Wanda (1970)

Recensie Wanda (1970) CinemagazineRegie: Barbara Loden | 102 minuten | misdaad, drama | Acteurs: Barbara Loden, Michael Higgins, Dorothy Shupenes, Peter Shupenes, Jerome Thier, Marian Thier, Anthony Rotell, M.L. Kennedy, Gerald Grippo, Milton Gittleman, Lila Gittleman, Arnold Kanig, Joe Dennis, Charles Dosinan, Jack Ford, Rozamond Peck, Susan Clark, Linda Clark

In het door mannen gedomineerde New Hollywood van de jaren zeventig was een vrouwelijke regisseur niet vanzelfsprekend. Toch maakte Barbara Loden in 1970 haar regiedebuut met ‘Wanda’ (tevens haar enige speelfilm), een film die zich duidelijk onderscheidt van de antiheldenverhalen die destijds de Amerikaanse cinema bepaalden. Waar tijdgenoten hun buitenstaanders vaak mythologiseerden, laat Loden Wanda’s tragiek onopgesmukt.

Bergen mijnafval schuiven loom tegen een grauwe horizon. Vanaf de eerste beelden wordt de toon gezet. Wanneer Wanda (gespeeld door Barbara Loden zelf) aan het begin van de film van haar man scheidt en haar kinderen aan hem afstaat, zegt ze zonder omhaal dat ze bij hem beter af zijn. Ze zwerft door een troosteloze mijnstreek, krijgt drankjes aangeboden door mannen die daar vanzelfsprekend iets voor terug verwachten en belandt keer op keer in situaties waar ze nauwelijks controle over heeft. Ze is afhankelijk van anderen en er hangt een lethargie om haar heen. Het nemen van initiatief en het maken van eigen keuzes lijkt voor haar niet vanzelfsprekend.

Dan ontmoet ze de kruimeldief Mr. Dennis (Michael Higgins), een man die haar min of meer in zijn kielzog meesleept. Op papier lijkt er een bekend misdaadverhaal in gang te worden gezet – het soort verhaal dat sinds ‘Bonnie & Clyde’ het outlaw-koppel tot mythische proporties verheft. Maar Loden weigert die richting op te gaan. Tussen Wanda en Dennis is nauwelijks sprake van romantiek, laat staan van gedeelde rebellie. Hun misdaad is klungelig, hun dynamiek ongelijk en vaak ongemakkelijk. Waar andere films hun misdadige duo tot icoon stileren, toont ‘Wanda’ vooral hoe weinig heroïsch onvermogen eigenlijk is.

Ook in de vorm kiest Loden voor een sobere aanpak. De camera – in handen van Nicholas T. Proferes, die eerder aan documentaires werkte – beweegt onrustig met Wanda mee, vaak van een afstand, meer observerend dan sturend. De film ademt cinéma vérité: veel handheld beelden, natuurlijk licht en lange momenten zonder muzikale begeleiding. Er is geen score die emoties aandikt of richting geeft. Scènes ontvouwen zich zonder nadruk, alsof Wanda’s leven simpelweg wordt vastgelegd. Die afstandelijkheid, in combinatie met het rauwe realisme, maakt de film des te indringender.

Wanda is een passagier in haar eigen verhaal: een vrouw die nauwelijks het vermogen lijkt te hebben om richting te geven aan haar eigen bestaan. Loden toont haar met compassie, zonder haar te idealiseren of te veroordelen. Daarin ligt het stille, maar uitgesproken feministische karakter van ‘Wanda’. Het is geen bevrijdingsverhaal en geen triomfantelijke zelfontdekking. In plaats van empowerment laat Loden zien hoe een vrouw kan verdwalen in een wereld die haar weinig houvast biedt en waarin manipulatie eerder wordt ondergaan dan doorbroken. Het resultaat is een somber, maar diep menselijk portret – een mijlpaal in de feministische cinema.

Julian Meijer

Waardering: 4.5

Bioscooprelease: 5 maart 2026