Velvet Goldmine (1998)

Regie: Todd Haynes | 124 minuten | drama, muziek | Acteurs: Ewan McGregor, Jonathan Rhys Meyers, Christian Bale, Toni Collette, Eddie Izzard, Emily Woof, Michael Feast, Janet McTeer, Mairead McKinley, Luke Morgan Oliver, Osheen Jones, Micko Westmoreland, Damian Suchet, Don Fellows, Ganiat Kasumu, Ray Shell, Alastair Cumming,
Jim Whelan, Sylvia Grant, Tim Hans, Ryan Pope, Callum Hamilton, Matthew Glamour, Daniel Adams, Joe Beattie, Sarah Cawood, David Hoyle, Winston Austin, Justin Salinger, Brian Molko, Antony Langdon, Xavior, Steve Hewitt, Guy Leverton, Vinney Reck, Keith-Lee Castle, Alan Fordham, Jono McGrath, Perry Clayton, Donna Matthews, Ritz, Stefan Olsdal

‘Glam’ mag heden ten dage dan zo goed als weg zijn uit de muziekscene – op enkele komische aberraties als ‘The Darkness’ en ‘Scissor Sisters’ na – begin jaren 70 waren het de opgedirkte, glitterende jongens die een hele nieuwe invulling gaven aan de ‘vrije liefde’ van de hippie-cultuur. Biseksualiteit, androgyniteit, make-up, glamour en een buitenaards alter-ego hoorden er allemaal bij en vonden hun ultieme belichaming in David Bowie’s ‘Ziggy Stardust’. Naar deze Ziggy Stardust is Brian Slade (Jonathan Rhys Meyers) in ‘Velvet Goldmine’ gemodelleerd, maar David Bowie liet weten dat zijn liedjes niet gebruikt mochten worden en de film is zeker geen biopic.

Regisseur Todd Haynes (die samen met James Lyons het script voor de film schreef) had voordat hij ‘Velvet Goldmine’ maakte al op creatieve wijze de mannenliefde in beeld gebracht, maar in deze film leeft hij zich uit met een postmodern en pretentieus script. De veelvuldige verwijzingen naar ‘werkelijke’ popgeschiedenis (enkele voorbeelden: de titel van de film verwijst naar een B-kantje van David Bowie, Brians achternaam ‘Slade’ verwijst naar een glam-band en zijn alter ego ‘Maxwell Demon’ ontleent zijn naam aan Brian Eno’s eerste bandje), de vele citaten uit het werk van Oscar Wilde (die volgens de film een glam-ster avant la lettre was) en een narratieve structuur gebaseerd op ‘Citizen Kane’ (1941) maken van ‘Velvet Goldmine’ een wat volle film, maar dat pretentieuze past perfect bij het tijdperk dat de film wil verbeelden. En de manier waarop dit verbeeld wordt is ook zo wervelend, glitterend en glamoureus als je het je voor kunt stellen.

Nooit zagen Ewan McGregor (als Iggy Pop-achtige rock-‘n-roll-junkie Curt Wild, Brian Slade’s grote liefde) en Jonathan Rhys Meyers er zo aantrekkelijk uit. Rhys Meyers’ immer lege blik is nu eens helemaal geschikt voor de rol die hij speelt, en wordt ineens verleidelijk, onschuldig en zelfs wanhopig. Want net als Ziggy Stardust is Maxwell Demon gemaakt om ten onder te gaan. Het is echter niet (zoals bij bijvoorbeeld Jim Morrison het geval was) de persoon zelf die sterft, maar de ‘stage persona’: Brian Slade ‘faket’ zijn eigen dood. Tien jaar na die gebeurtenis wordt journalist Arthur Stuart (Christian Bale) er op uitgestuurd om na te gaan wat er met Brian gebeurd is. Arthur was als verwarde tiener een groot fan van Brian, maar hij wil dit verleden vergeten, aangezien zijn ouders hem verstootten vanwege zijn homoseksuele gevoelens. Drama ten top dus, als juist deze man interviews moet afnemen bij mensen als Brian Slade’s oude manager en zijn ex-vrouw (een gevarieerde, goed uitgewerkte rol van Toni Collette). Drama en spanning zijn dan wel aanwezig in ‘Velvet Goldmine’, maar zij zijn ondergeschikt aan het spetterende uiterlijke en muzikale vertoon.

Met ‘Velvet Goldmine’ kijk je niet alleen je ogen uit, je oren hebben minstens evenveel plezier: van Lou Reeds schattige ‘Satellite of Love’ tot the Stooges ‘T.V. Eye’ en van Thom Yorke die Brian Ferry’s ‘Bitter-Sweet’ zingt op de soundtrack tot Brian Molko die zelf in de film verschijnt als glinsterende ‘Flaming Creatures’ zanger en samen met zijn band (al zit bassist Stefan Olsdal in de film bij een andere band) “20th Century Boy” van T-Rex covert. ‘Velvet Goldmine’ is heerlijk over-the-top vermaak met een schitterend zwart randje.

Emy Koopman