Tideland (2005)

Regie: Terry Gilliam | 122 minuten | drama, fantasie | Acteurs: Jodelle Ferland, Jeff Bridges, Janet McTeer, Brendan Fletcher, Jennifer Tilly, Aldon Adair, Wendy Anderson, Sally Crooks, Dylan Taylor, Kent Wolkowski

Na de bittere flop van het vreselijk dure ‘The Brothers Grimm’ (2005) leek het even of Gilliam zijn humor en creativiteit had verloren. Met ‘Tideland’ herpakt hij zich, de film is een terugkeer naar de stijl van films als ‘Twelve Monkeys’ (1995) en ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ (1998). Gilliam wil het sprookjesachtige nog niet helemaal loslaten, maar hij vervormt het en mixt het met drugs, paranoia en waanzin, zoals we dat van hem gewend zijn. Waar hij nog niet helemaal achter is is dat zijn films niet eens letterlijke verwijzingen naar sprookjesachtige verhalen nodig hebben om tot de meest naargeestige sprookjes te worden.

In ‘Tideland’ – gebaseerd op het verhaal van Mitch Cullin – is het hoofdpersonage een jong meisje, Jeliza-Rose (Jodelle Ferland). Haar verlopen moeder (Jennifer Tilly) sterft op wanstaltige wijze aan een overdosis, waarop haar – eveneens aan drugs verslaafde – vader (Jeff Bridges) haar meeneemt naar haar oma. Die oma blijkt echter al lang dood en haar huis in ernstige staat van verval. Terwijl de wereld om haar heen steeds vijandiger en desolater wordt, vlucht Jeliza-Rose steeds verder weg in haar fantasiewereld. Haar ouders hadden drugs nodig om ‘op vakantie te gaan’, Jeliza-Rose heeft genoeg aan haar fantasie. Maar in een nare wereld wordt ook haar droom snel een ‘bad trip’. Een mooi idee, maar wel een idee waarbij het spel van een kind (zowel ‘spel’ in de betekenis ‘acteren’ als ‘spelen’) een heel grote rol speelt. Jodelle Ferland speelt goed, maar haar kinderlijke spelletjes irriteren soms omdat ze daarmee vast blijft zitten in een uitzichtloze situatie, waar ze actief uit zou moeten ontsnappen. Het verhaal heeft daardoor ook geen duidelijke richting, er wordt helemaal geleund op de bizarre situaties en personages.

Terry Gilliam omschreef de film zelf als ‘Alice in Wonderland’ ontmoet ‘Psycho’ en die twee referenties zijn inderdaad overduidelijk aanwezig. De film opent met een meisjesstem (die van Jeliza-Rose die voorleest uit Alice in Wonderland en gedurende de film komt ze naast bizarre personages en situaties (net zoals Alice) ook een echt konijnenhol tegen. ‘Psycho’ wordt vertegenwoordigd via de opgezette dieren en de afgelegen locatie, maar bovenal in karakters van de doorgedraaide hekserige Dell (Janet McTeer) en haar verstandelijk gehandicapte broer Dickens (Brendan Fletcher).

Met mooie, vaak scheve beelden, misselijkmakende close-ups, doorgedraaide personages, vreselijke gebeurtenissen en de relativerende blikken van een kind en een verstandelijk gehandicapte maakt Gilliam een diepzwart sprookje waarvan een goede afloop betwijfelbaar is. Helaas cirkelt de film te lang rond binnen één situatie, terwijl je verwacht dat de ‘reis’ verder zal gaan. Dat is deels te wijten aan die rechtstreekse verwijzingen naar Alice in Wonderland, Alice kwam immers in vele verschillende situaties terecht. Waarom er laat in de film nog even per se een konijnenhol moest opduiken is onduidelijk, aangezien deze geen duidelijke functie vervult. Ondanks de bezwaren is het toch al een grote verbetering van ‘The Brothers Grimm’ naar ‘Tideland’: Gilliam is terug! Gelukkig maar.

Emy Koopman