To Live and Die in L.A. (1985)

Regie: William Friedkin | 116 minuten | actie, misdaad | Acteurs: William Petersen, Willem Dafoe, John Pankow, Debra Feuer, John Turturro, Darlanne Fluegel, Dean Stockwell, Steve James, Robert Downey Sr., Michael Greene, Christopher Allport, Jack Hoar, Valentin de Vargas, Dwier Brown, Michael Chong, Jacqueline Giroux

Met ‘To Live and Die in L.A.’ keert William Friedkin terug naar het terrein dat hij eerder verkende in ‘The French Connection’: obsessie en de dunne lijn tussen goed en kwaad. Dit keer verruilt hij het grauwe New York van de jaren 70 voor het zonovergoten Los Angeles van de jaren 80. Met de kenmerkende warme gloed van Robby Müllers cinematografie verandert Friedkin L.A. in een neon-doordrenkt slagveld. De zonsondergangen kleuren oranje-rood, het bloed spat in diepe tinten en zelfs de betonblokken lijken te zweten.

De film volgt Richard Chance (William Petersen), een agent van de geheime dienst die na de moord op zijn partner verstrikt raakt in een nietsontziende jacht op geldvervalser Rick Masters (Willem Dafoe). Wat begint als een klassieke politiethriller ontspoort al snel tot een moreel moeras waarin idealen plaatsmaken voor obsessie.

Met zijn springerige loopje en hyperactieve bravoure zet William Petersen Chance neer als een hotshot-agent vol branie, die geregeld tegen de haren instrijkt — een man die zichzelf boven de wet waant en leeft alsof hij onsterfelijk is. Aan de andere kant is de jonge Willem Dafoe als Rick Masters ijzig, berekend en ondoorgrondelijk. Een kunstenaar én crimineel, met een haast sensuele kilte — de perfecte tegenpool voor Petersens rusteloze adrenalinejunk.

In een van de meest intrigerende scènes wordt tot in het kleinste detail getoond hoe vals geld wordt gedrukt — van het mengen van de inkt tot het drogen van het papier. De scène is klinisch, secuur en fascinerend in zijn precisie. Deze doet denken aan een scène in ‘The French Connection’, waarin Friedkin met dezelfde toewijding het testen van heroïne in beeld brengt. Het zijn dit soort momenten die getuigen van Friedkins drang naar realisme en authenticiteit. Niet zonder gevolgen: na de release probeerden verschillende mensen de procedure na te bootsen. De Secret Service was not amused.

En dan is er natuurlijk de inmiddels legendarische achtervolging. Waar Friedkin zich met ‘The French Connection’ al tussen de grootmeesters van de filmische achtervolging had geplaatst, doet hij er hier nog even een schepje bovenop. De scène is niet alleen een toonbeeld van subliem actiecinema — met messcherpe montage en bijna onmogelijke logistieke uitdagingen — maar werkt ook als metafoor voor het tegendraadse, roekeloze karakter van Chance. Het resultaat is een van de meest memorabele achtervolgingen in de filmgeschiedenis.

Gevat in zonlicht en bloed, ‘To Live and Die in L.A.’ is Friedkins hypergestileerde, technicolor-tegenhanger van ‘The French Connection’, waarbij — in ware jaren 80-stijl — alle knoppen een paar slagen verder worden opengedraaid. Waar het misschien ontbreekt aan de narratieve focus en de psychologische spanning van zijn voorganger, wordt dit goedgemaakt met bravoure, ritme en visuele flair.

Julian Meijer

Waardering: 4

Bioscooprelease: 6 februari 1986