namelijk verschillende Jacques Cousteau-achtige filmpjes opgenomen (en getoond) van Zissou’s meer of minder opmerkelijke zee-avonturen. De constructie van het schip zelf staat het toe om met de camera via horizontale of verticale shots de verschillende ruimtes in een doorlopende beweging te filmen, wat voor een leuke, overzichtelijke dynamiek zorgt.

‘The Life Aquatic with Steve Zissou’ is een film geworden die het qua doelmatigheid en dramatiek laat afweten, maar evengoed aangenaam voortkabbelt en door de kleurrijke cast en aparte, humoristische stijl toch boven water weet te blijven.

Bart Rietvink