Vortex (2021)

Recensie Vortex CinemagazineRegie: Gaspar Noé | 142 minuten | drama | Acteurs: Dario Argento, Françoise Lebrun, Alex Lutz, Kylian Dheret, Vuk Brankovic, Kamel Benchemekh, Charles Morillon, Frank Villeneuve, Corinne Bruand, Joël Clabault, Philippe Rouyer, Jean-Pierre Bouyxou, Eric Fourneuf, Nicolas Hirgair, Nathalie Roubaud, Sylvain Rottee

Of je nu wel of geen fan bent van de Argentijnse regisseur Gaspar Noé (1963), doet een film van het vanuit Frankrijk opererende enfant terrible de oren altijd een ogenblik spitsen. Deze keer komt hij met een minder voor de hand liggend onderwerp. Waar in zijn meeste films de feestende en (zelf)destructieve jongere mens meestal centraal staat, zoals in ‘Climax’ (2018), richt hij deze keer met een zekere directheid de camera op twee oudjes waarvan de dagen onverbiddelijk geteld zijn.

Ergens op een balkon in Parijs onder het genot van een wijntje keuvelen een gepensioneerde filmcriticus (Dario Argento), met zware Italiaanse tongval, en zijn echtgenote (Françoise Lebrun) over hoe mooi het leven wel niet is. De dagen en nachten glijden minzaam voorbij. Zij, een voormalig psychiater, krijgt steeds meer last van een ernstig haperend geheugen en een doktersonderzoek wijst uit dat ze lijdt aan dementie. Tegen beter weten in probeert hij, die nog schrijft aan een boek over de relatie tussen cinema en dromen, het allemaal op te vangen. Ook hun zoon Stéphane (Alex Lutz) schiet te hulp. Maar tevergeefs. Eigenlijk was zij altijd al het brein en de motor van het gezin.

Licht idyllisch schiet de film uit de startblokken met een chanson gezongen door Françoise Hardy, ‘Mon amie la rose’. Even vluchtig lijken de geluksmomenten voor het ouderlijk paar. Alleen waar de nostalgische klanken van Hardy je licht verwarmen, voelt het rond geschuifel en geritsel van het oudere koppel in het appartement benauwend aan. Ook versterkt het veelvuldig gebruik van split screen het gevoel dat de echtelieden in lichaam en geest steeds verder van elkaar verwijderd raken. Zo nu en dan waggelt hij nog naar zijn filmclub of heeft hij met een bon ami een geanimeerd telefoongesprek over de rol van dromen op het grote doek. Vrij naar een gedicht van Edgar Allan Poe (m)oppert hij dan hardop, “het leven is een droom in een droom”.

Hoewel het absoluut geen wedstrijd betreft, verliest het al niet kinderachtige ‘Amour’ (Michael Haneke, 2012) het op het vlak van gehardheid. De hoofdpersonages in Noé’s film hebben nog weinig te willen en geen vat op het aanstormend lot. Terwijl ze in de lang uitgesponnen scènes met elkaar proberen te communiceren, soms met hun zoon erbij of ertussen, komen ze af en toe nader tot elkaar. Als in het werk van Yasujiro Ozu zijn er dan ook momenten van tederheid en diepe compassie. Echter dan is er weer afstand door ziekte, koppigheid of gewoonweg botte pech. En uiteindelijk wendt dit alles het grote niets niet af. Nader zijn is tegelijkertijd een confrontatie met sterfelijkheid.

Opmerkelijk kalm weet Noé het ongefilterd in beeld brengen van het verval op de oude dag af te wisselen met hartverwarmende genegenheid voor de personages op hun moeilijkste momenten. De regisseur staat helemaal in zijn kracht. Het vraagt wel wat van de kijker. In dat opzicht is het niet veel anders dan voorgaand werk. Ook het talmende ‘Vortex’ portretteert het bestaan als een draaikolk die allen opslokt met de enige zekerheid dat de dood nadert. Maar hoe? Veelal niet als gedroomd.

Roy van Landschoot

Waardering: 4

Bioscooprelease: 17 november 2022