W.-The Story of George Bush (2008)

Regie: Oliver Stone | 124 minuten | drama, komedie, biografie | Acteurs: Sayed Badreya, Elizabeth Banks, David Born, Dennis Boutsikaris, Jesse Bradford, Jonathan Breck, Josh Brolin, Bruce Bryant, Ellen Burstyn, Wes Chatham, Rob Corddry, James Cromwell, Jon Michael Davis, Richard Dreyfuss, Charles Fathy, Chris Freihofer, Terry Gamble, Jim Garrity, Michael Gaston, Scott Glenn, Ioan Gruffudd, Toby Jones, Stacy Keach, James Martin Kelly, Tom Kemp, Allan Kolman, Bryan Massey, Bruce McGill, Thandie Newton, Gabriela Ostos-Tamez, Jason Ritter, Taylor Treadwell, Jonathon Tripp, Thomas Wallace, W. Douglas Waterfield, Drew Waters, Brent Weisner, Jeffrey Wright, Noah Wyle

Regisseur Oliver Stone is een gelouterd filmmaker en staat bekend om zijn films met een ‘stevige’ inhoud en boodschap. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Born on the 4th of July’,‘Platoon’,‘JFK’ en ‘Nixon’. Het was dus wachten of hij met ‘W.’ weer zo’n stevige stellingname zou doen. Spannend, want voor deze film zijn de verwachtingen hooggespannen. Laten we maar direct vaststellen dat die verwachtingen niet worden ingelost. ‘W.’ is eigenlijk een tamelijk brave, aan de oppervlakte blijvende, film geworden, die – los van de bekendheid van de hoofdpersoon – ‘voldoet’, maar toch ook geen grootse cinematografische bijdrage levert. Met een sterke bezetting als Josh Brolin (George W. Bush), James Cromwell en Ellen Burstyn (als George Sr. and Barbara Bush), Elizabeth Banks (Laura Bush) en Thandie Newtons Condoleezza Rice, om maar niet te vergeten Jeffrey Wright als Colin Powell, Toby Jones (Karl Rove) en Richard Dreyfuss als Dick Cheney, zou een betere output verwacht hebben mogen worden.

Het filmverhaal is een soort van biopic en is een weergave van de opkomst en het verloop van Bush’ carrière tot wat hij nu is, de president van de Verenigde Staten. We zien hoe hij in zijn studietijd bijna rondlummelt met zijn stevig drinkende studiegenoten en vriendenkring en volgen zijn overgang naar de uiteindelijke politieke top. Tussendoor zien we zijn diepe religieuze inkeer en zijn voortdurende worsteling die hij met zijn vader had, wat een belangrijk thema in de film vormt. In de visie van regisseur Stone heeft W. bijna zijn hele leven opmoeten boksen tegen de gedachte dat hij in de ogen van zijn vader eigenlijk te kort schiet. W. is in zijn jonge jaren een meer dan stevige drinker en raakt de fles behoorlijk. Zijn vader is sterk misprijzend over dit gedrag dat de naam en faam van de Bush-dynastie kan beschadigen. De film schenkt aanvankelijk veel aandacht aan de tijd waarin Bush nog aan zijn politieke opkomst werkte. Allereerst een soort man die weinig succesvol was, maar waar de helpende (en de omstandigheden masserende) hand van vader op de achtergrond voortdurend aanwezig was en zien zijn overgang tot het conservatieve christendom. Daarna komt uitdrukkelijk de periode 2002-2003 in beeld, bepalend voor de oorlog in Irak. De periode daarna blijft verder buiten beeld.

Het spel van de acteurs is niet altijd even overtuigend. De uitvoering door Thandie Newton van Condoleezza Rice lijkt geen moment op de zelfbewuste, ‘harde’ politica die zij in de praktijk is. Karl Rove, de kwade strategische genius op de achtergrond, wordt prima vertolkt door Toby Jones en James Cromwell (wie kent hem niet van ‘Babe’?) speelt Bush Sr. overtuigend en met flair. Zijn grandeur van het rijke Bush-patriciërsgeslacht wordt sterk geloofwaardig neergezet. James Brolin lijkt uiterlijk ook veel op W. en heeft zijn maniertjes heel goed bestudeerd, ook Brolins vertolking is prima. Richard Dreyfuss speelt een uitstekende rol als Dick Cheney, gek op macht en bereid alle middelen voor zijn doel en overtuiging in te zetten. Het zwakkere onderdeel van de film zit vooral in de opbouw van het verhaal en de samenhang van het geheel. Het lijkt allemaal wat bijeengeraapt en met de nodige haast in elkaar gezet, teneinde de film nog op tijd (= voor de verkiezingen van november 2008) uit te kunnen brengen. Of de weergave van Bush door Stone de historisch juiste is, is minder interessant. Van het politiek tijdsbeeld blijft er genoeg te genieten over. De beraadslagingen in het Witte Huis, de politieke spelletjes die gespeeld worden, de onderlinge verschillen en de manier waarop Bush toch uiteindelijk bijna alleen het besluit over de Irak-oorlog neemt, het is allemaal meer dan genoeg reden om de film te gaan zien. De film kan worden gezien vanuit het oogpunt van een satire, tegelijkertijd zit er groot drama in die regeerperiode en heeft de regering van W. het land diepgaand verdeeld. Die dramatiek ontbeert de film. Dat Bush Jr. vaak met volle mond spreekt is wel het minste dat we deze president moeten vergeven. Ondanks de kritiek en de onvoldoende diepgang, kan van deze film toch voldoende genoten worden.

Rob Veerman