War of the Worlds (2005)

Regie: Steven Spielberg | 116 minuten | actie, thriller, avontuur, science fiction | Acteurs: Tom Cruise, Justin Chatwin, Dakota Fanning, Tim Robbins, Miranda Otto, David Alan Basche, James DuMont, Yul Vazquez, Daniel Franzese, John Scurti, Camillia Sanes, Roz Abrams, Gene Barry, Ann Robinson

Spielbergs nieuwe blockbuster ‘War of the Worlds’ is groots maar enigszins frustrerend. Er komen geweldige sequenties en scènes in voor die een blijvende indruk zullen achterlaten op de kijker, welke in combinatie met de grimmige, realistische toon en subtext van de film meer dan genoeg motivatie bieden om de film direct na het kijken nog een keer te willen zien. Echter, bepaalde mindere of ongeloofwaardige momenten, een tamme (anti)climax en een Spielbergiaans coda dat dreigt al het voorgaande te bagatelliseren, zorgen ervoor dat de film uiteindelijk niet het meesterwerk is geworden dat het had kunnen zijn.

Het verhaal van ‘War of the Worlds’, geschreven door H.G. Wells en gepubliceerd in 1898, heeft al verschillende incarnaties gehad. Er is de beroemde radio-bewerking van Orson Welles uit 1938, toen luisteraars echt in paniek raakten omdat ze werkelijk geloofden dat buitenaardse wezens de aarde aanvielen; en de filmversie van George Pal uit 1953. Iedere keer heeft het verhaal een eigen sociaal-poltieke resonantie gehad. Dit keer heeft deze oorlog der werelden overduidelijke parallellen met de oorlog tegen het terrorisme en de waarde(n) van bezettingsstrijdkrachten. Het eerste wat de vroegwijze Rachel wil weten wanneer ze met haar vader en broer en een auto wegvluchten van rondvliegende laserstralen, auto’s en stukken viaduct is of dit het werk van terroristen is.

Ray vertelt zijn dochter dat deze aanvallen ergens anders vandaan komen. “Like, Europe?” wil Rachel weten. Uh, nee. Niet helemaal. Het gaat hier om een technologisch en militair superieure mogendheid die de aardbewoners wil vernietigen en zich de planeet volledig wil toeëigenen (wat visueel verduidelijkt wordt door de verspreiding van rode planten, zoals die op de thuisplaneet van de indringers voorkomen). Redetwisten met de aliens is onmogelijk en heeft weinig zin en zelfs een toevlucht tot God lijkt niet meer mogelijk te zijn, getuige de spectaculaire vernieling van een kerk vroeg in de film. De mensen zijn op hun meest basale natuur en driften aangewezen en alle goede, maar vooral ook slechte trekjes van de mens(en) komen naar boven in de chaos en anarchie die snel na de eerste confrontatie met de aliens ontstaan. We zien mensen die zich heroïsch gedragen, maar minstens zoveel mensen die extreem egoïstisch en vijandig worden. Eén zo’n moment vindt plaats wanneer Ray en zijn kinderen met hun auto in een menigte terecht komen en door de mensen belaagd worden. De auto wordt stukgeslagen en de inzittenden eruit getrokken. De auto is namelijk de enige werkende in de omgeving waardoor men bereid is (vrij letterlijk) hier een moord voor te doen. Deze scène is erg verontrustend wat betreft menselijk gedrag en (hierdoor) betrekkelijk “on-Spielberg”. Het is ook mooi dat deze scène het actiefilmcliché van de held die overal doorheen komt, doorbreekt. Ray en de kids kunnen niets anders doen dan zich overgeven en in de hulpeloze massa opgaan. Een massa waarmee Ray en z’n kinderen (en de toeschouwer) nog in veel meer grimmige situaties terecht zullen komen. Het zijn deze groepsscènes die goed laten zien dat, hoewel de nadruk op de persoonlijke situatie van Ray ligt, de hele mensheid getroffen wordt door deze kolonisten. Bepaalde shots van de exodus van grote groepen vluchtelingen doen denken aan Tweede Wereldoorlog iconografie. Een korte scène met een omslaande pont, die aan ‘Titanic’ doet denken, is erg effectief in z’n eenvoud en dramatiek. Hetzelfde geldt voor een moment met een voorbijrazende, in brand staande trein voor een spoorwegovergang en de kleine Rachel die, terwijl ze in een weiland naar de rivier staat te staren, ineens tientallen lijken voorbij ziet drijven. Dit is zeker geen luchtige popcornfilm (hoewel er voldoende “spektakel” in zit). Ook de wijze waarop de mensen door de “tripods” (de benaming voor de buitenaardse machines) worden aangevallen is bijzonder bruut en zal vooral de eerste paar keer een schok in de kijker teweeg brengen. Spielberg lijkt hoe langer hoe meer af te willen rekenen met zijn “schattige” invalshoek in films. Van goedaardige “Close Encounters”-wezens is geen sprake. Dit zijn de boze broertjes van E.T.

De oorlogs(voer)tuigen van deze broertjes zijn indrukwekkende machines en de eerste scènes waarin ze tevoorschijn schieten vanonder het scheurende wegdek, zijn adembenemend en spannend om te zien. Er is een grootse filmmaker voor nodig om dit soort scènes nog steeds fris en opwindend te doen overkomen en Spielberg laat zien zijn “touch” nog zeker niet te zijn verloren. De point-of-view shots zijn goed gekozen en plaatsen de toeschouwer effectief (soms letterlijk) in de schoenen van de betrokkenen. Technisch is de film uitmuntend, met prachtige, grootse sets, mooie en doeltreffende shots, spaarzame, onderkoelde muziek van John Williams, die soms wat doet denken aan zijn eigen werk voor ‘A.I.’ (2001) en de muziek van ‘2001: A Space Odyssey’.

Gewaagd is dat Spielberg veel van de daadwerkelijke oorlog niet laat zien. Dit omdat Rays gezin centraal staat en we alles door zijn ogen en dat van zijn kinderen beschouwen. We zien alleen wat zij zien. Voor de kijker die een (expliciet getoond) gigantisch oorlogsspektakel verwacht met vele panorama- of helikoptershots van de tegen elkaar strijdende machten, zal ‘War of the Worlds’ een teleurstelling zijn. Zelfs het einde, traditioneel het gedeelte dat veel knallende actie bevat, is wat dit betreft onbevredigend. De oorlog houdt er vrij abrupt en zonder veel poeha, mee op. Ook de motivatie van de indringers wordt niet benoemd. Het gaat hier puur om het angstbeeld dat opgewekt wordt door deze vijand, die zich schuldig maakt aan een extreme vorm van zinloos geweld.

Er staat veel op het spel in deze extreme omstandigheden en vragen dienen zich aan over wat te doen en hoe ver te gaan om jouw land of familie te beschermen. Ray is vooral met het laatste bezig, terwijl zijn zoon Robbie tegen wil en dank met het Amerikaanse leger tegen de indringers wil vechten. Ray heeft geen tijd om na te denken of zich zorgen te maken over zijn houding of z’n “veilige” leventje als vrijgezel. Hij handelt instinctief en de liefde voor en de veiligheid van zijn kinderen zijn nu de enige belangrijke dingen in zijn leven. Niets anders doet er nog toe. Hierdoor is vluchten het enige waar Ray aan denkt. Een auto pakken, zijn gezin erin en wegwezen. Hij is geen traditionele held die iedereen om hem heen waarschuwt of helpt en in de frontlinies terugvecht tegen het “alien scum”. Nee, Ray wil zijn eigen hachje en dat van zijn kinderen, redden. Al moet hij ervoor doden en moreel twijfelachtige beslissingen nemen, zijn gezin mag niet in gevaar komen. Wederom een interessante insteek van Spielberg.

Het acteerwerk is over het algemeen genomen goed, hoewel er enige kanttekeningen zijn. Cruise is competent, al weet hij niet volledig in de rol te verdwijnen of er veel aan toe te voegen. Fanning is goed in de scènes waarin ze echt moet acteren, maar veelal is haar bijdrage gereduceerd tot schreeuwwerk, dat soms wat vreemd gedoseerd is. Justin Chatwin is, met uitzondering van een enkele scène, aardig overtuigend. Tim Robbins doet verder wat hij moet doen als de doorgedraaide en gedesillusioneerde man die Ray en zijn dochter onderdak biedt in zijn kelder.
In deze kelder vindt overigens een ouderwetse Spielberg-sequentie plaats dat deels aan de velociraptor-scène in de keuken doet denken uit ‘Jurassic Park’ (1993) en deels aan de onderzoekende spinrobot in ‘Minority Report’ (2002), terwijl er ook nog een verwijzing naar ‘E.T’ (1982) in zit. Sommigen zullen dit misschien als te ongeïnspireerd afdoen en het tonen van de aliens als te expliciet, maar de betreffende scènes zijn wel spannend en werken op zichzelf genomen prima.

Er komen enkele momenten of situaties in de film voor die niet zo goed werken (zoals Rachel die in een open veld blijft staan terwijl ze weg zou moeten rennen voor de alien), onlogisch zijn (zoals camcorders die blijven werken terwijl ander apparaten uitvallen), of anderszins afleiden. Het grootste probleem is wel het coda van de film en wat dit impliceert wat betreft de kwetsbaarheid van de personages en de (wel erg goed uitkomende) handelswijze van de aliens. Hier vervalt Spielberg jammer genoeg weer in zijn sentimentele feel-good impulsen. Samen met de matte beëindiging van de oorlog (die ergens ook wel weer een positief punt is, want het geeft de zinloosheid en trivialiteit van de hele toestand aan en breekt hiernaast met conventies), zorgt deze laatste scène tot op zekere hoogte voor een ondermijning van het voorgaande. De negatieve punten van ‘War of the Worlds’ reduceren de film bijna tot een aardige, maar slechts marginaal bovengemiddelde film. Bijna, want de eerste circa honderd minuten kenmerken zich door zoveel grootse, indrukwekkende momenten dat de misstappen best vergeven kunnen worden en er zonder meer van een goede film gesproken kan worden.

Bart Rietvink