Wonder Park (2019)

Recensie Wonder Park CinemagazineRegie: – | 85 minuten | animatie, avontuur | Nederlandse stemmencast: Stefania, Jan Kooijman, Tim Douwsma, Peggy Vrijens, Matheu Hinzen, Murth Mossel, Jannemien Cnossen, Frans Limburg, Roué Verveer | Originele stemmencast: Brianna Denski, Jennifer Garner, Matthew Broderick, Ken Hudson Campbell, Kenan Thompson, Mila Kunis, John Oliver, Ken Jeong, Norbert Leo Butz, Oev Michael Urbas, Kate McGregor-Stewart, Kevin Chamberlin, Kath Soucie, Sofia Mali

Op basis van zijn cv heeft Dylan Brown een glansrijke carrière voor de boeg. De animator leerde het vak in de stal van Pixar, waar hij onder meer meewerkte aan films als ‘Toy Story 2’ (1999), ‘Monster’s Inc. ‘(2001), ‘Finding Nemo’ (2003), ‘The Incredibles’ (2004) en ‘Ratatouille’ (2007). Een paar jaar geleden was het tijd om op eigen benen te staan en Brown ging in zee met de Spaanse animatiestudio Illion voor de productie van ‘Wonder Park’ (2019). Hij leek af te stevenen op de eerste door hem zelf geregisseerde lange animatiefilm, totdat de #metoo-beweging op gang kwam en meerdere vrouwen kenbaar maakten door Brown te beschuldigen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hij ontkende, maar werd toch ontslagen, waarna een groep anonieme maar door de wol geverfde animatoren de klus verder klaarden. Het resultaat is een film die verre van slecht is, maar wel getekend door zijn getroebleerde productieproces: ‘Wonder Park’ gaat de geschiedenis in als de eerste grote studiorelease zonder regisseur op de aftiteling. Want in plaats van te kiezen voor een Alan Smithee-achtige oplossing (het pseudoniem dat voorheen in Hollywood gebruikt werd als regisseurscredit als de filmmaker in kwestie zich distantieerde van het eindproduct), blijft het benoemen van de regisseur hier zelfs helemaal achterwege.

Overigens is zowel Browns achtergrond bij Pixar als de rommelige productie te merken aan de film zelf. Een aantal elementen die films van Pixar zo geslaagd maken – pratende knuffelbeesten (de ‘Toy Story’-reeks) bijvoorbeeld, of de manier waarop kinderen met heftige emoties omgaan (veel Pixar-titels spelen hierop in, maar de overeenkomsten zijn het sterkst met ‘Inside Out’ (2015) – komt in ‘Wonder Park’ voorbij. Alleen is de uitwerking, waarschijnlijk mede door de onrust achter de schermen, beduidend minder dan bij het werk van Browns vroegere werkgever. De heldin in dit verhaal heet June (stem van Brianna Denski). Ze is een meisje van een jaar of tien met een levendige fantasie. Ze doet niets liever dan samen met haar moeder (stem van Jennifer Garner) een fictief pretpark bij elkaar te verzinnen, waarbij haar knuffelbeesten fungeren als gastheren en -dames, spreekstalmeesters en mascottes in één. Ze tekent hele plattegronden, ontwerpt de meest spectaculaire attracties en samen met haar vriendjes uit de buurt besluit ze zelfs een keer een zelfbedachte achtbaan na te bouwen in de achtertuin. Maar dan wordt haar moeder ziek; ze moet voor onbepaalde tijd naar een kliniek om behandelingen te ondergaan. Prompt verliest June al haar levenslust (als je hierin de echo van ‘Up’ (2009) hoort, dan ben je niet de enige). Haar plattegronden en modelattracties bergt ze op, haar knuffels stopt ze weg en ze besluit zich volledig te richten op de zorg voor haar vader (stem van Matthew Broderick), zodat hij niet óók ziek wordt. De busreis naar het wiskundekamp besluit ze af te kappen, omdat ze bang is dat haar vader het niet alleen redt. In de bossen op weg naar huis stuit ze echter op een oud achtbaankarretje dat haar aflevert op haar eigen, op wonderbaarlijke wijze tot leven gekomen attractiepark Wonder Land. Daar is haar hulp echter hard nodig, want haar knuffelbeestenvriendjes verkeren in zwaar weer!

De raakvlakken die ‘Wonder Park’ heeft met andere films, zijn bijna niet te tellen. Dat is op zich geen ramp, zolang de uitwerking goed is. En daar slaagt de film maar gedeeltelijk in. Bepaalde vondsten, zoals de honderden tot zombies verworden merchandise-knuffels die het park willen overnemen, zijn erg geslaagd en zelfs enigszins origineel. Maar waar Pixar het op bepaalde momenten aandurft om even stil te staan, een rustmoment te pakken omwille van de emotionele impact, vliegt ‘Wonder Park’ stevig uit de bocht zodra we in het magische attractiepark zijn aanbeland. Door het hoge tempo waarop de gebeurtenissen aldaar zich opvolgen, raken we de tel (en dus de betrokkenheid bij het verhaal) kwijt. Op zich is dat actiespektakel niet vervelend om naar te kijken, zeker voor jeugdige kijkers niet. Die genieten des te meer van de kleurenpracht, de snelheid, de knotsgekke avonturen en de vrolijke personages. Maar de doorgewinterde animatiefilmkijker zoekt tegenwoordig meer dan alleen plat vermaak: we willen geraakt worden, meeleven, ons emotioneel betrokken voelen. Kleurenpracht en een hoog tempo leiden daar meestal alleen maar van af. ‘Wonder Park’ probeert het wel hier en daar, maar zet niet door. Gevolg is dat je best een leuke kijkervaring hebt gehad, maar de film ook snel weer vergeten bent. De hamvraag is hier natuurlijk: was de aanloop van deze film niet zo roerig, had dat dan een betere film opgeleverd? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Patricia Smagge

Waardering: 3

Bioscooprelease: 17 april 2019