The Mummy (1999)

Regie: Stephen Sommers | 124 minuten | actie, komedie, avontuur, fantasie, horror | Acteurs: Brendan Fraser, Rachel Weisz, John Hannah, Arnold Vosloo, Kevin J. O’Connor, Oded Fehr, Jonathan Hyde, Erick Avari, Bernard Fox, Stephen Dunham, Corey Johnson, Tuc Watkins, Omid Djalili, Aharon Ipalé, Patricia Velasquez, Carl Chase, Mohammed Afifi, Abderrahim El Aadili, Jake Arnott, Mason Ball, Isobel Brook, James Traherne Burton, Peter Chequer, Porl Smith, Ian Warner

Wie wil weten wat een typische “popcornfilm” nu precies betekent, is bij ‘The Mummy’ aan het juiste adres. Pretentieloos en ouderwets vermaak met een onzinnig plot om de voortdenderende actie aan op te hangen, met goed uitziende hoofdrolspelers, grappige bijrollen, een gevaarlijke slechterik, lekker bekkende dialogen, overtuigende special effects en een vleugje griezelen. De checklist is zeker afgewerkt en het plezier overheerst boven alle andere onderdelen.

Brendan Fraser hangt hier de derderangs Indiana Jones uit als Rick O’Connell, een huurling en avonturier met veel pech en een grote mond. Hij heeft een erg amusante sidekick in Kevin O’Connor als Beni, een ratachtige opportunist, die de hele film door weer opduikt als verbale sparringpartner van O’Connell. Niet dat deze al niet genoeg weerwoord krijgt van de knappe bibliothecaresse (en archeologe) Evelyn Carnahan (Weisz). En dan is er ook nog haar klaplopende broer Jonathan (Hannah), een wandelende ramp.

Waar het natuurlijk allemaal om gaat is de Mummy uit de titel. De problemen waar Rick en Evelyn in verzeilen, vinden zo’n drie millennia eerder hun oorsprong. Farao Seti I (Ipalé) wordt omgebracht door zijn minnares Anck Su Namun (Velasquez), die een clandestiene affaire heeft met zijn hogepriester Imhotep (Vosloo). Helaas voor de geliefden weten ze niet te ontsnappen. Anck Su Namun pleegt zelfmoord en Imhotep krijgt de ergste straf denkbaar: hij wordt vervloekt en levend gemummificeerd in een sarcofaag, met als gezelschap vleesetende scarabeeën. De keerzijde van de vloek is dat wanneer Imhotep ooit weer tot leven gewekt zou worden, hij alle plagen van Egypte met zich mee zal brengen en dood en verderf zal zaaien.

Natuurlijk is dat precies wat er gebeurt. In 1923 gaan Rick, Evelyn en Jonathan op zoek naar de schatten die zich in Hamunaptra, de stad der Doden, bevinden, vinden ze algauw Beni en een groep Amerikanen op hun pad, die hetzelfde reisdoel hebben. Onderweg worden ze dwarsgezeten door een groep geheimzinnige Arabieren (met Fehr als hun aanvoerder) die hun eigen motieven hebben om gelukzoekers uit de buurt van Hamunaptra te houden.
Eenmaal aangekomen, is het Evelyn die per ongeluk Imhotep weer tot leven werkt en deze gaat al gauw op zoek naar een nieuw lichaam (via de ongelukkige Amerikanen) en een vrouwenlichaam om zijn geliefde opnieuw tot leven te wekken. Hiervoor heeft hij Evelyn op het oog. Vervolgens ontstaat er een race om uit handen van de steeds machtiger wordende Imhotep te blijven en een manier te vinden om de onverslaanbare hogepriester te verslaan.

Deze versie van ‘The Mummy’ heeft bijna niets te maken met de horror-klassieker uit 1932, of zelfs maar met horror. Insecten hebben altijd een hoog ‘jakkes’ effect (zie bijvoorbeeld Indiana Jones) en de computergegenereerde Imhotep ziet er onsmakelijk uit, maar echt eng wil het allemaal niet worden. En dat lijkt ook absoluut niet de bedoeling te zijn van de makers. En ach, hoewel het zeker geen meesterwerk is, biedt ‘The Mummy’ voldoende actie en licht vermaak om de kijker twee uur lang te amuseren. Voor een regenachtige zondagmiddag of een melige vooravond prima film. Het eindproduct is dan ook leger dan het adresboekje van een kluizenaar, maar entertainment is het wel.

Hans Geurts