Turtles Can Fly-Lakposhtha parvaz mikonand (2004)

Regie: Bahman Ghobadi | 98 minuten | drama, oorlog | Acteurs: Soran Ebrahim, Avaz Latif, Saddam Hossein Feysal, Hiresh Feysal Rahman, Abdol Rahman Karim, Ajil Zibari

Het lijkt zo’n vredig tafereel. Een groen, glooiend landschap met jongens en meisjes die aardbeien plukken. De zon schijnt uitbundig, de kinderen werken langzaam en geconcentreerd, knielend boven het gras met hun manden op de rug. Een jongen die beide armen mist plukt eenvoudig met zijn mond. Het zijn alleen geen aardbeien die hier geplukt worden maar landmijnen.

In de internationale coproductie ‘Turtles Can Fly’ worden op indrukwekkende wijze de gevolgen van een oorlog getoond. De film speelt in een Koerdisch vluchtelingenkamp waar ontheemde kinderen een enigszins normaal leven proberen te leiden. Aan de ene kant zien we de echte survivors, zoals Satelliet, een scharrelaar van 13 jaar die met zijn nog jongere helpers allerlei klusjes opknapt. Moeten er antennes worden geïnstalleerd, mijnen geruimd of wapens gekocht, Satelliet kan ervoor zorgen.

Hier tegenover staan de lichamelijk en mentaal verminkten, zoals Hengov, een helderziende jongen die beide armen mist. Met zijn zusje Agrin en hun kleine broertje vormt hij een alternatief gezinnetje. Het jongetje is blind en het zusje kan het leven niet meer aan. Later in de film zal de reden hiervan blijken. Dan wordt ook Agrins afkeer verklaard van de kleine jongen, die niet haar broertje blijkt te zijn.

Regisseur Ghobadi heeft voor de meeste rollen kinderen gevraagd die afkomstig zijn uit de Koerdische kampen. Dat verklaart de authentieke uitstraling en het naturel waarmee de jonge acteurs spelen. Vooral Avaz Latif maakt een geweldige indruk als de getraumatiseerde Agrin. De ouwelijke, dodelijk vermoeide blik waarmee het jonge meisje de wereld inkijkt zegt meer over de gruwelen van de oorlog dan welke expliciete scène dan ook.

Niet alleen het acteren is prima, ook de visuals zijn fraai, het verhaal boeit en er is zelfs ruimte voor een beetje humor. Maar wat ‘Turtles Can Fly’ tot een werkelijk prachtige film maakt, is de wijze waarop Ghobadi zijn verhaal vertelt. Zonder beschuldigingen aan het adres van Irak, Turkije of Amerika en zonder sentimentalisme heeft de regisseur een indringende antioorlogsfilm gemaakt. Door zich volledig te focussen op de jonge kampbewoners, laat hij de diepste wonden zien die een oorlog kan slaan. Nooit verworden de kinderen daarbij tot louter slachtoffer en dat maakt hun lot alleen maar schrijnender.

Prachtig monument voor alle kleine aardbeienplukkers van deze wereld.

Henny Wouters