The Mission (1986)

Regie: Roland Joffé | 126 minuten | drama, avontuur, geschiedenis | Acteurs: Robert De Niro, Jeremy Irons, Ray McAnally, Aidan Quinn, Cherie Lunghi, Ronald Pickup, Chuck Low, Liam Neeson, Bercelio Moya, Sigifredo Ismare, Asuncion Ontiveros, Alejandrino Moya, Daniel Berrigan, Rolf Gray, Álvaro Guerrero

‘The Mission’ moet ongetwijfeld met hooggespannen verwachtingen gepaard zijn gegaan ten tijde van de release in 1986. Twee jaar eerder maakte regisseur Roland Joffé het uitmuntende ‘The Killing Fields’, over de gruwelijke burgeroorlog in Cambodja in de jaren zeventig, dus een evenzo aangrijpende film over het inheemse Zuid-Amerikaanse volk van de negentiende eeuw, is wat de gemiddelde kijker ongetwijfeld verwacht na het lezen van de inhoud. Voeg daar ook nog eens een gelauwerde cast, bestaande uit Robert de Niro, Jeremy Irons, en Liam Neeson aan toe, en vaste Leone-componist Ennio Morricone die de soundtrack verzorgt, en ‘The Mission’ kon niet anders dan een filmepos van allure worden. Maar helaas, het resultaat laat danig te wensen over. Visueel bij vlagen adembenemend en met, zoals te verwachten, zeer geslaagde, afwisselend lyrische en contemplatieve muziek van Morricone, maar inhoudelijk is ‘The Mission’ jammer genoeg een wat schizofreen geheel geworden, met een warrige focus en gebrekkige karakteriseringen.

De film begint veelbelovend, met veel indrukwekkende beelden van majestueuze watervallen en de onherbergzame natuur, en enkele prikkelende momenten die de kijker nieuwsgierig maken naar het verloop van het verhaal. Zo zien we Jeremy Irons tegen een steile rotswand lopen langs de waterval, en wordt er een blanke priester door indianen op een kruis gebonden en de rivier opgeduwd, die na eerst een tijd door de stroom te zijn meegevoerd, in een kolkende watermassa in de muil van de waterval naar beneden stort.

Het is duidelijk dat de priester, die probeerde het evangelie te verspreiden, op zijn zachtst gezegd, niet in de smaak viel bij de indianen, maar hoe is het zo ver gekomen, en zijn de indianen nog voor rede – wat in dit geval paradoxaal genoeg “het geloof” betekent – vatbaar? Wanneer vervolgens enkele priesters – in de gedaantes van acteurs Jeremy Irons en Liam Neeson – de jungle ingaan om poolshoogte te nemen, lijkt het er even op dat dit de “missie” gaat worden uit de titel: een ‘Apocalypse Now’-achtige reis naar het hart van de duisternis, met hier als doel om eigenhandig voor (ver)licht(ing) te gaan zorgen. Jeremy Irons is hierbij de centrale figuur die als Jezusfiguur Gabriel het christelijke geloof moet zien te verspreiden. Tenminste, hij verschilt van mening over zijn precieze taak met zijn baas uit Spanje, eminentie Altamirano (Ray McAnally), die ook de voice-over bij de film verschaft. In één van de weinige thematisch explorerende scènes in de film vraagt de eminentie aan Gabriel waar het volgens hem uiteindelijk om gaat bij de missiepost(en), waarop deze antwoordt: “Het woord van God”. De vragensteller zelf gaat het echter om het voortbestaan van de jezuïeten; een wezenlijk en moreel verschil, zo zal in de tragische eindfase van de film blijken, wanneer de indianen van de missiepost zonder pardon worden uitgemoord bij de verkoop van de missiepost aan Portugal.

Over deze morele dilemma’s zou het vaker moeten gaan in de film. Maar bovenal moet het lot en de filosofieën van de lokale bevolking centraal worden gesteld en moet de manier waarop er met hen wordt omgegaan ter discussie worden gesteld. De eerste scènes lijken hier even in geïnteresseerd te zijn, en ook de laatste woorden die over het scherm rollen, dragen deze motivatie in zich. Te lezen is het volgende: “De indianen van Zuid-Amerika voeren nog altijd strijd voor hun land en hun cultuur.” De volgende zin geeft echter wat duidelijker de intentie van de makers weer: “Veel priesters steunen hen bij die strijd, met inzet van eigen leven.” Het gaat hier toch vooral om de nobele priesters, die zich onverzettelijk inzetten voor het goede. Voor de liefde, voor het woord van God.

Tekenend is het hoe, wanneer huurling en slavendrijver Mendoza (De Niro) zijn broer doodsteekt in een duel (omdat deze met het object van zijn affectie – de bevallige Carlotta – de lakens heeft gedeeld), niet het slachtoffer of de in tranen op haar knieën ter aarde stortende Carlotta in beeld wordt genomen, maar de letterlijk op de rest neerkijkende Mendoza lang in close-up wordt genomen. Het is ook zijn transformatie en bekering waar het in het eerste uur van de film toch vooral om draait. En ook tijdens de matig gechoreografeerde gevechtsscènes in de laatste acte van de film, zijn het Mendoza en de priesters die de aandacht opeisen van de regisseur, die hun sterfscènes langgerekt in beeld brengt.

Toch is deze wat teleurstellende focus niet wat de film weerhoudt van grootsheid. Immers, de ontwikkeling van slavendrijver tot priester tot vrijheidsstrijder is een potentieel zeer boeiende. Maar de ontwikkeling van De Niro’s personage vindt zo schetsmatig plaats, en de performance van de acteur is zo introvert, dat nooit écht duidelijk wordt wat hem beweegt. Zijn transformatie wordt via een soort filmisch steno gepresenteerd dat zijn spirituele, innerlijke reis, nauwelijks emoties oproept en ongeloofwaardig overkomt. Na eerst een half jaar met niemand te hebben willen praten, wordt Mendoza na enkele minuten door Gabriel overtuigd om boete te doen, wat de vorm aanneemt van een zware wandeltocht naar de missiepost van Gabriel, over bergen en rotsen, waarbij hij een zware last aan touw met zich meetorst. Neesons personage kan het niet aanzien en snijdt het touw door, waarna Mendoza zonder te spreken de bundel weer ophaalt en weer aan zijn touw knoopt. Neeson kijkt vol medelijden en compassie en de kijker wordt geacht zich ook zo te voelen. En eenmaal bovenop de top van de berg aangekomen, ontmoeten ze de indianen die even met weerzin neerkijken op hun voormalige vijand en onderdrukker, maar dan, heel christelijk, Mendoza’s touwen doorsnijden en hem hiermee in zeker zin vergeving schenken. Waarop Mendoza in huilen uitbarst. Het zou een scène kunnen zijn die voor kippenvel zorgt, maar emoties blijven hier grotendeels uit. Het is te gekunsteld. Te makkelijk.

Toch is de film cinematografisch gezien vaak de moeite waard, waarbij de natuur uiteraard een dankbaar decor is, en is grofweg het eerste uur van de film boeiend genoeg om de aandacht vast te houden. En hoewel Irons tamelijk ongecompliceerd is als personage, slaagt hij er door zijn gezichtsuitdrukkingen wel voortdurend in om de kijker op zoek te laten gaan naar zijn belevingswereld, en zijn vergeefse strijd voor het goede en met zijn superieuren is intrigerend om te zien. Ook de muziek weet altijd epische en diepe(re) emotionele lagen te suggereren, die de film zelf qua inhoud niet altijd waar weet te maken. Het is een verspilling van al het talent, want ‘The Mission’ is helaas een té wisselvallig werkje geworden om indruk te kunnen maken.

Bart Rietvink