Vampire Hunter D (1985)

Regie: Toyodo Ashida, Carl Macek | 80 minuten | actie, animatie, fantasie, science fiction, horror | Acteurs: Ichirô Nagai, Hideyuki Tanaka, Kôichi Yamadera, Megumi Hayashibara, Seizô Katô, Motomu Kiyokawa, Yasuo Muramatsu, Satoko Kifuji, Kaneto Shiozawa, Kazuko Yanaga, Michie Tomizawa, Keiko Toda

Na het succes van ‘Vampire Hunter D: Bloodlust’ uit 2000 leek het distributeur A-Film wel een goed idee om de illustere voorganger dan ook maar uit te brengen. Het eerste deel rond de ronddolende vampier D verscheen al in 1985 en geniet een zekere cultstatus. Helaas wil niet alles dat ‘cult’ is per definitie ‘goed’ zijn. Iets dat zeker geldt voor deze ‘Vampire Hunter D’. Daarover later meer.

Eerst maar eens naar het verhaal kijken. In ‘Vampire Hunter D’ draait het om de mysterieuze D: half mens/half vampier. Als geslacht van het gevreesde ‘Dunpeal-ras’ doolt D in eenzaamheid rond door het Japan van 12090. D verdient zijn brood als huurling die tegen forse betalingen mensen redt uit handen van gevaarlijke demonen, monsters en vampiers. Als het jonge meisje Doris (Megumi) ontvoerd wordt, roept een professor de hulp in van de verdoemde Dunpeal. D zal hard moeten vechten om Doris te bevrijden uit de klauwen van graaf Magnus Lee (Katô).

Als je hoopt dat ‘Vampire Hunter D’ net zo enerverend en flitsend is als de opvolger uit 2000 dan zul je teleurgesteld worden. Diep teleurgesteld. Deel één lijkt in niets op zijn opvolger. De gothische stijl en de depressieve sfeer uit ‘Bloodlust’ kom je amper tegen in deze episode. D blijft een inhoudsloos personage zonder enige vorm van diepgang. En dat steekt. Zeker als je nagaat dat de film om zijn persoontje draait.

De grootste schok uit deze film is wel dat er vrolijke kindertjes in meespelen. D verandert in de loop van het verhaal in een goedaardige kindervriend die zonder moeite bemoedigende en vaderlijke woorden uitkraamt tegen schattige anime-jochies. Het tragische karakter van onbegrepen eenling op zoek naar geld uit ‘Bloodlust’ is bijna compleet verdwenen in deze film. In het vervolg is het karakter van de dolende Dunpeal flink in de ‘extreme make-over’ gesmeten.

Maar goed, waar het om draait is natuurlijk of deze alweer twintig jaar oude film op eigen benen kan staan. Het is niet fair om een cartoon met flink wat jaartjes op de teller te vergelijken met een film die gebruik maakt van de nieuwste animatietechnieken. Kortom, kunnen fans van ‘Bloodlust’ toch nog wat plezier halen uit de anime waarmee de saga begon?

Het antwoord is een voorzichtig ‘ja’. Hoewel de film uiteraard niet mee kan met de state-of-the-art animatie van tegenwoordig, is de film nog redelijk genietbaar. De waas van mysterie rond de Dunpeal is nog steeds aanwezig. D mag dan weinig tot geen diepgang bezitten in deze voorloper, maar zijn charisma en ‘bad ass attitude’ is wel duidelijk voelbaar. Maar wil je daarvan genieten, dan zul je heel wat oneffenheden en tekortkomingen moeten slikken.

‘Vampire Hunter D’ ziet er namelijk erg mat en grof uit. De animatie is houterig, het kleurgebruik is flets en zuurstokrood en de soundtrack is hopeloos verouderd. De actie wordt steevast vergezeld door hoofdpijnopwekkende stroboscoopeffecten en een migraine-oproepende voice-cast. Personages schreeuwen met schelle stemmetjes over een door electrische gitaren gedomineerde soundtrack. En zelfs de meest verstokte metalfan zal flink door moeten bijten om de gitaarsolo’s te doorstaan.

Het kleurgebruik is een aparte alinea waard. Hoe de makers in staat zijn geweest om zo’n chaotisch kleurenpalet in mekaar te flansen is indrukwekkend. Gifgroen gras in combinatie met kobaltblauwe schoenen en in oranje gehulde personages doen echt pijn aan de ogen. Ook roze tinten in combinatie met lichtblauwe tekeningen ogen ontzettend psychedelisch, maar dan op een slechte manier. Plots opzwellende stroboscoopeffecten maken de wirwar aan kleur af.

Zoals gezegd is de voice-cast ook tenenkrommend. Vooral Migumi is irritant als schreeuwerig en hijgend Manga-meiske. Je moet er van houden dus. D wordt dan weer wel goed ingesproken door een man met zware stem. Zo hoort dat nu eenmaal bij stoere personages.
De actie is redelijk. De zwaardgevechten worden goed in beeld gebracht en de onverwachte plotwendingen maken het actiegedeelte nog best amusant. Zeker als je nagaat dat je met een ruim twintig jaar oude cartoon te maken hebt. Als de tekenfilm halverwege meer aandacht besteedt aan D wordt het verhaal ineens een stuk interessanter en leuker. De irriterende koters krijgen minder speelruimte en dat doet de film veel goed.

Concluderend kun je als verstokte ‘D’ fan deze film wel een kans geven, maar dan moet je wel door heel wat minpunten heenprikken. Heb je niets op met de blanke voorvader van vampierenslachter ‘Blade’ dan kun je deze film met een gerust hart overslaan.

Frank v.d. Ven