The Producers (1968)

Regie: Mel Brooks | 88 minuten | komedie | Acteurs: Zero Mostel, Gene Wilder, Dick Shawn, Kenneth Mars, Lee Meredith, Christopher Hewett, Andréas Voutsinas, Estelle Winwood

Theaterproducent Max Bialystock kende ooit grote triomfen op Broadway, maar die tijden zijn allang voorbij. Met grote moeite schraapt hij centen bijeen voor nieuwe producties door welgestelde dames van hoge leeftijd het hof te maken. Zo haalt hij ze over om investeringen te doen in zijn ondernemingen. Dan komt Leo Bloom zijn boekhouding op orde brengen. Bialystock probeert hem over te halen om een oneffenheid in zijn administratie weg te werken. Bloom moet hier even over nadenken en zegt bij wijze van grapje dat het eigenlijk winstgevender is om een grote flop te produceren waarbij je al het geïnvesteerde geld zelf kunt houden, dan een kassucces te vieren. Alleen als het stuk onverhoopt toch een hit wordt, ga je de gevangenis in voor fraude.

Binnen de kortste keren laat de tot dan toe onkreukbare Bloom zich door de flamboyante Bialystock meeslepen in een zoektocht naar een waanzinnig slecht toneelstuk. Het wordt ‘Springtime for Hitler’ van de hand van de vroegere nazi Franz Liebkind (Kenneth Mars). Een toneelstuk met Hitler en andere nazi kopstukken in de hoofdrol relatief kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog getuigt van zo’n wansmaak, wie wil hier nou naar komen kijken? Als de kersverse partners ook nog een regisseur van louter flops weten in te lijven en een wazige hippie als hoofdrolspeler die Hitler als een verwijfd, mokkend wezen neerzet, staat niets meer een groot fortuin in de weg.

Ah, dit regiedebuut van Mel Brooks is een goede graadmeter voor al zijn latere films wat betreft flauwe humor, rare typetjes en idiote dialogen. Dat hij een Oscar heeft gekregen voor beste origineel scenario is meer dan terecht. Je moet er maar opkomen om een musical te verzinnen met een zwijmelende, aanstellerige Hitler in de hoofdrol. Voeg daarbij danseressen die in sexy nazi outfits hun benen hoog gooien en een swastika vormen op het toneel, terwijl ze luidkeels de aanstekelijke meezinger ‘Springtime for Hitler’ ten gehore brengen. Wie zegt dat hij niet moet lachen bij zoveel onweerstaanbare meligheid, vertelt vast niet de waarheid.

En dan is er Zero Mostel. Zijn omvangrijke lichaam en kalende hoofd vormen geenszins een hindernis om met een onnavolgbare mimiek en subtiele, maar veelzeggende handgebaren de show te stelen. De manier waarop hij de oude dametjes een prettige tijd voor het graf wil bezorgen en daar tegelijkertijd zelf beter van wordt, is erg geestig door de tomeloze inzet om het vooral voor twee kanten aangenaam te laten zijn. De dametjes zijn soms zo pittig dat je zelfs medelijden met hem krijgt. Ook het samenspel met Gene Wilder als de bleue Bloom die zich door hem als onkreukbare boekhouder vrij gemakkelijk tot een mogelijk fraudeleuze onderneming laat verleiden, is meer dan in orde.

Het is begrijpelijk dat ‘The Producers’ bij uitbreng een tweeslachtige reactie opriep bij het publiek. Mag erover zoiets afschuwelijks als de Tweede Wereldoorlog eigenlijk een komedie gemaakt worden en mag je daar als toeschouwer om lachen? Maar het milde sarren van zijn publiek door Mel Brooks met een ongemakkelijk onderwerp in combinatie met een overdosis meligheid is gewoon te oprecht en te geestig en daardoor onweerstaanbaar. Twee Joodse heren proberen relatief kort na de Holocaust een musical met Hitler in de hoofdrol op Broadway uit te brengen en laten zich voor de goede zaak zelfs een armband met een swastika ombinden door een vroegere nazi. Dit is net zo bizar als die hele oorlog en dus kun je er maar beter om lachen. Het liefst zo uitbundig mogelijk.

Diana Tjin-A Cheong