The X-Files: I Want to Believe (2008)

Regie: Chris Carter | 105 minuten | science fiction | Acteurs: David Duchovny, Gillian Anderson, Amanda Peet, Billy Connolly, Alvin ‘Xzibit’ Joiner, Mitch Pileggi, Callum Keith Rennie, Adam Godley, Alex Diakun, Nicki Aycox, Fagin Woodcock, Marco Niccoli, Carrie Ruscheinsky, Spencer Maybee, Xantha Radley, Tom Charron

Dana Scully en Fox Mulder. Ze waren het gezicht van een van de meest invloedrijke SciFi-series van de jaren negentig. Na het zien van ‘I Want to Believe’ moet je concluderen dat de hoogtijdagen van het koppel voorbij zijn. Beiden zijn FBI-agent af: Scully werkt als chirurg in een katholiek ziekenhuis, Mulder leidt een kluizenaarsbestaan en wijdt zich aan zijn knipselverzameling. De vermissing van een FBI-agente brengt de twee weer samen. Een priester met een duister verleden (een opvallende rol van de Schotse komiek Billy Connolly) beweert beelden van de vrouw door te krijgen. Als vanouds heeft Scully haar twijfels en bijt Mulder zich vast in de zaak, maar het knettert niet meer zoals vroeger.

Dat betekent niet dat ‘I Want to Believe’ een slechte film is. De factoren die de serie tot een succes maakten zijn allemaal present. ‘I Want to Believe’ is als een lange aflevering met een groter budget. Niet meer, maar ook niet minder. De zorgvuldige spanningsopbouw, desolate locaties en competente hoofdrolspelers zorgen voor een onderhoudende bovennatuurlijke thriller, die bovendien een paar interessante vragen opwerpt. David Duchovny en Gillian Anderson hebben nog steeds chemie, al zijn de verbale een-tweetjes niet meer zo sprankelend en is de seksuele spanning minder intens. Dat kun je de acteurs niet aanrekenen. Regisseur Chris Carter wilde laten zien hoe het leven de personages getekend heeft en Scully en Mulder zijn anno 2008 nou eenmaal geen dartele hertjes meer.

Je kunt je afvragen of het verstandig is om geliefde personages tot aan hun pensioen te volgen. De jaren beginnen te tellen, met name voor Duchovny, die er ondanks een kleurspoelinkje behoorlijk uitgeblust en middelbaar uitziet. Geen schande voor iemand die de vijftig nadert, ware het niet dat Mulders aantrekkingskracht nou juist lag in het feit dat hij zo’n eigenwijze jonge hond was. Wat meer humor had de jongensachtige twinkeling in zijn ogen terug kunnen brengen, maar in het scenario regeert de grimmigheid. De jaren hebben de personages verbitterd en cynisch gemaakt, onvermijdelijk misschien, maar toch jammer, al biedt het einde van de film hoop. Blijf in ieder geval nog even zitten als de aftiteling over het scherm rolt.

‘I Want to Believe’ is een ambachtelijke film, die zowel X-Files adepten als niet-ingewijden zal aanspreken en een stuk beter uitpakt dan de eerste bioscoopfilm ‘Fight the Future’ uit 1998. Het is echter geen noodzakelijke film. De magie van de jaren negentig is vervlogen. Scully en Mulder hebben de X-Files achter zich gelaten en zijn verder gegaan met hun leven. Dat zou Chris Carter ook moeten doen.

Paula Koopmans