Toy Story 4 (2019)

Recensie Toy Story 4 CinemagazineRegie: Josh Cooley | 100 minuten | animatie, avontuur | Originele stemmencast: Tom Hanks, Tim Allen, Annie Potts, Tony Hale, Keegan-Michael Key, Madeleine McGraw, Christina Hendricks, Jordan Peele, Keanu Reeves, Ally Maki, Jay Hernandez, Lori Alan, Joan Cusack, Bonnie Hunt, Kristen Schaal, Emily Davis, Wallace Shawn, John Ratzenberger, Blake Clark, June Squibb, Carl Weathers, Lila Sage Bromley, Don Rickles, Jeff Garlin, Estelle Harris, Laurie Metcalf, Steve Purcell, Mel Brooks, Alan Oppenheimer, Carol Burnett, Betty White, Carl Reineroceros, Bill Hader, Patricia Arquette, Timothy Dalton, Flea, Melissa Villaseñor, Jeff Pidgeon, John Morris

Vergeet alles wat je altijd dacht over vervolgfilms. Dat ze louter gemaakt worden om de kas mee te spekken, dat de films er per deel in kwalitatief opzicht steeds verder op achteruitgaan. Voor veel franchises gaat die filosofie misschien wel op, maar voor Disney/Pixars geliefde ‘Toy Story’-reeks absoluut niet. Sterker nog; de films lijken juist steeds beter te worden, meer diepgang te krijgen en de juiste emotionele snaar te raken. En dat in een genre waarin het beslist niet eenvoudig is om leven in de personages te blazen, dat zien we geregeld bij de concurrentie van Disney/Pixar. De thema’s die worden aangesneden in de ‘Toy Story’-films komen steeds meer tot de kern van ons bestaan. In het eerste deel – alweer daterend uit 1995! – zien we cowboypop Woody (stem van Tom Hanks) worstelen met het feit dat hij niet meer het enige favoriete stuk speelgoed is van de jongen Andy, en moet hij zijn jaloezie zien te overwinnen om uiteindelijk een onverwoestbare vriendschap te kunnen sluiten met Buzz Lightyear (Tim Allen). In ‘Toy Story 2’ (1999) wordt de vriendschap tussen de twee op de proef gesteld als Woody wordt meegenomen door een verzamelaar die hem het liefst in de originele verpakking in een vitrinekast zou willen zetten. Hier schiet Woody voor het eerst een gedachte door het hoofd die later nog vaak zou terugkeren als thema: wat als Andy op een gegeven moment op hem raakt uitgekeken? Een gedachte die in deel drie uit 2010 werkelijkheid wordt: Andy gaat studeren en het speelgoed wordt gedoneerd aan een kinderdagverblijf waar een afgedankte, zwaar gekrenkte teddybeer de dienst uitmaakt. Gelukkig krijgen Woody en zijn vrienden na een hachelijk avontuur op een vuilnisbelt een tweede kans, want de kleine Bonnie wordt hun nieuwe eigenaar.

Na drie films leek de cirkel rond te zijn, maar negen jaar na ‘Toy Story 3’ komt Disney/Pixar alsnog met een vierde film. Het verhaal was nog niet rond en vier belangrijke creatieve breinen uit de Pixar-stal – Lee Unkrich, Pete Docter, Andrew Stanton en John Lasseter – kregen zo’n ijzersterk idee dat ze de film wel móesten maken. Lasseter, die de eerste drie films geregisseerd had en dit vierde deel ook graag had willen draaien – raakte tijdens het productieproces betrokken bij een #MeToo-schandaal en trad terug, om zo plaats te maken voor Josh Cooley, een talentvolle animator die sinds 2004 als storyboard artist zijn sporen verdiende bij de studio en na de short ‘Riley’s First Date?’ (2015, die ‘Inside Out’ vergezelde in de bioscopen) zijn eerste lange animatiefilm mocht regisseren. ‘Toy Story 4’ is in de kern een liefdesverhaal, waarin Woody zijn vroegere vriendinnetje Bo Peep (Annie Potts) weer tegen het lijf loopt. Bo Peep was niet te zien in de derde film, en waarom dat was wordt in een epiloog in dit vierde deel uitgelegd. Overigens zien we in deze eerste minuten van ‘Toy Story 4’ al dat Pixar nog altijd op duizelingwekkende hoogte staat in animatieland: de animaties zijn zo levendig, warm en levensecht dat je amper in de gaten hebt dat je naar een tekenfilm zit te kijken.

Alle bekende poppen uit de vorige delen duiken ook in deze film op: behalve Woody en Buzz zien we onder anderen ook Mr. en Mrs. Potato Head, Jessie en Bullseye, Hamm, Slinky en Rex. Ze hebben het allemaal goed naar hun zin bij het meisje Bonnie, behalve Woody. Bij Andy was hij altijd nummer één, maar Bonnie laat hem regelmatig ongebruikt in de kast liggen en dat begint te knagen. Woody zoekt een doel in zijn leven, en dat lijkt zich snel genoeg aan te dienen. Bonnie gaat namelijk voor het eerst naar de kleuterschool en dat vindt ze best spannend. Woody glipt mee in haar rugzak en probeert haar op haar eerste dag ongemerkt wat op weg te helpen. En dat lukt heel aardig, want Bonnie slaat aan het knutselen en creëert zo met een spork (gecombineerde wegwerplepel en -vork), wat pijpenragers, opplakoogjes en een gebroken ijsstokje een nieuw vriendje dat ze Forky (Tony Hale) noemt. Het in elkaar geknutselde figuurtje wordt direct gebombardeerd tot Bonnies nieuwe favoriete speelgoed, maar blijkt zelf in een soort identiteitscrisis te zitten: omdat het in zijn hoofd zit dat hij afval is, duikt hij elke prullenbak in die hij tegenkomt. Om Bonnie voor een groot drama te behoeden, duikt Woody er telkens achteraan om Forky te redden. Ook als de nieuweling tijdens een campertripje van Bonnie en haar ouders langs de snelweg uit het raam springt. Tijdens de wandeltocht van de snelweg naar de camping ontwikkelt zich een hechte band, maar dan wordt Forky in een oude antiekwinkel ontvoerd door de klassieke sprekende pop Gabby Gabby (Christina Hendricks) en haar doodenge legertje buikspreekpoppen. Aan Woody de taak zijn nieuwbakken vriend te redden (en op die manier zijn bestaansrecht in de speelgoedcollectie van Bonnie opnieuw op te eisen). Hij krijgt daarbij hulp van een oude bekende…

Elke ‘Toy Story’-film volgt in feite een zelfde patroon: één of enkele stukken speelgoed raken verwijderd van de groep of van hun eigenaar en moeten de nodige hobbels overwinnen om zich weer met elkaar te kunnen herenigen. Dat klinkt vrij basaal, en dat is het op papier ook. Waar Pixar zijn winst boekt en de harten van de kijker keer op keer mee steelt, is met de emotionele diepgang in hun verhalen. De personages, ook al zijn het poppen gemaakt van stof, pluche, plastic of porselein, maken een ontwikkeling door die hen niet alleen tot leven wekt, maar die existentiële levensvragen weet aan te wakkeren. Woody denkt na over de zin van zijn bestaan: is er nog leven als mijn eigenaar mij niet meer wil/nodig heeft? Wat is het lot van afgedankt speelgoed? Hoe vul ik mijn leven in als er niet meer met me gespeeld wordt? Poppen als Woody zijn afhankelijk van de grillen van een kind. Bo Peep bewijst echter het tegendeel; het porseleinen herderinnetje werd weggegeven maar wist de draad van haar leven weer op te pakken en leeft nu als een vrijgevochten, levenslustige nomade. Zou dat er voor Woody ook in zitten? Of is hij bang het niet te redden zonder die vaste thuisbasis en neemt hij genoegen met een plek in de kast?

‘Toy Story 4’ zit vol met dit soort vragen en graaft diep, maar weet het desondanks luchtig te houden. Een reeks nieuwe personages wordt geïntroduceerd, waarbij met name ongeremde kermisknuffels Ducky (Keegan-Michael Key) en Bunny (Jordan Peele) en de gedumpte Canadese stuntpiloot Duke Caboom (Keanu Reeves) voor de nodige hilariteit zorgen. Achter elk figuurtje gaat een verhaal schuil, dat tussen alle adembenemende animaties, het stevige tempo waarin de achtervolgingen elkaar opvolgen en alle geniale referenties naar eerdere films (bekijk de schappen in de tweedehands antiekwinkel maar eens goed!) door uit de doeken gedaan wordt. Op die wijze werkt ‘Toy Story 4’ toe naar een fenomenaal emotioneel slot, dat al die levensvragen nog maar eens kort en bondig samenvat en tot een eindconclusie komt die nog lang blijft rondzingen. Houden van is ook loslaten. Dat geldt zeker voor deze ‘Toy Story’-franchise. Knap als je het hierbij weet droog te houden!

Patricia Smagge

Waardering: 5

Bioscooprelease: 26 juni 2019