Wonder Boys (2000)

Regie: Curtis Hanson | 111 minuten | drama, komedie | Acteurs: Michael Douglas, Tobey Maguire, Frances McDormand, Katie Holmes, Robert Downey Jr., Rip Torn, Richard Knox, Jane Adams, Michael Cavadias, Richard Thomas, Alan Tudyk, Philip Bosco, George Grizzard, Kelly Bishop, Bill Velin, Charis Michelsen, Yusuf Gatewood, June Hildreth, Elisabeth Granli, Richard Hidlebird

Schrijven is een metafoor voor het leven zelf. Soms gaat het gesmeerd, maar er zijn ook momenten dat je vastloopt. Grady Tripp (Michael Douglas) weet er alles van. Hij blowt zich suf, kan niet kiezen tussen zijn vrouw en zijn maîtresse en is een waardeloze mentor voor James Leer, de meest getalenteerde student van zijn schrijversklas (Tobey Maguire). En dan die roman die maar niet afkomt… Ook uitgever Terry Crabtree (Robert Downey Jr.) zit ermee in zijn maag, want hij verliest zijn baan als Tripp niet snel met een bestseller op de proppen komt. Gelukkig zorgen een geleende auto, een onverwachte zwangerschap en een dode hond voor een doorbraak.

‘Wonder Boys’ is een warme komedie met enthousiaste vertolkingen van de hele cast. Met name Robert Downey Jr. blijkt als flamboyante uitgever over komisch talent te beschikken. De acteur bevond zich eind jaren negentig vaker in de afkickkliniek of de gevangenis dan op de filmset, maar in ‘Wonder Boys’ steelt hij elke scène waarin hij meespeelt. En dat terwijl hij tijdens de opnames in zijn proeftijd zat! Tobey Maguire en Michael Douglas geven weerwerk met geslaagde rollen als eenzelvige aspirant-schrijver en gesjeesde docent met writer’s block. Naar verluidt wilde Douglas het personage van Grady Tripp zo graag spelen dat hij genoegen nam met minder loon. En het moet gezegd: dit is een van zijn meest charmante rollen ooit. De acteur neemt afstand van zijn gelikte imago door zichzelf genadeloos middelbaar in beeld te laten brengen en was niet eerder zo naturel, gevoelig en gevat.

Regisseur Curtis Hanson schetst met ‘Wonder Boys’ een leuk portret van het schrijverswereldje en het leven op een Amerikaanse campus. Hij schakelt moeiteloos van slapstickachtige komedie naar drama en toont oog te hebben voor mensen en relaties. Zijn personages zijn zonder uitzondering excentriek maar geloofwaardig en de dialogen zijn vaak hilarisch. “U heeft een grote kofferbak”, merkt Leer op als Tripp hem een lift aanbiedt. “Je kunt er een tuba, een koffer, een dode hond en een kostuumtas in kwijt.” “Ja, daar adverteren ze ook mee”, is het gortdroge commentaar van de professor. Een soundtrack met mooie retrorock van Neil Young, Leonard Cohen en Van Morrison (en een Oscarwinnende song van Bob Dylan) fungeert als muzikale omlijsting van het geheel. ‘Wonder Boys’ is een kleine film die destijds onder de radar doorvloog en daarom minder aandacht kreeg dan hij verdiende. Jammer, want hij is het aanzien meer dan waard.

Paula Koopmans