Vital (2004)

Regie: Shinya Tsukamoto | 83 minuten | drama, thriller | Acteurs: Tadanobu Asano, Nami Tsukamoto, Kiki, Kazuyoshi Kushida, Lily, Hana Kino, Gô Rijû, Jun Kunimura, Ittoku Kishibe, Masato Tsujioka

Shinya Tsukamoto is een ware alleskunner. Voor ‘Vital’ neemt hij vele taken op zich: hij regisseert, produceert, hanteert de camera, monteert, schrijft het scenario en componeert de muziek. Ook lijkt hij zichzelf, vooral de laatste jaren, met iedere film opnieuw uit te vinden. Of liever gezegd, hij slaat iedere keer nieuwe wegen in. Hij werd bekend met de cyberpunkklassieker ‘Tetsuo: The Iron Man’ (1988), over een man die deels machine wordt; maakte met ‘Gemini’ (1999) een originele, onderhuidse thriller die tegelijk zowaar een half kostuumdrama was; en met ‘Snake of June’ (2002) leverde Tsukamoto een erotische thriller af, die een psychologische exploratie was van vrouwelijke sexualiteit.

Dan is er ‘Vital’, een psychologisch, Cronenbergiaans aandoend drama dat zich richt op verwarde, destructieve personen die middels het opzoeken (en overschrijden) van lichamelijke grenzen, een mentale afleiding of bevrediging proberen te vinden. De hoofdpersonen doen aan wurgsex (met de nadruk op het wurgen) en op een gegeven moment vraagt Ryoko zich, net als de hoofdpersonages in Cronenbergs ‘Crash’ (1996) af hoe (lekker) het zou voelen om een (auto)botsing mee te maken.

Het is de manier waarop de centrale personages met zichzelf in de knoop zitten die de film drijft en het grootste aandachtpunt van de film is, en niet de gruwelijkheden van het wroeten in een lijk. Dit aspect van de film wordt namelijk betrekkelijk subtiel ingezet. Afgezien van het wat onplezierige klinkende geluid van het doorklieven en zagen van de ribbenkast, waar we in één bepaalde scène mee geconfronteerd worden, is er eigenlijk weinig reden tot huiveren. De autopsiescènes worden niet sensationalistisch gebracht, maar gewoon als een normale practicumles voor medicijnenstudenten. De ingewanden worden ook niet heel veel in beeld genomen. Het gaat vooral om de reactie van Hiroshi. We zien shots van zijn (al dan niet afgewende) gezicht, en van de prachtige anatomische tekeningen die hij van het lichaam maakt.
Het is natuurlijk erg toevallig dat Hiroshi het lichaam van zijn overleden vriendin te behandelen krijgt, maar het idee om via dit lichaam de innerlijke belevingswereld van Hiroshi en zijn relatie met Ryoko te exploreren is erg goed gevonden. Langzaam maar zeker begint hij flarden van zijn geheugen (of dromen) terug te krijgen, en samen met de aanvankelijk afstandelijke ouders (want ze houden hem verantwoordelijk voor de dood van hun dochter) van Ryoko probeert hij ook het leven van zijn vriendin beter te begrijpen. Wanneer raakte zij precies de weg kwijt, of zoals haar vader stelt, wanneer verdween het licht uit haar? Via de letterlijke ontleding van het lichaam vindt er dus een mentale ontleding plaats van de psyches van Hiroshi en Ryoko, waar het eigenlijk om draait.

Het is wat spijtig dat we nooit echt een goed beeld krijgen van de psyches van deze mensen. Tadanobu Asano’s Hiroshi is erg zwijgzaam en stoïcijns en geeft weinig inzichten in zijn eigen gevoelens, al weet de erg goed acterende Asano toch nog verbazingwekkend veel humaniteit en emoties te laten doorschemeren. Vooral Ryoko is moeilijk te doorgronden. We zien haar in haar extreme lichamelijke interacties met Hiroshi en verder zien we haar zich nog op een andere lichamelijk manier uitdrukken, namelijk door middel van expressieve dans. In verschillende droom- of flashbacksequentie (dat is niet helemaal duidelijk) is ze aan het dansen in een grot en later op het strand, met bevrijdende, maar vaak ook pijn uitstralende bewegingen.

Een erg krachtig, emotioneel gedeelte is wanneer Hiroshi aan het einde van de anatomieperiode het lichaam netjes in de kist moet uitstallen, met een waaier hier, en verse bloemen daar. Heel plechtig, zoals het hoort, voert hij alle onderdelen uit, samen met zijn medestudenten en “hun” lichamen, maar met toevoeging van een zakje snoepjes, dat hij had gekregen van haar ouders. Hij doet de kist uitgeleide, samen met haar familie. En aan het eind vind er een prachtig moment plaats tussen Hiroshi en het meisje dat (romantische) toenadering zocht maar nul op het rekest vond. Hij loopt op haar af, en leunt met zijn hoofd zachtjes tegen haar hoofd, uiteindelijk “sorry” zeggend (omdat hij niet op haar avances in kon gaan).

De film heeft een prettig, langzaam tempo en is mooi vormgegeven. De meeste beelden hebben een vrij koude, blauwe kleur, die goed past bij de stemming van de personages. Ook de composities weerspiegelen vaak de psychologische wereld, met veel shots met van elkaar afgekeerde hoofden en lichamen, waar (regisseur) Michelangelo Antonioni (‘L’Avventura’ (1960), ‘Blow Up'(1966)) altijd veel gebruik van maakte.

Jammer van die wat afstandelijk blijvende centrale relatie. Het coda is hierdoor niet zo krachtig als het had kunnen zijn. Desalniettemin is ‘Vital’ een zeer interessante film geworden, en een waardige toevoeging op het cv van Tsukamoto.

Bart Rietvink