Water tussen ons (2025)
Regie: Faydim Ramshe | 27 minuten | documentaire
In ‘Water tussen ons’ richt Faydim Ramshe de camera op haar moeder, Fàren — ooit kampioenszwemster in Iran, nu de drijvende kracht achter een Perzisch restaurant in Maastricht. Een plek waar jonge migranten werken, zich optrekken aan haar aanwezigheid en in haar genoeg vertrouwen vinden om hun zorgen, hun gemis en soms hun poëzie met haar te delen. Het restaurant voelt als een natuurlijke uitbreiding van Fàren zelf: een vrouw die haar land moest verlaten en haar dochter jarenlang niet zag.
Wanneer Faydim buiten beeld vraagt: ‘Mam, zou je nog een keer thee voor jezelf kunnen zetten?’, en we even later zien hoe Fàren neerstrijkt aan een tafeltje, met een korte blik naar de camera om te controleren of ze het goed doet, toont de film meteen zijn positie. Geen observerende afstand — de film erkent simpelweg de aanwezigheid van de camera, en daarmee de blik van een dochter op haar moeder. Faydim filmt haar; ze confronteert haar niet. De camera is eerder een vorm van schrijven, een beweging richting haar moeder, bijna als een liefdesbrief.
De vragen die Faydim stelt blijven beleefd en tastend. Één keer schuurt het heel licht, wanneer ze vraagt of haar moeder haar niet heeft gemist toen zij haar destijds moest achterlaten. Die vraag komt terwijl Fàren met een Syrisch meisje praat over het huishouden dat ze met haar broers deelt, en waarvan Fàren vindt dat zij als vrouw te veel draagt. ‘Nee, helemaal niet,’ antwoordt Fàren. ‘Ik heb hard gewerkt om alles wat ik daar heb achtergelaten niet meer als een gemis te voelen.’ Het is een antwoord dat vooral afsluit, beschermend maar ook ontwijkend.
In de zwemlessen die Fàren geeft, krijgt de metafoor van blijven drijven — letterlijk en figuurlijk — een vanzelfsprekende plek. Ze moedigt de jonge vrouwen aan hun lichaam te vertrouwen, niet te verkrampen, zich te laten dragen door het water. Dat water dat voorheen symbool stond voor de afstand tussen continenten, tussen moeder en dochter, krijgt hier een nieuwe betekenis: iets dat draagt in plaats van scheidt.
De voice-over waarin Fàren haar vluchtverhaal vertelt, voelt in het begin wat te zwaar gestuurd. Je hoort dat de tekst is voorgelezen en dat het Nederlands niet haar meest natuurlijke taal is. Het zijn wellicht haar eigen woorden, maar nog niet haar stem. Later valt die stem meer samen met de beelden en krijgt het geheel een zachtere bedding.
De gesprekken met de jonge mensen die in haar restaurant werken — een trans vrouw uit Azerbeidzjan die haar grootouders niets over haar transitie kon vertellen; een Syrisch meisje dat droomt over haar verdwenen vader — tonen vooral de wereld die zich rondom Fàren heeft gevormd. Ze geven een context, geen verklaring. Wat Faydim precies wil onderzoeken, blijft onuitgesproken. De film kiest voor kijken in plaats van duiden, voor nabijheid in plaats van confrontatie. Zelfs de enige kritische noot tussen moeder en dochter — een vraag van Fàren in de voice-over, of het niet egoïstisch was dat Faydim naar Nederland kwam — wordt niet uitgespeeld. Het blijft onderdeel van een grotere beweging: de film als een gebaar, bijna als een brief aan haar moeder.
‘Water tussen ons’ blijft smeulen, als de geur van specerijen die in een Perzisch restaurant nooit helemaal uit de muren trekt. Een intiem portret van een vrouw die haar leven opnieuw moest opbouwen — en ondertussen dat van anderen mee droeg. Zoals een van de meisjes in de film haar gedicht voorleest: ‘Het vuur van verlies brandt in je hart.’
Martijn Smits
Waardering: 3.5
Speciale vertoning: Nederlands Film Festival 2025
Uitzending op tv: 24 november 2025 (VPRO)
