The Lion in Winter (1968)

Regie: Anthony Harvey | 134 minuten | drama, geschiedenis | Acteurs: Peter O’Toole, Katharine Hepburn, Anthony Hopkins, Timothy Dalton, Nigel Terry, John Castle, Jane Merrow

Gevatte en vinnige dialogen vormen het hart en ziel van deze wat statische film, maar die dialogen zijn dan ook van hoge kwaliteit, uitgesproken door meesterlijke acteurs.

Peter O’Toole is koning Henry, die ook op leeftijd nog niets van zijn twistzieke aard verloren heeft en iedereen tegen elkaar op wil zetten, al is het maar omdat hij daar veel lol in heeft. Na de koning al eerder in de film ‘Becket’ gespeeld te hebben, verdiende hij hier zijn tweede Oscar-nominatie voor dezelfde rol. Henry neigt er al bij het begin van de film naar om de waardeloze John (Terry) te kiezen. Hij krijgt hierbij geweldig tegenspel van Katharine Hepburn als koningin Eleanor, waar ze in werkelijkheid ook van afstamt, die er alles aan doet om haar favoriet Richard (Hopkins) op de troon te krijgen. Iedereen vergeet de middelste zoon Geoffrey (Castle) die weer zijn eigen agenda heeft. Temidden van dit alles staat de Franse prinses Alais (Merrow), die terecht klaagt dat ze als een pion heen en weer geschoven wordt. Oorspronkelijk bedoeld als bruid voor Richard, belooft Henry haar nu aan John, maar heeft haar intussen al jaren zelf als minnares. Het liefst zou Henry haar zelf trouwen, maar hij daarvoor moet hij eerst van Eleanor af.

Het is fantastisch om de personages te zien vleien, liegen en bedriegen om hun zin te krijgen. De situatie wordt nog ingewikkelder als Alais’ broer, de Franse koning (Dalton in zijn debuut), wil dat zijn zus eindelijk een fatsoenlijk huwelijk krijgt en de Engelsen tegen elkaar uitspelen om zo de enorme Engelse bezittingen op het continent (Normandië en Aquitanië) in handen te krijgen. Soms wat moeilijk te volgen, omdat niet altijd duidelijk is wie nu wie probeert te belazeren en wie op welk moment de waarheid spreekt, maar wel puur genieten van de verbale strijd die de gezinsleden leveren. Uiteindelijk komt het neer op de verbitterde verhouding tussen Henry en Eleanor, die overduidelijk nog van elkaar houden, maar door verschillende belangen uit elkaar gedreven worden. Het knappe hierbij is dat zeven personages zo’n beetje alle menselijke emoties geloofwaardig weten te vertalen. Vooral Hepburn is overweldigend als de rebelse Eleanor, met als hoogtepunt een scène waarin ze door middel van een melancholieke monoloog voor een spiegel herinneringen ophaalt, terwijl ze voorzichtig haar gerimpelde gezicht en hals betast en haar sieraden bekijkt.

Wat de film extra bijzonder maakt, is dat het voor een groot deel de historische werkelijkheid volgt in de gebeurtenissen (weliswaar samengeperst in twee uur) en de karakters van de personages.

Hans Geurts