The Lodger (2008)

Regie: David Ondaatje | 96 minujten | drama, horror, thriller | Acteurs: Alfred Molina, Hope Davis, Simon Baker, Shane West, Donal Logue, Philip Baker Hall, Rachael Leigh Cook, Rebecca Pidgeon, Michael Agostini, Michael Albala, Daphne Ashbrook, Krista Ayne, Donnell C. Barret, Tia Barr, François Chau, Jillian Difusco, J.P. Foster Jr., Kirk Fox, Ernie Grunwald, Jamison Jones, Paul Joyner, Jasmine Lobe, Mocean Melvin, Tarajia Morrell, Michael O’Hagan, Gary Poux, Lancer Dean Shull, Stephen Steelman, David Storrs, David Sullivan, Juting Tsang, Jennifer Webb, Roy Werner, Gerry Carbajal, Paul Grace

In 1913 schreef Marie Belloc Lowndes haar bekendste roman, ‘The Lodger’. Het angstaanjagende verhaal was gebaseerd op de gruwelijke moorden die Jack the Ripper pleegde in het Victoriaanse Londen. De beruchte moordenaar doodde zeven jonge vrouwen in het district Whitechapel, maar werd nooit gepakt. Lowndes boek is al sinds zijn verschijning voer voor filmmakers, die er gretig mee aan de haal gaan. Zo gebruikte G.W. Pabst het verhaal voor zijn klassieker ‘Pandora’s Box’ (1929), de film die actrice Louise Brooks in één klap tot een wereldberoemd stijlicoon maakte. En zo zijn er talloze bewerkingen verschenen in de loop der jaren. Misschien wel de meeste bekende is de versie van Alfred Hitchcock uit 1927. ‘The Lodger’, de eerste film in de zo kenmerkende stijl van de Britse regisseur, vormde voor Hitchcock de eerste stap op zijn weg naar succes. Waar Hitch in zijn stille versie van ‘The Lodger’ met minimale middelen maximaal resultaat wist te boeken, moddert David Ondaatje in zijn eigentijdse versie van het alom bekende verhaal maar wat aan.

Ondaatje, zowel de scenarioschrijver als de regisseur van deze moderne uitvoering van ‘The Lodger’ (2008), verplaatst zijn verhaal van Londen naar West-Hollywood. Zijn film kent in principe twee verschillende verhaallijnen, die langzaam maar zeker naar elkaar toe groeien. We maken kennis met Ellen (Hope Davis) en Joe (Donal Logue), een getrouwd stel dat maar weinig affectie voor elkaar toont. Zij is het grootste gedeelte van de dag alleen en als ze hem al ziet, moppert hij dat ze haar medicijnen in moet nemen. Op een dag weet Ellen eindelijk hun gastenverblijf, dat al tijden vrij staat, te verhuren, wanneer de mysterieuze en enigmatische schrijver Malcolm (Simon Baker) langskomt. Niet geheel toevallig vindt rond die tijd de eerste van een reeks gewelddadige moorden op prostituees plaats in West-Hollywood. De gemankeerde detective Manning (Alfred Molina) ontdekt al snel dat de moordenaar Jack the Ripper imiteert. Zeven jaar eerder vonden soortgelijke moorden plaats waarvoor een man – naar nu blijkt ten onrechte – ter dood werd veroordeeld. Manning was destijds de detective die hem oppakte. Hij raakt geobsedeerd in zijn nieuwe zoektocht naar de dader – in de hoop zijn fout uit het verleden recht te zetten – en sleept zijn jeugdige maatje Street (Shane West) mee in de malaise.

Debutant Ondaatje – neef van Michael Ondaatje, de schrijver van onder meer ‘The English Patient’ – heeft zich duidelijk laten inspireren door Alfred Hitchcock. Sommige scènes – zoals die waarin Ellen aan de ontbijttafel zit met Joe, die een snee brood afsnijdt terwijl zij van het gesprek uitsluitend het woord ‘knife’ opvangt – zijn rechtstreeks gekopieerd uit het oeuvre van the master of suspense. Maar Ondaatje slaat regelmatig dóór in de toepassing van stijleffecten. Zo lijkt hij dol te zijn op versneld afgespeelde, kleurrijke beelden van het verkeer in LA of het wolkenpakket aldaar en ook een naarstige schoonmaakbeurt gaat in zijn wereld een stuk sneller. Zijn film doet daardoor eerder denken aan de eveneens door Hitchcock geïnspireerde films van Brian De Palma uit de jaren zeventig (onder meer ‘Obsession’, 1976 en ‘Dressed to Kill’, 1980): stijl voert de boventoon boven inhoud. Het resultaat is een afstandelijke en expressionistische slasher, waarin het moeilijk is mee te leven met de personages omdat er bij iedereen wel een steekje los lijkt te zitten. Ze slikken medicijnen, hebben een kort lontje, jagen hun echtgenote het gesticht in of staan midden op de dag hun met bloed besmeurde kleding te verbranden…

Hoe de getalenteerde cast ook zijn best doet, het is moeilijk met hen mee te leven. Het is bovendien een raadsel wat mensen als Molina, Davis, Rachel Leigh Cook en Philip Baker Hall is deze film doen. Deze topacteurs hebben het te stellen met bijzonder weinig houvast waar het hun personages betreft. Ze rennen maar wat in het rond, staren onwezenlijk voor zich uit en krijgen bovendien tenenkrommende dialogen voor hun kiezen. De talloze red herrings die de kijker worden voorgehouden maken het er niet overzichtelijker op. Wanneer aan het einde dan de identiteit van de moordenaar wordt onthuld, is dat verrassend. Niet zozeer om wie het is, maar meer omdat je had verwacht dat de complete cast achter slot en grendel zou worden opgeborgen. Wel zo veilig. Spanning is er niet, sfeer wel. Maar die sfeer wordt net zo kunstmatig gecreëerd als de voortdurende regen die de Sunset Strip in West-Hollywood teistert.

De zoveelste bewerking van Lowndes verhaal rond de mysterieuze huurder is een bijzonder overbodige geworden. Regisseur en scenarist David Ondaatje mist de ervaring – en waarschijnlijk ook het talent – die zijn idool Alfred Hitchcock zo groot maakte. Eigenlijk zou je bij voorbaat de bui al moeten zien hangen; een film met zoveel interessante namen in de cast zou je best in de bioscopen mogen verwachten maar ‘The Lodger’ belandde direct in de bakken van de videotheek. Simpelweg omdat de film niet goed genoeg is. De regisseur leeft zich naar hartenlust uit met zijn hommages en visuele trucjes, maar vergeet daarbij compleet wat zijn publiek wil zien… Daar waar Hitchcock in 1927 de spijker op zijn kop sloeg, slaat Ondaatje met in principe hetzelfde verhaal de plank behoorlijk mis.

Patricia Smagge