WALL·E (2008)

Regie: Andrew Stanton | 98 minuten | animatie, komedie, familie, romantiek, science fiction | Originele stemmencast: Ben Burtt, Fred Willard, Jeff Garlin, Elissa Knight, MacInTalk, John Ratzenberger, Kathy Najimy, Sigourney Weaver, Kim Kopf | Nederlandse stemmencast: Pepijn Gunneweg, Vivienne van den Assem, Maja van den Broecke, Loretta Schrijver, Bridget Maasland

Als één woord van toepassing is op de animatiefilms van Pixar is het ‘vooruitgang’. Film na film verleggen de Amerikanen de standaard voor avondvullende animatie, zonder daarbij het popcornpubliek voor het hoofd te stoten. Na het illustere rijtje ‘Finding Nemo’, ‘The Incredibles’ en ‘Cars’ wist Pixar zich in 2007 opnieuw te overtreffen met de warmbloedige culi-komedie ‘Ratatouille’. Vraag was of het daarna nog beter kon.

Het antwoord komt in de gedaanten van een roestige robot en een aantrekkelijke (maar prikkelbare) robottin. Zij zijn de hoofdpersonen van ‘Wall-E’, een animatiefilm die mijlenver afstaat van alles wat tot dusver op animatiegebied is verschenen, voorgaande Pixars inbegrepen. Met ‘Wall-E’ brengt Pixar een volwassen, urgente en kritische film, die bovendien oogverblindend mooi is geanimeerd.

De eerste twintig minuten vatten de beste kwaliteiten van ‘Wall-E’ samen. We komen terecht in een postapocalyptische stad, een grauwe puinbak vergeleken waarbij Ground Zero een speeltuin is. De mensen zijn vertrokken en de enig overlevende machine is de ijverige opruimrobot Wall-E. Samen met een kakkerlak probeert hij op te ruimen wat er op te ruimen valt en bewaart de zaken die hij interessant vindt. Als op een dag de mooie zoekrobottin Eve uit een ruimteschip stapt is Wall-E (en de kijker) meteen verloren. Nadat zij hem eerst bijna tot schroot heeft geschoten, laat Eve zich geleidelijk charmeren door onze ijzeren Casanova.

De animatie in dit eerste deel hangt tegen fotorealisme aan en is bij vlagen van een onwerkelijke schoonheid. Het contrast tussen het desolate landschap en de energieke, plichtsgetrouwe robots versterkt de toch al bijzondere sfeer. Omdat we door de ogen van robots de menselijke verwoesting bekijken, is dit deel meteen het meest confronterend. Waar ‘Finding Nemo’ de ecologische tragedie aanstipte, drukt ‘Wall-E’ je er bovenop. Zonder dialogen maar met beelden die dubbel zo hard aankomen.

Het tweede deel van het verhaal speelt zich af op een gigantisch ruimteschip waar de nazaten van weggetrokken aardbewoners hun dagen slijten met eten, slapen en luieren. Als ‘Wall-E’ hier terechtkomt is het snel gedaan met de rust. Terwijl dit deel verdrinkt in leuke vondsten (ooit een ruimteballet voor twee robots en een brandblusser gezien?) en de humor meer ruimte krijgt, verliest de plot aan originaliteit. Al snel is het duidelijk waar ‘Wall-E’ naar toe wil, en vanaf dat moment wordt het allemaal wat voorspelbaar. Minder voorspelbaar is de rol van de menselijke personages, die als de slapers uit de Matrix het ware leven aan zich voorbij laten gaan.

Ondanks het iets mindere tweede deel, is ‘Wall-E’ een film om te koesteren. De afwisseling van slapstick, intelligente grapjes en culturele associaties (alleen al die prachtige aftiteling) werkt prima. De karakters van Wall-E en Eve zijn voldoende uitgewerkt om te ontroeren en de toon is hoopvol, ondanks de deplorabele staat van de mensheid. Met het moedige ‘Wall-E’ wordt de lat voor animatie opnieuw hoger gelegd waarna de vraag rest wie dit nu nog gaat verbeteren.

Wij gokken op Pixar.

Henny Wouters