To Kill a Mockingbird (1962)

Regie: Robert Mulligan | 124 minuten | drama | Acteurs: Gregory Peck, Mary Badham, Phillip Alford, John Megna, Ruth White, Paul Fix, Brock Peters, Frank Overton, Rosemary Murphy, Collin Wilcox, Robert Duvall

Er zaten destijds weinig studio’s te springen om Harper Lee’s prijswinnende roman ‘To Kill a Mockingbird’ te verfilmen. Een verhaal over een advocaat van middelbare leeftijd met twee kinderen, en zonder (expliciet) geweld, romantiek of actie, lijkt immers niet echt gouden filmmateriaal. Echter, deze onconventionele ingrediënten en benadering hebben de film juist een bijzonder soort waarachtigheid weten te geven. Je krijgt het gevoel werkelijk een inkijkje te krijgen in het leven van de personages uit de film en deel uit te maken van de gemeenschap in dat ene Zuidelijke dorpje, Maycomb.

De rustieke, doch broeierige sfeer van Maycomb in de jaren dertig wordt perfect overgebracht, iets waar Harper Lee destijds zelf van getuigde. Dit is bewonderenswaardig, aangezien het dorp niet op locatie werd gefilmd, maar was nagebouwd op het terrein van Universal Studio’s.

Een ander belangrijk element in het overbrengen van het juiste gevoel bij de kijker is de prachtige muziek van Elmer Bernstein. Zijn schijnbaar simpele, maar geniale pianomelodietjes die gecomponeerd zijn om de belevingswereld van een kind te weerspiegelen, brengen een ontroerend, melancholisch gevoel teweeg.

Want kinderen staan centraal in ‘To Kill a Mockingbird’. De thema’s van racisme en burgerrechten die grotendeels het onderwerp van het verhaal vormen, bereiken ons namelijk alleen als onderdeel van de blik van de kinderen. We volgen deze kinderen in hun groeiproces, waarbij ze langzaam ontdekken dat de wereld complex is en duistere kanten heeft. Ze willen weten hoe deze wereld in elkaar steekt en gaan op zoek naar het onbekende.

Dit betekent aan de ene kant dat ze willen weten wie hun vader is en waar hij mee bezig is; helemaal wanneer er een proces gaat plaatsvinden, dat voor veel weerstand bij de bevolking zorgt. Aan de andere kant betekent dit dat ze hun angsten verkennen door steeds dichter in de buurt van het huis van Arthur “Boo” Radley te proberen te komen. Over de mensenschuwe Radley, die door zijn excentrieke vader binnenshuis wordt gehouden, doen zich in de gemeenschap de wildste verhalen de ronde; hij wordt als een feitelijk monster afgeschilderd. Dit gebeurt ook met de van verkrachting beschuldigde Robinson, die meteen wordt gezien als immoreel, leugenachtig en inferieur, louter op grond van zijn huidskleur. Het is de angst voor het onbekende, de angst voor de “ander”. Deze ander “moet” weggewerkt worden, ook al doet hij geen enkel kwaad, om zo een (vals) gevoel van zekerheid of controle te creëren.

Echter, deze controle over je eigen leven komt eerder voort uit het tegenovergestelde: het bekend worden met, en pogen te begrijpen van, de ander. Dit is wat Atticus zijn kinderen probeert bij te brengen, en wat het eigenlijke thema is van de film. Zijn motto is dat je niet over iemand kunt oordelen zonder dat je in zijn schoenen hebt gelopen. Jem en Scout staan met hun eigen fantasievolle avontuur met Boo Radley (dat ook als zodanig wordt verbeeld, met dramatische muziek en schaduwen), symbool voor dit besef. Zelfs dit monsterlijke figuur willen en zullen ze uiteindelijk leren kennen zoals hij werkelijk is. Halverwege de film zien we bijvoorbeeld hoe Jem een kistje met in een boomholte gevonden objecten van Boo in zijn bezit heeft. Middels deze objecten proberen hij en Scout zich in Boo te verplaatsen. En het omgekeerde is ook waar: onder de objecten bevinden zich namelijk zelfgemaakte beeldjes die Scout en Jem moeten voorstellen.

Atticus is de ideale vader, en een voorbeeldfunctie voor eenieder in de samenleving in de wijze waarop hij altijd het juiste nastreeft en doet. Nog niet zo lang geleden is dit personage als grootste filmheld aller tijden gekozen en het is niet moeilijk te zien waarom. Gregory Peck acteert deze rol op een onderkoelde, doch bewogen manier en is uiterst geloofwaardig als de rechtschapen advocaat. Een andere opmerkelijke prestatie komt van Mary Badham, die (net als Phillip Alford, als Jem) nog helemaal geen acteerervaring had, maar hier volkomen weet te overtuigen als de jongensachtige Scout, en een natuurlijke wisselwerking heeft met Peck. De scène waarin ze, terwijl ze in bed ligt, met Atticus over zijn zakhorloge praat (en uiteindelijk over haar overleden moeder), is werkelijk magisch. Maar vrijwel iedereen is uitstekend. Brock Peters is indrukwekkend als de emotioneel overweldigde Robinson, Frank Overton is als Bob Ewell, de vader van het “verkrachte” meisje, de ultieme personificatie van het kwaad, en Robert Duvall laat in zijn debuutrol als Boo Radley een geweldig staaltje subtiel acteerwerk zien. Hij is maar enkele minuten in beeld, maar laat een onuitwisbare indruk achter.

‘To Kill a Mockingbird’ is een unieke, eigenaardige film. Er gebeurt weinig spectaculairs, er worden lange gedeeltes besteed aan schijnbaar irrelevante gebeurtenissen, en de film heeft geen traditioneel happy end (zeker niet als je de film [louter] beschouwt als rechtbankdrama). De kijker die dit kan accepteren, zal echter kunnen genieten van een rijke, indrukwekkende film.

Bart Rietvink

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 22 augustus 1963