The Screen at Kamchanod – Pee chang nang (2007)

Regie: Songsak Mongkolthong | 94 minuten | horror | Acteurs: Achita Pramoj Na Ayudhya, Pakkaramai Potranan, Namo Tonggumnerd, Pinonwan Hoonthongkam

Wat is het toch met Aziaten en media? Hadden we in ‘Ringu’ al een vervloekte videoband en in ‘One Missed Call’ een duivels telefoontje, in ‘The Screen at Kamchanod’ krijgen de hoofdpersonen het aan de stok met een spookachtige film. Als dat maar goed gaat…

In 1987 lieten twee onderzoekers een film zien in een onbewoond natuurgebied. Na afloop van de film bleek het bos wat meer bewoond te zijn dan zij dachten en werden zij geconfronteerd met een hele horde geesten die ineens tevoorschijn kwam. Wat er sindsdien is gebeurd met de film of de onderzoekers is een raadsel, maar… je voelt hem al aankomen… een dokter en een journalist gaan op onderzoek uit en proberen de waarheid te achterhalen. Drie keer raden wat dat ze oplevert. Precies, nog meer spoken!

Zoals bovenstaande al een beetje laat doorschemeren leent ‘The Screen’ schaamteloos duidelijk herkenbare elementen van zijn Japanse voorgangers en het is dan ook verre van een originele film. Toch bevat ‘The Screen’ voldoende verrassingen om de film niet van plagiaat te hoeven beschuldigen. Daarnaast weet de film zijn gestolen ‘trucjes’ juist te benutten om een tergend spannend verhaal te vertellen. En daarin herkent de kijker een genre op zijn einde. Alle conventies liggen vast, men heeft in het verleden kunnen aftasten wat wel en niet werkt en men is nu in staat met een simpele formule een goede film af te leveren.

Bovenstaande analyse klinkt wellicht wat cynisch, maar is dit allerminst. Het is geen schande dat ‘The Screen’ niet op zichzelf staat. Niet elke film hoeft het wiel opnieuw uit te vinden. Of simpeler gezegd: beter goed gejat, dan slecht bedacht. ‘The Screen’ weet namelijk al heel vlug de kijker bij de strot te grijpen en knijpt deze vervolgens zo subtiel dicht dat op een gegeven moment elk beeld en elke beweging verdacht is. Tegen die tijd heb je het onheilspellende gevoel te pakken dat er ieder moment iets staat te gebeuren en er weer iets door het beeld gaat vliegen of onder het bed vandaan gaat kruipen.

De film weet daarin de juiste balans te vinden tussen expliciete horror en subtiele suggestie. Alhoewel de film een achtbaanrit is van schrikmomenten en pijnlijk opgebouwde spanning, is het nooit teveel of overdreven sensationeel. Timing en een goed gebruik van dynamiek vullen elkaar naadloos aan. Wat daarbij opvalt is dat er nog vrij aardig wordt geacteerd voor een film die het van deze aspecten moet hebben. Vooral de actrice die een labiel meisje moet spelen op de rand van zelfmoord, weet hierin te overtuigen. Met kleine gebaren en een ingetogen stijl weet zij een meelijwekkend persoon neer te zetten.

Het valt dan een beetje tegen dat het einde zo afgeraffeld is. Na eerst alle tijd te hebben genomen om een degelijk verhaal op te bouwen, lijken de schrijvers ineens in tijdnood te verkeren. Plotsklaps krijgen we een climax aangereikt, die verre van bevredigend is. Uiteraard zou het de film verpesten om er nu in detail op in te gaan, maar het gekozen einde laat wel erg veel aan de fantasie van de kijker over. Jammer, want het verhaal is spannend genoeg en had best iets langer mogen duren als dit het rommelige einde had voorkomen.

Aziatische spookfilms zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot één van de boegbeelden van dit decennium. Geen wonder dus, dat we nog steeds getrakteerd worden op de ene na de andere nieuwe film binnen dit genre. Dat deze stroming op zijn eind loopt begint echter wel langzamerhand duidelijk te worden. ‘The Screen at Kamchanod’ is daar een geslaagd voorbeeld van. Weinig vernieuwend, maar duidelijk op de hoogte van alle do’s and don’ts van het genre weet de film genoeg spanning en sensatie te leveren voor een beklemmende anderhalf uur.

Sander Colin