They Shall Not Grow Old (2018)

Recensie They Shall Not Grow Old CinemagazineRegie: Peter Jackson | 100 minuten | documentaire

Het beste kun je er gewoon blanco instappen, zonder voorkennis van kleurtechnieken of benaderingen: dan is de impact van de nieuwe documentaire van Peter Jackson het grootst. Inderdaad, Peter Jackson: de maker van fantasyfilm(serie)s als ‘The Lord of the Rings’, ‘King Kong’ en ‘The Hobbit’ heeft nu een heuse documentaire afgeleverd; zijn eerste. En ‘They Shall Not Grow Old’ is een zeer bijzonder werk geworden, niet minder creatief of emotioneel dan zijn fictiefilms, en met de toegevoegde waarde van échte verhalen, stemmen en gebeurtenissen. Want moderne filmbewerkingstechniek is mooi en handig maar het draait natuurlijk allemaal om de soldaten zelf. Het tonen van hun menselijkheid en persoonlijkheid is de grootste triomf van deze filmproductie.

Ter gelegenheid van de 100-jarige verjaardag van het einde van WOI (in 1918) – en om zijn grootvader en vele andere soldaten te kunnen eren die in deze oorlog gevochten hebben – heeft Jackson vele archiefbeelden geanalyseerd en interviews beluisterd met en over de betrokkenen. Om hier vervolgens een samenhangend verhaal van te maken, met de nadruk op de ervaringen van de – veelal erg jonge – soldaten, vanaf het moment van uitbreken van de oorlog en het aanmelden voor dienst, tot aan de capitulatie en terugkeer in eigen land.

Het is fascinerend materiaal, juist vanwege het persoonlijke karakter. Gedurende de hele film horen we verhalen van de soldaten zelf, met hun authentieke Britse accenten en zonder te letten op politieke correctheid of andere gevoeligheden. Er zit opvallend veel humor in deze vertellingen, vooral tijdens de beginfase maar ook later nog, wat ook terug te zien is in de beelden van lachende soldaten die tussen de gevechten door de tijd draaglijk proberen te houden.

De eerste dijenkletser krijgt de kijker te horen wanneer de oorlog uitbreekt, en een van de (toekomstige) soldaten net in een rugbywedstrijd verwikkeld is met Duitsland. In de rust horen ze dat ze vanaf dat moment met elkaar in oorlog zijn. De vraag was even of ze hun tegenstanders nu een mes in de rug moesten steken of gewoon de wedstrijd zouden voortzetten. Ze besloten met zijn allen dat voor hen de oorlog pas de volgende dag zou beginnen.

Ook erg grappig – als het niet zo ernstig was – is het feit dat kinderen van 15 en 16 jaar gewoon zonder blikken of blozen werden toegelaten tot het leger. Niet één keer, maar achter elkaar krijg je dit verhaal te horen, in verschillende variaties. ‘Hoe oud ben je?’, werd de rekruten gevraagd als ze zich aanmeldden. ‘Sorry, te jong. Ga maar even naar buiten om je verjaardag te vieren en kom dan weer terug.’ Gekkenwerk.

Opvallend is ook dat er eigenlijk geen reclame voor de oorlog gemaakt hoefde te worden: de jonge mannen stonden bijna te trappelen van ongeduld om maar naar het front te kunnen. Dit had verschillende redenen. Sommigen waren gewoon op zoek naar werk, anderen naar kameraadschap, of de opwinding van de strijd. Een grote rol daarbij speelde het (valse) gevoel van superioriteit dat er leefde bij vrijwel alle Britten. Ze gingen ervan uit dat de Engelsen vanzelfsprekend betere soldaten en vechters waren dan de Duitsers. ‘Eén Engelsman was net zoveel waard als tien Duitsers’, was bij velen de overtuiging.

Niemand was voorbereid op de realiteit: een onmenselijke loopgravenoorlog, met een vijand die je niet kon zien maar die je wel constant bestookte met granaten, met rottende voeten, ratten, beroerde hygiëne… en weinig tijd voor een ‘cup of tea’. Dit laatste is gekscherend bedoeld, maar slechts gedeeltelijk. Want de Britten voldoen perfect aan het stereotiepe beeld van het meest theeminnende volk ter wereld. Als het maar even kon, maakten ze een kopje en konden ze er weer tegenaan.

Helaas klopte het romantische beeld dat sommige hadden van de cavalerie die op de vijand inrijdt, met strijdkreten en wapperende vlaggen, hier niet helemaal. Of helemaal niet. Hoewel, ze zullen zich ongetwijfeld wel even zo euforisch hebben gevoeld toen ze voor het eerst plaatsnamen in de imposante metalen voertuigen die op het slagveld stonden te wachten: tanks inderdaad, die voor het eerst in 1916 werden ingezet. (De mannen hadden geen idee wat een ‘tank’ was; ze dachten aanvankelijk dat het om watertanks ging.)

Een van de weinig momenten dat de Britten de Duitse vijand ook echt kon zien, was toen ze vele loopgraven en een lading prikkeldraad hadden getrotseerd en onverschrokken op de schietende, granaten gooiende en vlammen werpende Duitsers afrenden, met hun bajonet stevig in de hand. Dit wordt spannend verteld door een van de soldaten en visueel ondersteund door illustraties en geluidseffecten, bij gebrek aan bewegende beelden van deze daadwerkelijke confrontaties. De juiste keuze, in het kader van de authenticiteit. Een reconstructie met acteurs zou – ook al is er nu ook gebruikgemaakt van technieken en elementen om de sfeer te verhogen – minder waarachtig hebben aangevoeld.

Want, ja, we kunnen niet anders dan de methodes bespreken die de filmmakers hier hebben toegepast. ‘They Shall Not Grow Old’ begint namelijk met de oorspronkelijke archiefbeelden: zwart-wit, in een vierkant kader, en met snelle bewegingen vanwege de opname in 18 frames per seconden (in plaats van 24 frames). Maar zodra de mannen het strijdveld betreden, wordt het beeld breed, en is alles ineens in kleur. Ook zien en horen we de mannen praten; waarbij de woorden achterhaald zijn door liplezers. De beelden worden ook weidser en krijgen vrij letterlijk meer diepte en dimensies. De kijker kan door de uitgebreide 3D-beelden als het ware zelf door de loopgraven lopen, waarvan de grootte en details als nooit tevoren tot hun recht komen, wat de betrokkenheid van de kijker bij de gebeurtenissen ten goede komt. Om nog maar niet te spreken van de geluidseffecten van granaatinslagen en fluitende kogels.

Het is ongetwijfeld een monnikenwerk geweest om alles zo goed mogelijk in te kleuren en gezichten, woorden en situaties op deze manier tot leven te wekken. En het heeft zijn vruchten afgeworpen. We zien de gezichten van de échte soldaten, die vaak lachend of verlegen in de camera kijken, gewoon zoals het gaat als je een camera op iemand richt. Echte mensen, geen perfecte Hollywoodacteurs die altijd stoer of interessant kijken. En in kleur. Het maakt de beleving zowel authentiek als retrospectief: aan de ene kant besef en voel je heel goed dat mensen dit echt hebben meegemaakt, maar aan de andere kant is het door de bewerking duidelijk dat het gaat om mensen, filmmakers, kijkers, die de oorlog vanuit het heden beschouwen. Dat we terugdenken, herinneren. De duidelijke artificiële bewerking laat de hand van de maker zien, wat jammer is op momenten dat de techniek niet helemaal ‘pakt’ – dan lijken gezichten enigszins los te komen of zijn de ogen te wit – maar meestal is het geen probleem. Juist niet, zelfs, omdat het onze band met de geschiedenis toont; onze wens om deze oorlog toch vooral niet te vergeten of zijn kleur te laten verliezen.

Want kleur is er; ook in de manier waarop mensen reageren op situaties en andere mensen. Soms wreed of onverschillig, maar meestal verrassend humaan. Zo hielpen Duitse krijgsgevangenen na de oorlog meteen mee met de Britten als er een gewonde weggedragen moest worden. En vertellen Britse soldaten hoezeer ze hun vijand respecteerden. Dat ze de Duitsers goede strijders vonden en inzagen dat ze dit eigenlijk net zo min wilden als zij (uiteindelijk). Ook is het opvallend hoe er eigenlijk geen vreugde was toen de oorlog ‘gewonnen was’. Vermoeidheid en de vraag waar ze nu in ’s hemelsnaam aan het werk moesten, nu ze geen soldaat meer konden zijn, overheersten. Dit was alles wat ze konden en kenden. Het was (dan) ook schrijnend hoe de mannen bij terugkomst door veel burgers met de nek aan werden gekeken. Waar vóór de oorlog iedereen een patriot was, moesten ze nu niets meer van de oorlog weten. De meeste mensen snapten gewoon niet hoe de realiteit van de oorlog écht was voor de betrokkenen. Door ‘They Shall Not Grow Old’ zullen we dit nooit meer vergeten.

Bart Rietvink

Waardering: 4

Bioscooprelease: 11 april 2019