The Perfect Storm (2000)

Regie: Wolfgang Petersen | 128 minuten | actie, drama, thriller, avontuur | Acteurs: George Clooney, Mary Elizabeth Mastrantonio, Mark Wahlberg, Diane Lane, John C. Reilly, Karen Allen, John Hawkes, Christopher McDonald, Josh Hopkins, Michael Ironside, Cherry Jones

In het cv van regisseur Wolfgang Petersen wordt één ding onomstotelijk duidelijk: de man is dol op spektakel! ‘Das Boot’, ‘Air Force One’, ‘Troy’, ‘Poseidon’: het zijn allemaal films die getuigen van Petersens verlangen om de kijker onder te dompelen in een heftige, overdonderende filmervaring. En opvallend veel vindt plaats in het water. Zijn meesterwerk ‘Das Boot’, bijvoorbeeld, en ‘Poseidon’, maar ook het waar gebeurde ‘The Perfect Storm’ laat zijn personages de strijd aanbinden met, door verschillende weerelementen ontstane, onbeschrijflijk grote golven op een buitengewoon intimiderende zee. Het bekende beeld uit de trailer of op de poster, van het kleine vissersbootje dat praktisch rechtop staat tegen een gigantische golf die op het punt staat het bootje in zijn geheel op te slokken, is een perfecte representatie van de film. Dit is precies wat je te zien krijgt. Onvervalst, nagelbijtend spektakel. Al het overige is, hoezeer respectvol jegens de echte gebeurtenissen en personages ook, eigenlijk bijzaak.

Een jaar na ‘Three Kings’ is George Clooney weer samen met Mark Wahlberg in een film te zien en ze laten zien een adequaat emotioneel anker te kunnen vormen binnen de context van een actiefilm. Dat wil zeggen, je geeft genoeg om ze en kunt je als kijker voldoende met ze identificeren om de hele rit met ze mee te leven en te verlangen dat ze het overleven. Het helpt ook dat de personages sympathiek zijn, en misschien alleen (in het geval van Clooneys kapitein Billy Tyne) wat onbezonnen. Het zijn eerlijke, hardwerkende mannen, die door de hebzucht van een kapitalistische schurk – baas Bob Brown (Michael Ironside) – min of meer gedwongen wordt snel de zee weer op te gaan, en verder te varen op zoek naar meer vis. Ook al zou je als kijker misschien niet meteen hetzelfde reageren als kapitein Tyne, je begrijpt waarom hij de zee opgaat en de risico’s neemt die hij neemt. Hij doet het deels voor zijn trots, maar ook simpelweg voor zijn levensonderhoud.

Eenmaal op zee aangekomen is het enige conflict of de enige strijd, die van belang is die tussen de zee – en de al dan niet “bijtende” vissen – en de mannen op de boot, die samen zullen moeten werken en uiteindelijk – figuurlijk – alle zeilen bij zullen moeten zetten om te overleven. Er wordt weliswaar op de boot ook conflict gecreëerd tussen twee crewleden, Dale (John C. Reilly) en David (William Fichtner), maar dit voelt te gekunsteld aan om dramatische impact te maken. De personages zijn niet bepaald genuanceerd en hun dialoog is soms melodramatisch, maar als middel om de kijker in de storm te transporteren, voldoen ze. Het is echt net of je met de mannen op hun boot – de Andrea Gail – zit en of je iedere spatje zeewater voelt en de opgehaalde vis ruikt. Dit heeft ook veel te maken met regie, montage, en camerawerk. De camera staat ook letterlijk op de boot, of zit eraan vast, en maakt de wildste hoeken, samen met het vaartuig. Verhalen van misselijk wordende, overgevende castleden zijn dan ook alleszins geloofwaardig. Niet dat je ziek wordt als kijker, maar onderdeel van de ervaring ben je zeker. Je moet niet denken dat je deze film rustig vanuit je luie stoel kunt bekijken, en daarnaast is een surroundsysteem bij een film als deze eigenlijk verplicht. Hoewel er al genoeg spanning aanwezig is bij het verhaal van de Andrea Gail, gooit Petersen gedurende het verloop van de film – na een uur ongeveer – alles in een steeds hogere, intensere versnelling. Niet alleen Tyne en zijn groep zijn in nood, ook een plezierbootje elders op de zee is in gevaar, en er moet een helikopter aan te pas komen om ze te helpen, waarvan de piloten, door het waanzinnig gure weer, op hun beurt ook moeten vrezen voor hun leven. Zo wordt er tussen deze drie voertuigen gesneden om de actie en spanning tot een bijna ondraaglijk niveau te brengen. En er is wat voor te zeggen dat het allemaal een beetje te veel is. Het intieme en ook grootse verhaal van de Andrea Gail was wellicht ook wel genoeg geweest. Maar op het moment zelf ga je als kijker overal in mee.  Het zijn deze geweldige, veelal met de computer gefabriceerde confrontaties met de storm en de golven die ‘The Perfect Storm’ zijn grote kracht geven.

Wanneer de registers eenmaal allemaal open staan, kun je je als kijker alleen maar overgeven aan de waanzinnig sterke “stroming” van de film. En ja, je kunt je terecht beklagen over de wat minder geslaagde elementen van de film. Zoals het onwaarschijnlijke (maar kennelijk authentieke?) gegeven dat niemand op de Andrea Gail echt de weerberichten in de gaten lijkt te houden, ook al zag het er voor vertrek al niet zo rooskleurig uit. Of de eenvoudige wijze waarop de muitende bemanning wordt overgehaald een bepaalde koers te varen. Verder liggen de treurende vrouwen aan de kant/het thuisfront er wat erg dik op – er komen verschillende “Fisherman’s Friend”-momenten in voor – een melodramatisch element waar Petersen voor ‘Troy’ ook weer ernstig misbruik van zou maken. Hetzelfde geldt voor de wat dominante, repetitieve score van James Horner, die mooie dingen kan maken (zoals de soundtracks voor ‘The Mask of Zorro’ en ‘The New World’), maar hier soms te veel op de voorgrond treedt met zijn thema’s. Maar uiteindelijk is dit allemaal veelal ondergeschikt aan de overtuigende actie en spanning in de film.

‘The Perfect Storm’ neemt de toeschouwer, na een rustige introductie, bijna anderhalf uur lang mee in het “oog” van de storm; in het hol van de leeuw. Wij staan daar op de boot samen met de bemanning te sjorren aan de touwen en het roer. Ook wij houden ons vast aan alles wat we maar kunnen vinden om niet kopje onder te gaan. Happend naar adem komen we na ruim twee uur boven water. Niet noodzakelijkerwijs intellectueel gestimuleerd, maar wél met het gevoel echt iets beleefd te hebben.

Bart Rietvink