Two Orphan Vampires – Les deux orphelines vampires (1997)

Regie: Jean Rollin | 103 minuten | horror | Acteurs: Alexandra Pic, Isabelle Teboul, Bernard Charnacé, Nathalie Perrey, Anne Duguël, Nathalie Karsenty, Anissa Berkani-Rohmer  

‘Alle magische meisjes zijn meisjes zoals Henriette en Louise’, aldus een van de hoofdpersonen in het surrealistische ‘Two Orphan Vampires’: een verhaal over innige vriendschap, escapisme en bloeddorst. Een macabere mix die alleen uit de geest van Jean Rollin ontsnapt kan zijn en die ook alleen hij tot een geloofwaardige film kan maken.

‘Two Orphan Vampires’ is de enige film van Rollin die gebaseerd werd op een boek van de regisseur, wat wellicht de universele thematiek in de film verklaart. Behalve een film over twee vampiermeisjes die alleen ‘s nachts kunnen zien en deze tijd gebruiken om op avontuur te gaan, is de film ook het verhaal van twee hartsvriendinnen die het samen tegen de wereld opnemen. Sinds het overlijden van hun ouders (hoewel niemand precies weet waar de meisjes vandaan komen) zijn zij op elkaar aangewezen en door met elkaar een fantasiewereld in stand te houden weren zij zich tegen de in hun ogen kwaadaardige buitenwereld. Alles en iedereen die zij tegenkomen krijgt een plek in hun droomwereld. Een verwarde vrouw die zij ‘s nachts ontmoeten zien zij aan voor een weerwolf en terwijl zij op de vlucht zijn voor vampierjagers krijgen zij onderdak van een medevampier voorzien van vleermuisvleugels. Deze fantasieën zijn voor de meisjes een middel om tegenwicht te bieden aan de sleur van alledag, welke zij als een inperking van hun vrijheid ervaren. Door te fantaseren dat zij Azteekse vampiergoden zijn kunnen zij hieraan ontsnappen. Rollin laat hierbij mooi in het midden wat er waarheid is en wat zich slechts in de fantasie van de meisjes afspeelt, wat de betoverende sfeer van de film versterkt.

Die sfeer vormt ook meteen de voornaamste aantrekkingskracht van de film. Rollin, die toch vaak in gehaaste toestanden zijn films heeft moeten opnemen wegens een tekort aan financiering, lijkt ditmaal de tijd te hebben genomen. Het tempo van de film verloopt rustig en nergens voelt de noodzaak om de zaken te verklaren. Rollin schotelt zijn publiek slechts de dromerige beelden voor van verlaten kerkhoven, de donkere straten van Parijs en de lange conversaties tussen de meisjes waarbij zij verdwaald in de verte staren. Hij laat het verder aan de kijker over om hier duiding aan te geven. De voornaamste verhaallijn, waarin de meisjes geadopteerd worden uit het weeshuis door een dokter, dient slechts als omlijsting. De gebeurtenissen in de film volgen elkaar vooral fragmentarisch op en lijken weinig relatie tot elkaar te hebben. Het is de schoonheid van de verbeelding en het avontuur dat voorop staat voor Rollin, een verhaallijn legt hem alleen maar beperkingen op en wordt daarom zoveel mogelijk vermeden.

Hoewel Rollin niet vies is van het nodige naakt en bloed om het publiek te behagen, laat hij dit in ‘Two Orphan Vampires’ grotendeels achterwege. Slechts eenmaal laat hij de actrices uit de kleren gaan en ook van de vele bijtpartijen in de film is weinig te zien. De film moet het grotendeels hebben van sfeervolle locaties en gedegen camerawerk, welke voor een dromerige ambiance zorgen, die zo typerend is voor de films van Rollin. Aangevuld met een fragmentarisch verteld verhaal en prachtige muziek levert dat een film op die tot de beste uit het oeuvre gerekend mag worden.

Sander Colin