Wattstax (1972)

Regie: Mel Stuart | 99 minuten | muziek, komedie, documentaire | Acteurs: James Alexander, Rance Allen, Raymond Allen, The Bar Kays, Andre Edwards, Isaac Hayes, Luther Ingram, Jesse Jackson, Albert King, Ted Lange, Little Milton, Richard Pryor, Mavis Staples, Roebuck ‘Pops’ Staples, Johnnie Taylor, Carla Thomas, Rufus Thomas, Kim Weston

Voor een film vol opzwepende funk en soulmuziek over het zwarte Woodstock, waarin de zwarte identiteit en trots gevierd worden, lijkt de (blanke) regisseur van Willy Wonka and the Chocolate Factory nu niet meteen een voor de hand liggende keuze te zijn, maar hij heeft toch een uiterst genietbare film weten te smeden, die ons de concertbeleving levendig laat meemaken en bij tijd en wijlen interessante, grappige, en bijtende meningen voorschotelt; meningen die niet in de laatste plaats afkomstig zijn van wijlen Richard Pryor.

Pryor draagt bij aan het geheel middels verschillende zeer humoristische, en soms (tegelijkertijd) schrijnende, want op waarheid gebaseerde, intermezzos. Zo heeft hij het over hoe zwarten in Californië regelmatig per ongeluk zes keer werden neergeschoten door agenten. Verklaring: My gun fell down and just went crazy. Maar hoe leuk de stukjes van Pryor ook vaak zijn, en hoezeer hij de film ook meerwaarde geeft met zijn aanwezigheid, hij is toch wat prominent aanwezig, en gaat soms te lang door. Een gedeelte van zijn tijd had beter gespendeerd kunnen worden aan reacties en opinies van mensen van de straat, of aan de registratie van al die, vrijwel unaniem spetterende of soulvolle optredens tijdens Wattstax.

Het zijn deze drie gecombineerde elementen die de film bijzonder maken. Pryor in vorm is een genot om naar te kijken, maar ook een regelmatig aan het woord komende Ted Lange (bekend van The Love Boat) weet mooie bijdragen te leveren. Zijn verhalen over het moment dat hij ontdekte dat hij zwart was, middels zijn lichter gekleurde broer, en de tijd dat hij voor het eerst een zwarte kerk binnenging en positief overweldigd werd door de gospelzangers en de andere manier van preken en religiebeleving weet hij vol gevoel op de kijker over te dragen. Net zo mooi zijn de korte opmerkingen van mensen van de straat over specifieke themas, variërend van liefdesverdriet (de blues), de verschillen tussen (zwarte) mannen en vrouwen, en wie er nu eigenlijk de broek aanheeft, tot aan rassenongelijkheid. De film is hierdoor meer een document geworden over het zwarte gevoel in zijn algemeenheid dan over de rellen van Watts en de gevolgen hiervan. Dit komt eigenlijk alleen aan het begin van de film even aan bod. De film mist hierdoor enige lijn en bestemming. Tegelijkertijd krijgt de film ook weer een brede(re) relevantie en reikwijdte.

Maar centraal staat natuurlijk de muziek! We zien een indrukwekkende selectie van talentvolle soulartiesten van het Stax-label aan het werk, die blues, funk, soul, en jazz ten gehore brengen, al maakt het etiketje dat je erop plakt weinig uit, zoals Jesse Jackson in het begin van de film opmerkt. De vrouwengroep The Emotions brengt prachtige gospelmuziek ten gehore in een kerk, Luther Ingram laat de vrouwenharten in het publiek sneller kloppen met zijn If loving you is wrong, I dont wanna be right, en Isaac Hayes wordt als een koning binnengehaald door Jesse Jackson, waarna hij, onder anderen, zijn hit Shaft uit de gelijknamige film ten gehore brengt. Maar het meest opmerkelijke optreden is toch wel dat van vijftiger Rufus Thomas, die gekleed in een roze gewaad, inclusief roze korte broek, met zijn Funky Chicken pakweg het halve stadion op het veld krijgt. Aangezien dit echter niet de bedoeling is, zo hoort hij van de beveiliging, spoort hij ze op fantastische wijze aan weer plaats te nemen op de tribunes. Er hoeft geen politie aan te pas te komen. Met vriendelijk vragen en rijmen (dont climb the fence, because it dont make no sense, en: He doesnt mean to be mean, he just wants to be seen) kom je, zo blijkt, een heel eind.

Dus, voor iedereen die houdt van soul, blues, funk en alles wat maar swingt en ontroert, en daarnaast geïnteresseerd is in de sociale situatie in Watts rond 1970, en de meningen hierover van haar inwoners wil horen, is Wattstax een zeer bevredigend muzikaal document geworden. Tel hierbij op de komische doch treffende terzijdes van een goed op dreef zijnde Richard Pryor, en je hebt een absolute aanrader in handen.

Bart Rietvink