Tropical Malady-Sud Pralad (2004)

Regie: Apichatpong Weerasethakul | 118 minuten | drama, romantiek, fantasie | Acteurs: Banlop Lomnoi, Sakda Kaewbuadee, Huai Dessom, Sirivech Jareonchon, Udom Promma

Originaliteit is een relatief begrip. Sommige films worden al origineel genoemd als zij slechts een fractie van de gebaande paden afwijken, andere als zij van een bizarre premisse uitgaan, zoals ‘Eternal Sunshine of the Spotless Mind’ (2004) of ‘Being John Malkovich’ (1999). Wat de Thai Apitchatpong Weerasethakul echter laat zien in zijn film ‘Tropical Malady’ is van een heel ander kaliber. Deze productie is zo origineel dat het nauwelijks in bestaande kaders is te vatten.

De plot van ‘Tropical Malady’ is eenvoudig genoeg. In het eerste deel wordt een soldaat verliefd op een jonge dorpeling en zijn we getuige van het spel van aantrekking en afstoting. Het tweede deel gaat over dezelfde soldaat die in de jungle op jacht gaat naar een sjamaan die zich ’s nachts verandert in een tijger.

Wat het tweede deel precies te maken heeft met het eerste is aan de kijker om uit te maken. Het lijkt allemaal te draaien om de verscheurende kracht van de liefde, om overgave, om de oerdriften die van ieder mens jager en prooi op het terrein van de liefde maken. Soms lijkt het tweede deel ook op een verbeelding vanuit het onderbewuste van de gebeurtenissen in het eerste deel. Regisseur Weerasethakul zelf is van menig dat iedere kijker maar zijn eigen invulling moet geven en in dat licht is iedere interpretatie even juist als irrelevant.

Onalledaagser nog dan de opbouw is de manier waarop Weerasethakul de film heeft vormgegeven. Beelden en geluiden lijken zich soms een beetje en soms een heel eind buiten de dagelijkse realiteit te bevinden. Van een starende tijger en een groepsportret met lijk, tot een pratende aap; een nieuwe werkelijkheid, die soms meer lijkt op de wereld van de droom dan op die van alledag. Het is een wereld met zijn eigen innerlijke logica, een wereld die meer een beroep doet op associatief vermogen dan op rationeel begrip. Een betoverende wereld kortom, die je niet moet bekijken maar moet ondergaan. Vraag is wel of die betovering ook standhoudt bij een vertoning buiten de bioscoop, maar in het duister van de filmzaal, met alleen de beelden en geluiden van het oerwoud om je heen, is het een zeldzame ervaring.

Originaliteit is een relatief begrip en het is ook uiterst schaars. Dat moeten ze in Cannes ook hebben gedacht want daar won ‘Tropical Malady’ in 2004 de Prix de Jury. Een verdiend succes voor deze fascinerende film die als een tropenkoorts in de geest van de toeschouwer kruipt. En die junglegeluiden blijf je nog uren horen. Pure magie.

Henny Wouters