Tre fratelli – Three Brothers (1981)

Regie: Francesco Rosi | 113 minuten | drama | Acteurs: Philippe Noiret, Michele Placido, Vittorio Mezzogiorno, Andréa Ferréol, Maddalena Crippa, Rosaria Tafuri, Marta Zoffoli, Tino Schirinzi, Simonetta Stefanelli, Pietro Biondi, Charles Vanel, Accursio Di Leo, Luigi Infantino, Girolamo Marzano, Gina Pontrelli, Ferdinando Greco, Cosimo Milone, Ferdinando Murolo, Maria Antonia Capotorto, Francesco Capotorto, Cristofaro Chiapparino

De naam van de Russische schrijver Andrei Platonov zal niet bij iedereen direct een belletje doen rinkelen. Veel van zijn vak- en tijdgenoten – onder wie Ernest Hemingway – hadden hem echter hoog zitten. Platonovs roman ‘The Third Son’ vormt de basis voor de film ‘Tre fratelli’ (1981) van de Italiaanse cineast Francesco Rosi. Zowel in het Rusland (Sovjet-Unie) van Platonov als in het Italie van Rosi spelen familiebanden een grote rol en drukt ook religie een stevig stempel op het alledaagse leven (al wordt dat steeds minder). Beide landen gingen enige tijd gebukt onder het juk van een dictator (respectievelijk Stalin en Mussolini). Om het oorspronkelijke verhaal in een Italiaans jasje te gooien, schakelde Rosi de hulp in van de befaamde scenarist Tonnino Guerra, die eerder werkte met Fellini en Antonioni, een groot bewonderaar was van Russische cinema en enkele jaren na ‘Tre fratelli’ zou werken met Andrei Tarkovsky.

In ‘Tre fratelli’ draait het om drie broers die opgroeiden op het platteland in het zuiden van Italië, maar daarna elk hun eigen weg zijn gegaan. De oudste, Raffaele (Philippe Noiret), is een succesvol rechter in Rome, voor wie het in het door terroristische bewegingen getergde Italië steeds moeilijker wordt om zijn vak uit te oefenen. De idealistische Raffaele is gevraagd voor een grote, belanghebbende zaak maar twijfelt of hij op dat aanbod in moet gaan, zeker omdat zijn vrouw hem smeekt het niet te doen. Rocco (Vittorio Mezzogiorno), de middelste broer, is minstens zo idealistisch. In Napels leidt hij een heropvoedingsgesticht voor ontspoorde jongeren. Hij doet er alles aan om de jeugd op het rechte pad te houden en is er zo veel mee bezig dat hij geen tijd heeft om een gezin te stichten. De jongste broer, Nicola (Michele Placido), heeft zo zijn eigen problemen. Zijn huwelijk met een geëmancipeerde Turijnse is op de klippen gelopen en zijn baan in een autofabriek staat op de tocht, omdat hij een van de voorgangers is in de strijd om betere arbeidsvoorwaarden en stakingen voorbereid. De drie broers komen na jaren samen voor de begrafenis van hun moeder. De dood brengt de drie uit elkaar gegroeide broers samen, terwijl hun achtergebleven vader (Charles Venel) een band opbouwt met zijn enige kleindochter (Marta Zoffoli). Rosi grijpt de dood van moeder aan als aanleiding om – in de persoon van de drie broers – een pamflet te presenteren voor politieke, sociale en maatschappelijke thema’s die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig een belangrijke rol speelden in de Italiaanse samenleving. Rechters en advocaten die bepaalde misstanden aan de kaak probeerden te stellen, moesten dit regelmatig met hun leven bekopen (zeker degenen die corruptie en maffiapraktijken onder de loep nam werd ‘n doelwit voor aanslagen). Tegelijkertijd was het land – en met name de stad Napels – in de greep van jeugdcriminaliteit en speelden in het geïndustrialiseerde noorden arbeiderskwesties. De manier waarop Rosi en scriptschrijver Tonnino deze zaken in hun scenario invoegen, is niet altijd even subtiel. De dialogen lijken hier en daar rechtstreeks uit een studieboek te komen en doen geforceerd aan. Waar de film beter in slaagt, zijn de onderlinge dramatische verbanden en de persoonsontwikkelingen. Familiebanden zijn essentieel, wordt maar weer eens onderstreept. Terug op de plek waar ze opgroeiden, komen de broers dichter tot zichzelf. Het rustige, gemoedelijke platteland is een verademing vergeleken met hun hectische leven in de grote stad.

‘Tre fratelli’ blinkt uit in het acteerwerk. Met Noiret, Placido en Mezzogiorno heeft Rosi een drietal acteurs weten te strikken dat zeker weet te overtuigen, maar het is veteraan Charles Venel die de show steelt als hun stokoude vader die eenzaam en alleen achterblijft nu zijn vrouw er niet meer is. De flashbacks (waar Rosi overigens even gortig mee is als met droomscènes) waarin hij terugdenkt aan onvergetelijke momenten die ze samen deelden, zijn hartverwarmend en Venel zelf is ontroerend en innemend. De mooiste scènes uit de film deelt de Franse veteraan met zijn kleindochter (prima rol van de achtjarige Marta Zoffoli), met wie hij een bijzondere band opbouwt. Zij lijken de enige twee personages die met beide benen op de grond staan, die geluk halen uit kleine dingen. De vier mannelijke hoofdpersonen hebben allemaal een droom, maar die van opa is de enige die warm en liefdevol is. ‘Tre fratelli’ staat bol van de symboliek en verwijzingen (vergelijk bijvoorbeeld Marta die in het graan speelt met oma die op het strand het zand door haar vingers laat glippen). Op dit niveau werkt de film stukken beter dan als maatschappijkritisch pamflet. ‘Tre fratelli’ is een sterk geacteerd drama dat te veel hooi op zijn vork neemt door politieke, sociale en maatschappelijke kritiek te leveren op de Italiaanse samenleving. Had Francesco Rosi zich beperkt tot uitsluitend de familiebanden, dan was dit een waar meesterwerk geweest, dat met kleine scènes groots uithaalt. Nu zit er – door de overdaad aan ‘zakelijke informatie’, die de personages doen streven naar hogere idealistische doelen, nét iets te veel ruis op de lijn. Desondanks levert Rosi opnieuw een sterke film af.

Patricia Smagge