Voodoo Rhythm – The Gospel of Primitive Rock ‘n Roll (2006)

Regie: M.A. Littler | 95 minuten | muziek, documentaire

Ooit gehoord van Reverend Beat-Man, The Dead Brothers en King Kahn? Grote kans dat je op deze vraag ‘nee’ moet antwoorden. De artiesten die onder contract staan bij Voodoo Rhythm Records richten zich niet op de massa; ze spelen muziek voornamelijk voor zichzelf. De uit Zuid-Afrika afkomstige maar in Duitsland woonachtige documentairemaker M.A. Littler was een van de mensen die gegrepen werd door de pure muziek en no-nonsense aanpak van Voodoo Rhythm. “In mijn stamkroeg in Frankfurt hoorde ik een plaat van The Dead Brothers. De muziek raakte me onmiddellijk diep. Die jongens doen gewoon alles wat ze maar willen; ze vermengen ouderwetse blues met punk, Cajun, zigeunermuziek en begrafenisliedjes en maken zo hun eigen genre. Dat sprak me enorm aan. Al snel kreeg ik het idee om een film te maken over deze fascinerende band en ging op onderzoek uit. Zo stuitte ik op Voodoo Rhythm, hun platenlabel. Ik was erg onder de indruk van het feit dat ook het label zich, net als de band, niets aantrok van de bekende muziekformules en gewoon zijn eigen gang gaat.”

Voodoo Rhythm lijkt haast een opvangplek voor bands die overal net buiten vallen en niet passen in het plaatje van de (hedendaagse) commerciële muziekwereld. Grondlegger Reverend Beat-Man (1967), een prettig gestoorde Zwitser die niet alleen in allerlei bands speelt maar ook solo op de podia staat om letterlijk zijn muziek en levensstijl te prediken, legt in de documentaire uit dat geen enkele platenmaatschappij zijn muziek wilde uitbrengen. “De enige manier om toch muziek te kunnen blijven maken was om dan maar zelf een label op te zetten.” Hij screent de bands die ‘solliciteren’ bij Voodoo Rhythm hoogstpersoonlijk; op papier kunnen ze nog zo aansluiten bij het gedachtegoed van het label, maar als hij dat gevoel niet terugziet in hun optredens, dan gaat het feest niet door. Bands die zijn goedkeuring wel verdienden, laat Littler een voor een de revue passeren. Naast The Dead Brothers zien we onder anderen garagepunkers The Monsters (waar Beat-Man zelf overigens frontman is), King Kahn (wiens muziek omschreven wordt als ‘Voodoo Soul’), de Amerikaan DM Bob (die raw Louisiana swamp blues maakt) en diens nevenproject met zijn Duitse vrouw Silke, The Watzloves (‘rockin’ country gumbo’).

De muziek zal niet iedereen even veel aanspreken. De oren van het hedendaagse publiek zijn niet meer gewend aan deze rauwe, pure muziekvormen. Misschien is het even wennen aan Beat-Mans krachtige, schreeuwerige intense preken, die voor een leek best beangstigend kunnen overkomen (met dank ook aan de – overigens prachtig geschoten – indringende zwart-witbeelden van de liveregistratie. Naast het podium komt Beat-Man echter over als een vreemde doch vriendelijke man, met wie je best een interessant gesprek kunt voeren. Voor alle geïnterviewden geldt dat het mensen zijn die wars zijn van sterallures en – net als hun muziek – recht door zee zijn. Volgens Littler gaat zijn film over meer dan alleen muziek. Het gaat over een manier van leven die een scherp contrast vormt met het tot in extremis gestructureerde en gemanipuleerde leven dat de meeste mensen leiden en waar de meeste muziek onder gebukt gaat. De bands die bij dit label zijn ondergebracht zijn outlaws. Ze hebben geen dure contracten of marketingmachines nodig. Ze willen alleen maar schreeuwen, gillen, huilen en tieren. Het interesseert ze geen zier wat hip is en wat niet. Zichzelf uiten in de puurste zin van het woord, dáár gaat het hen om.

‘Voodoo Rhythm – The Gospel of Primitive Rock ‘n Roll’, dat naast interviews ook archiefbeelden en concertregistraties (met zelfs een vleugje burlesque) bevat, was een bescheiden succes in de Europese (met name de Duitssprekende landen) arthousewereld. Hoewel de muziek de mensen wellicht niet direct aansprak, kon men zich vinden in de levenshouding van de artiesten. Dat is dan ook net waar de kracht ligt in deze film van M.A. Littler: de oprechtheid van de geïnterviewden. Of je de muziek mooi vindt, is een kwestie van smaak, maar de (meeste) mensen in deze documentaire hebben absoluut een interessant verhaal te vertellen. Een film zonder opsmuk, net als de muziek en de mensen waar het over gaat.

Patricia Smagge