Three Times – Zui Hao De Shi Guang (2005)

Regie: Hou Hsiao-Hsien | 135 minuten | drama, romantiek | Acteurs: Shu Qi, Chang Chen, Mei Fang, Liao Su-Jen, Di Mei

‘Three Times’ is begonnen als een zeer ambitieus project: drie verschillende regisseurs zouden drie liefdesverhalen moet maken. Elk verhaal speelt zich af in een andere periode in de Taiwanese 20e-eeuwse geschiedenis, zodat de verhalen niet alleen persoonlijke liefdesverhalen zijn, maar ook historische verhalen die iets zeggen over de Taiwanese samenleving.

Die ambities heeft ‘Three Times’ uiteindelijk met slechts één regisseur moeten waarmaken. Hou Hsiao-Hsien bleef als enige regisseur over, en besloot toen maar om alle drie de verhalen te regisseren. En dat is goed gelukt. ‘Three Times’ is een poëtische film geworden die misschien wel juist dankzij het feit dat slechts één regisseur ermee aan de slag is gegaan, als één complete film te bekijken is.

De drie verhalen ademen wel alle drie een verschillende sfeer uit, vooral door de totaal verschillende achtergronden waartegen de verhalen zich afspelen. Dat is juist ook de bedoeling: Taiwan is, zoals elke samenleving natuurlijk, flink veranderd, in een eeuw tijd. Van een feodale maatschappij onder Japanse overheersing naar een westerse geïndividualiseerde samenleving.

Maar los van de tijd, altijd houden mensen van andere mensen, of probeert men dat althans. Dat lijkt de centrale thematiek van ‘Three Times’: op afstandelijke en haast verstilde manier worden de verhalen gefilmd. Die afstandelijkheid geeft een weldadige en poëtische sfeer aan de film, zelfs aan het laatste verhaal dat zich toch afspeelt in de snelle samenleving van Taiwan anno 2005.

Het eerst verhaal, ‘A Time for Love’, speelt zich af in 1966. In dit verhaal komt die poëtische rust het sterkst naar voren. Het verhaal is vrij simpel: een jonge man ontmoet, vlak voor hij in dienst gaat, een meisje dat werkt in het café waar hij regelmatig biljart. Hij schrijft haar, en wil haar bezoeken als hij op verlof is. Zij werkt ondertussen ergens anders, en dus gaat hij naar haar op zoek. Een man op zoek naar de liefde.

Het tweede verhaal, ‘A Time for Freedom’, is gesitueerd in 1911. Taiwan is bezet door Japan, en tegen die achtergrond zien we een heer en zijn afstandelijke maar liefdevolle en respectvolle houding tegenover een concubine. Zij hoopt echter op meer. Dit verhaal is het meest maatschappelijk: er wordt een historisch beeld gegeven van de sociale verhoudingen in het Taiwan van 1911. Wat dit verhaal ook bijzonder maakt, is dat het grotendeels een ‘stomme’ film is. Hiervoor was overigens noodgedwongen gekozen: omdat de acteurs niet het Mandarijn beheersten dat toendertijd in Taiwan gesproken werd, besloot men de dialogen steeds tussen de scènes af te beelden, wat toendertijd vrij gebruikelijk was in films. Deze noodgreep geeft het verhaal juist iets extra’s: het maakt dit gedeelte van de film nog rustiger. In stilte, of luisterend naar de schitterende muziek, kijk je naar en geniet je van de beelden.

Het derde verhaal, ‘A Time for Youth’, speelt zich af in het drukke Taipei van 2005. We zien hoe een jonge grafisch ontwerper en een mooie zangeres een verhouding krijgen. Ondanks dat ze gebonden zijn aan anderen, kunnen ze hun onderlinge liefde niet ontkennen en zoeken ze elkaar steeds weer op. Dit verhaal is misschien het meest voorspelbaar en herkenbaar, ook omdat het zich in deze tijd afspeelt, en daardoor is het ook het minst onderscheidend. De teksten die de zangeres zingt lijken soms iets te geforceerd betrekking te hebben op haar eigen strubbelingen met haar vriendin en haar minnaar. Toch ademt ook dit verhaal de weldadige rust uit die de rest van de film ook heeft.

Wat ‘Three Times’ ook nog eens bijzonder maakt, is dat in alle drie de verhalen steeds dezelfde twee acteurs de hoofdrollen spelen (Shu Qi en Chang Chen). Het helpt om eenheid aan te brengen in de verhalen en het toont tegelijkertijd aan dat het mogelijk is om een ambitieuze en ingewikkelde film te maken met slechts twee acteurs en een handjevol bijrollen, die bovendien ook vaak door terugkerende acteurs worden vertolkt.

Ondanks, of eerder juist dankzij de beperkingen die Hou Hsiao-Hsien zichzelf (meestal noodgedwongen) heeft opgelegd, is ‘Three Times’ een indrukwekkende film geworden: indrukwekkend omdat zo’n ambitieus verhaal zo eenvoudig en verstild kan worden verteld.

Zelfs in een voortdurende samenleving blijven thema’s als liefde, vrijheid en jeugd actueel. De onderwerpen zijn al oud, de manier waarop ze in een verhaal gegoten worden kan nog altijd mooi en verfrissend zijn. Dat bewijst ‘Three Times’ wel.

Daniël Brandsema