Wij (2018)

Recensie Wij CinemagazineRegie: Rene Eller | 100 minuten | drama | Acteurs: Pauline Casteleyn, Aimé Claeys, Gaia Sofia Cozijn, Axel Daeseleire, Tom de Vreese, Joke Devynck, Laura Drosopoulos, Pieter Embrechts, Gonny Gaakeer, Tijmen Govaerts, Mattijn Hartemink, Filip Hellemans, Maxime Jacobs, Michael Pas, Gert Portael, Barbara Sarafian, Lieselot Siddiki, Karlijn Sileghem, Tom Van Bauwel, Friso van der Werf, Salomé van Grunsven, Dominique Van Malder, Vincent Van Sande, Christine van Stralen, Steven van Watermeulen, Folkert Verdoorn, Thierry Wybauw

‘Hoe houd je de verveling van je lijf? Door haar te lijf te gaan, dat deden wij letterlijk.’ Elvis Peeters – pseudoniem van de Vlaamse muzikant en schrijver Jos Verlooy – deed met zijn roman ‘Wij’ uit 2009 aardig wat stof opwaaien. Een sticker op het boek waarschuwt de lezer al voor de expliciete inhoud: de acht jongeren die Peeters opvoert in zijn boek ontsporen moreel gezien volledig. ‘Wij verleggen altijd onze grenzen. Grenzen moet je bereiken en daarna verleggen.’ Deze vier jongens en vier meisjes wanen zich onoverwinnelijk en onaantastbaar, totdat het noodlot toeslaat. Maar of hen dat voor altijd zal veranderen, is nog maar de vraag. De Nederlandse filmmaker René Eller waagde zich aan een verfilming van ‘Wij’ en trachtte het grensoverschrijdende en allesoverheersende hedonisme van een generatie vast te leggen. Dat hij daarin slechts gedeeltelijk slaagt, kan ook te maken hebben met bepaalde tekortkomingen in het boek.

‘Wij’ (2018) wordt verteld in een vierluik, steeds vanuit het perspectief van een ander lid van de vriendengroep en steeds gaat de demoralisering een stapje verder. Elk deel van het vierluik begint op dezelfde zomerse 10e juni in het Vlaamse dorpje Wachtebeke, net over de grens met Nederland (vandaar ook dat de helft van de jongeren Nederlands is en de andere helft Vlaams). Het is al snel duidelijk dat ze zich al aardig bewust zijn van hun lichaam, dat van de andere sekse en dat wat ze met hun lichaam teweeg kunnen brengen. Bovenop een viaduct dagen de meisjes de voorbijrazende automobilisten uit. In het eerste hoofdstuk ‘Simon’ gaat dat allemaal nog vrij onschuldig (Eller toont nog niet wat er daadwerkelijk gebeurt, en de gruwelijke gevolgen daarvan), maar tegen de tijd dat we bij het derde hoofdstuk ‘Liesl’ zijn aanbeland weten we dat deze jongeren geen enkel mededogen kennen. De jongeren komen samen op een afgelegen plek, waar ze volop experimenteren met seks en hun eigen en elkaars lichaam. Het duurt niet lang of ze besluiten een stap verder te gaan en seksfilmpjes van elkaar te maken, die ze op een professionele website tegen betaling aanbieden aan een doelgroep van veelal gerespecteerde en veel oudere mannen. Thomas (Aimé Claeys), de zelfverklaarde leider van de groep, stelt dat er een manier is om nóg sneller nóg meer geld te verdienen: door de meisjes als prostituees hun lichaam te laten verkopen.

Daarmee zet hij ongewild de teloorgang van de vriendschap in: de jongeren worden steeds roekelozer en gewelddadiger. Van enige vorm van empathie – naar wie dan ook – is geen sprake. Zelfs de dood van één van hen, na een even gruwelijk als bizar ‘ongeluk’ waarin een ijspegel de hoofdrol speelt, blijkt hun onbedaarlijke hang naar sensatie, wellust, geld en macht niet te kunnen afremmen. Dankzij de vertelstructuur, waarin per hoofdstuk steeds met een ander perspectief zowel terug als vooruit wordt gekeken, weten we al aan het begin dat het tot een rechtszaak komt. Dit zedeloze gedrag mag toch niet ongestraft blijven, zou je denken.

Net als in de roman gaat ook in de film ‘Wij’ stijl boven inhoud. Wie zich wil laten choqueren door volledig ontspoorde jongeren kan zijn lol op: Eller toont zonder blikken of blozen de meest expliciete scènes en wegkijken is haast onmogelijk. Een drietal extreme scènes stelt kijkers met enige vorm van fijngevoeligheid wel érg op de proef. Net zoals Peeters dat doet in de roman, legt Eller het morele verval van deze groep zestien- en zeventienjarigen vast zonder er een oordeel over te vellen. Hij registreert het, meer niet. Daardoor is ‘Wij’ net zo kil en afstandelijk als zijn hoofdrolspelers. Met hen meeleven wordt de kijker onmogelijk gemaakt. Wie zijn deze jongeren echt en hoe komt het dat ze zich zo gedragen? We krijgen slechts flarden mee van hun achtergrond (alleen van de vier naar wie een hoofdstuk vernoemd is overigens, van de andere vier weten we alleen hun naam), de relatie met hun ouders (die, in tegenstelling tot de jongeren, allemaal door ervaren en bekende acteurs gespeeld worden) wordt minimaal aangestipt. Het lijkt erop dat in elk geval Thomas uit een niet al te warm nest komt, maar bij de overige drie die we van naderbij volgen lijkt niet veel meer aan de hand dan de doorsnee tienerperikelen. Waar hun losgeslagen houding vandaan komt, is een groot raadsel waar we een antwoord op willen maar niet krijgen.

De afstand die bewaard wordt is aan de andere kant echter ook de kracht van ‘Wij’. Want het verontrustende gedrag van de jongeren en de daaruit voortvloeiende gruweldaden komen door de genadeloos botte manier waarop ze in beeld gebracht worden extra hard over. Door het uitblijven van een verklaring voor hun gedrag, krijg je het bovendien maar moeilijk van je netvlies gewist. En door zoveel zedeloosheid zich te laten afspelen in een zonovergoten, idyllisch Vlaams dorp versterkt het contrast alleen maar. Deze film kan gezien worden als een fascinerend maar gitzwart portret van een generatie, of als een verontrustend relaas waarin beter meer aandacht aan de uitwerking van het verhaal en de personages besteed had kunnen worden, dan aan het in zo expliciet mogelijk beeld brengen van moreel verval bij jongeren. Over ‘Wij’ zul je hoe dan ook een mening hebben, want het is een film die zijn sporen nalaat.

Patricia Smagge

Waardering: 3

Bioscooprelease: 12 juli 2018