Toutes directions (2026)

Recensie Toutes directions CinemagazineRegie: Noël Loozen | 88 minuten | komedie, drama | Acteurs: Fred Goessens, Michiel Kerbosch, Erik de Jong, Dries Smits, Frieda Pittoors, Irma van Hoof, Onur Aydin, Matti Stooker, Yari van der Linden, Linn Vandeborne

Serene beelden van Zuid-Limburgse rolluiken die langzaam open gaan onder begeleiding van Jo Erens’ ‘Lente in Limburg’ vormen de openingsscène van ‘Toutes directions’. De manier waarop debuterend regisseur Noël Loozen deze beelden vangt, zet direct de toon voor een absurdistische reis die alle kanten op kan gaan, maar ons toch echt naar Frankrijk brengt.

Sjef is 71 en is al sinds jaar en dag chauffeur van de lokale regiotaxi. Dagelijks brengt hij een gemêleerd gezelschap ouderen naar een buurthuis. Onderweg wordt uiteraard gestopt omdat iemand moet plassen en eenmaal op de bestemming zien we hoe het groepje op gortdroge wijze oefeningen doet met een skippybal. Loozen weet banale activiteiten als deze met een vrij statische cameravoering erg geestig te vangen.

Als Sjef van zijn baas abrupt de bons krijgt omdat zijn ogen niet meer goed genoeg zijn en hij maar eens lekker van zijn welverdiende pensioen moet genieten, trekt hij zijn eigen plan. De volgende dag haalt hij iedereen op zoals altijd, maar zet zijn koers zuidwaarts in richting Frankrijk. Wat volgt is een offbeat roadmovie waarbij de gedachten meermaals uitgaan naar een film als ‘Leningrad Cowboys Go America’ van Finse cineast Aki Kaurismäki; al is ‘Toutes directions’ een stuk subtieler.

In Limburg noemen ze een persoon als Sjef een ‘waerse prengel.’ Hij is eigenwijs en negeert alle belletjes van zijn baas die zijn geduld langzaam verliest. Fred Goessens vult de rol knap in en geeft Sjef een ontwapenende persoonlijkheid mee. Hoewel hij koppig is, wil hij het beste voor zijn reisgenootschap. Je krijgt sympathie voor een man die zijn hart op de goede plek heeft. Hij contempleert veel over het leven, maar ervaart evenwel dat een ordinair potje tongen op een plaatselijke kermis vaak genoeg kan zijn om alle kommer en kwel te vergeten.

Zoals de auto het in de film af en toe begeeft, is het tempo eveneens schokkerig en soms ongebalanceerd. In het eerste half uur wordt het gaspedaal niet echt ingedrukt en in het restant van de reis onttrek je je niet aan de indruk dat het wat repetitief voelt. Onderweg verliezen we wat mensen – wat dat betreft is ‘De Odyssee’ van Homerus nooit ver weg – maar ook betekenis. Want er worden ettelijke zaken in gang gezet die onbeantwoord blijven. Het zijn plooien die nog net wat verder gladgestreken mochten worden.

‘Toutes directions’ slaagt goed in het neerzetten van Limburgse nuchterheid en het persoonlijke, warme contact met de medemens. Je sluit deze excentriekelingen allemaal in je hart omdat alles uit een goed hart komt. Dat voel je. Dat een man met een ras-Limburgse naam als Ber wordt ingevuld door iemand die duidelijk van boven de rivieren vandaan komt, moeten we dan maar even voor lief nemen.

Dat Loozen barst van het talent staat buiten kijf. Het is een knap staaltje filmmaken waarbij alle radertjes in elkaar passen. Neem de dromerige score van Spinvis alias Erik de Jong, die overigens een hilarische rol speelt. Deze resoneert naadloos met de schitterende beelden. Die dynamische mise-en-scène is dan ook de sterkste troef van ‘Toutes directions.’ De camera staat constant op de juiste plek en de zogenaamde blocking is van een hoog niveau.

Niet ieder grapje slaat aan en niet iedere keuze pakt geweldig uit, maar we mogen ons in de handjes knijpen dat er in Nederland een regisseur is opgestaan met een uitgesproken stijl. De hints van surrealisme en voornamelijk de cynische doch vertederende kijk op de wereld maken van ‘Toutes directions’ een film die inzoomt op de vergankelijke mens die naargelang het leven vordert verankerde gewoontes dient los te laten.

Sjoerd Crins

Waardering: 3.5

Speciale vertoning: Nederlands Film Festival 2026
Bioscooprelease: 1 oktober 2026