The Strange Case of Angelica-O Estranho Caso de Angélica (2010)

Regie: Manoel de Oliveira | 97 minuten | drama | Acteurs: Pilar López de Ayala, Filipe Vargas, Leonor Silveira, Ricardo Trêpa, Luís Miguel Cintra, Carmen Santos, Isabel Ruth, Ana Maria Magalhães, José Manuel Mendes, Ricardo Aibéo, Sofia de Portugal, Adelaide Teixeira, Sara Carinhas, Paulo Matos, António Reis

Manoel de Oliveira leverde in 2010 de kleine film ‘The Strange Case of Angelica’ (‘O Estranho Caso de Angélica’) af. Voor het eerst experimenteerde de regisseur, inmiddels 102, met digitale effecten. De gehele film is het moeilijk de leeftijd van de regisseur niet in het oogpunt te houden, daar alles zo subtiel, zo klein gebeurt, dat de schoonheid makkelijk vervliegt; de film die dan overblijft doet te veel denken aan een tussendoortje.

Liefhebbers van longshots kunnen De Oliveira omarmen, want het vaste camerawerk van Sabine Lanceline laat beelden soms minutenlang voortduren. Vooral de eerste scènes van de film bieden fraaie cinematografie, en verzekeren de kijker dat de regisseur het werk vol passie en inlevingsvermogen heeft gemaakt. Zelf zal hij de film niet als een tussendoortje hebben gezien. Hier en daar is er dan de hand van een echte meester te zien, en is te begrijpen waarom de regisseur in Cannes een staande ovatie kreeg van het publiek. Maar het verhaal, geschreven door De Oliveira zelf in 1952, doet vaak te ouderwets aan en de verschillende aanknopingspunten van het plot die de Portugees biedt, verbinden zich maar moeilijk met elkaar. ‘The Strange Case of Angelica’ is dan ook geen grote film, maar klein, haast minutieus, maar op die manier wel prettig en charmant.

De hoofdrol wordt in de film vertolkt door Ricardo Trêpa, een kleinzoon van de regisseur, die het vak der cinema zo doorgeeft van generatie op generatie. Sinds 1931 maakt de man al films. Na ‘The Strange Case of Angelica’ begon hij doodleuk aan de opvolger, ‘Gabo And The Shadow’. Sinds 1990 – misschien vanwege de naderende dood – werkt De Oliveira in een moordend tempo aan zijn films; hij levert er ongeveer elk half jaar een af. Bij tijden is zijn cinema zwaar – zelfs het lichtvoetige werk – maar wanneer men daar doorheen prikt, ziet men overal fijne verwijzingen; cinema geschapen voor filmhuizen en het Filmmuseum.

Luuk Imhann