The Wolf, the Fox and the Leopard (2025)
Regie: David Verbeek | 125 minuten | drama | Acteurs: Jessica Reynolds, Nicholas Pinnock, Marie Jung, Lucas Lynggaard Tønnesen, Robert Beg, Mélanie Consiglio, Melissa Dalton, Eoin Duffy, Naomi Kawase, Timothy Lone, Jonathan Lo Monaco, Alessia Raschella
De grotendeels Engelstalige film van de Nederlandse maker David Verbeek is visueel verbluffend en wordt gedragen door een intense, fysieke hoofdrol van Jessica Reynolds, maar raakt narratief uit balans.
De film wordt verteld via een voice-over van wetenschapper Takanara, gespeeld door de Japanse regisseur Naomi Kawase. Haar Japanstalige vertelling geeft de film een vervreemdende, bijna mythische lading. Het is een slimme keuze: taal wordt hier geen middel tot uitleg, maar een sluier die afstand schept en tegelijk betekenis oproept. Gaandeweg blijkt dat Takanara een boek heeft geschreven, opgebouwd uit drie delen: de oude wereld, het zeepaleis en de nieuwe wereld – het verhaal van Alice, een meisje dat opgroeide tussen wolven.
Het eerste deel van de film is zonder twijfel het sterkst. In een duidelijke echo van Princess Mononoke ontstaat een wereld waarin mens en natuur niet tegenover elkaar staan, maar in elkaar overlopen. Alice beweegt zich als een dier, zonder taal, zonder identiteit – puur lichaam. Wanneer een mens door de roedel wordt gedood en men haar ontdekt, wordt ze meegenomen naar een onderzoekscentrum, waar Takanara haar probeert te begrijpen. Hoewel in een iets te bekende stylering voor deze wereld, ligt hier het meest intrigerende uitgangspunt van de film: wat gebeurt er wanneer een mens, gevormd buiten de samenleving, terug wordt geplaatst in een wereld die draait om controle, betekenis en identiteit?
Die vraag raakt op de achtergrond zodra twee radicale figuren – de Vos en het Luipaard – haar ontvoeren. Wat volgt is het langste en minst overtuigende deel van de film. Op het booreiland, het zogenaamde zeepaleis, verschuift de film van een zintuiglijke ervaring naar een meer geconstrueerd narratief over macht, ideologie en controle.
Wat hier wringt, is niet alleen de wending in het verhaal, maar vooral een verandering in hoe de film kijkt. Waar het begin nog open en intuïtief is, begint de film hier te duiden en te sturen. Scènes krijgen een functie, personages worden dragers van ideeën. De film denkt meer dan hij voelt.
De Vos en het Luipaard – die zichzelf als ouders van Alice zien en haar “The One” noemen – blijven daarbij opvallend gesloten. Hoewel ze worden gepositioneerd als radicale milieu- of systeemkritische figuren, krijgen ze geen werkelijk innerlijk leven. Hun overtuigingen blijven abstract, hun gedrag ondoorgrond, hun emoties moeilijk te plaatsen. Ze functioneren als antagonisten, maar worden nooit mensen.
Dat maakt dat de film afstand houdt waar hij nabijheid nodig heeft. Een scène waarin Alice een katje overboord gooit en de Vos daarop instort, illustreert dat scherp: Alice’s impuls is voelbaar, maar de reactie van de Vos blijft een gebaar zonder fundament. We zien wat er gebeurt, maar begrijpen niet waarom.
Op het zeepaleis verliest de film daarmee zijn oorspronkelijke spanning. De vraag wat het betekent om mens te zijn, maakt plaats voor een meer conventioneel conflict tussen goed en kwaad, controle en verzet. Alice wordt daar niet het ontregelende element dat ze in het begin was – geen wild dier in een menselijke wereld – maar eerder een figuur die in die wereld wordt ingepast.
Hier verliest Verbeek de film die hij aan het begin beloofde.
In het derde deel, de nieuwe wereld, keert die oorspronkelijke kracht onverwacht terug. Niet als herhaling, maar als echo. Het DNA van de maker wordt weer voelbaar: de film opent zich opnieuw – minder gestuurd, minder verklarend, weer dichter op het lichaam. In de verstilde, uitgeholde realiteit waarin Alice terechtkomt – rijlessen, werk, een bestaan zonder verbinding – ontstaat opnieuw ruimte voor observatie in plaats van betekenis.
Visueel blijft Verbeek overtuigen, en opnieuw is het Jessica Reynolds die de film draagt. Haar spel blijft fysiek en instinctief, alsof taal nog steeds iets is wat haar vreemd is. Zij houdt de film levend, juist waar de film zichzelf begint te sluiten. In die momenten herinnert de film aan wat hij eerder was: geen verhaal dat zich laat uitleggen, maar een ervaring die zich laat ondergaan.
Juist daardoor wordt de breuk in het midden des te voelbaarder. Waar de film begint en eindigt in een zeldzame, lichamelijke openheid, sluit het zich in zijn middendeel af in betekenis en constructie. En precies daar – waar het ongrijpbare wordt vastgezet – verliest de film zijn samenhang.
Martijn Smits
Waardering: 3.5
Bioscooprelease: 16 april 2026
