X-Men: The Last Stand (2006)

Regie: Brett Ratner | 103 minuten | actie, thriller, fantasie, science fiction | Acteurs: Hugh Jackman, Halle Berry, Famke Janssen, Patrick Stewart, Ian McKellen, Rebecca Romijn, Kelsey Grammer, Anna Paquin, Shawn Ashmore, Ellen Page, Ben Foster, Aaron Stanford, Olivia Williams, Shohreh Aghdashloo, James Marsden, Cameron Bright, Daniel Cudmore, Vinnie Jones, Michael Murphy, Eric Dane, Dania Ramirez, Andrew Abud, Cayden Boyd, Bill Duke, Bryce Hodgson, Shauna Kain, James Leard, Doug Lennox, Ken Leung, Mei Melançon, Tanya Newbould, Omahyra, Aaron Pearl, Luke Pohl, Haley Ramm, Josef Sommer, Connor Widdows, Kea Wong, Desiree Zurowski, Denis Corbett

Twintig jaar geleden: een auto komt aangereden bij een huis met als naam op de brievenbus: “Grey”. De deur van de auto gaat open, we zien een close-up van twee benen die uit de auto stappen, waarna de camera omhoog gaat om het gezicht te onthullen van… professor Xavier (Patrick Stewart). Hij loopt! En daarnaast ziet hij er, geholpen door speciale software, een stuk jonger uit dan we hem kennen. Hetzelfde geldt voor zijn maatje Magneto (Ian McKellen) die met hem uit de auto stapt, op weg naar het huis van een piepjonge, maar strijdvaardige, Jean Grey. Het is geweldig om deze twee acteurs als vroegere vrienden samen op pad te zien gaan. Ze gaan samen naar Grey, omdat, zoals Xavier zegt, “deze speciaal is”. En dat is ze. Wanneer Magneto haar krachten ter discussie stelt laat ze even een indrukwekkend staaltje van haar kunnen zien door grote objecten in de omgeving te laten zweven. Het enige probleem is dat ze rebels is en ongecontroleerd of onnadenkend in het gebruik van haar krachten. Xavier wil haar daarom onder zijn hoede nemen op zijn speciale school, terwijl Magneto vindt dat haar geen beperkingen opgelegd moeten worden, en dat ze dus beter met hem mee kan gaan. Dit meningsverschil ligt aan de basis van het conflict tussen Xavier en Magneto en de vorming van de verschillende groepen mutanten onder hun leiding.

De net beschreven openingsscène bij Jean Grey zal later in de film op adembenemende wijze worden overgedaan met dezelfde spelers. Want, ja, het zal voor weinigen een verrassing zijn, Jean Grey, oftewel “onze eigen” Famke Janssen, komt terug als de onvoorspelbare natuurkracht Dark Phoenix. Ze heeft die gigantische lading water die ze aan het eind van ‘X-men 2’ over haar heen kreeg dus overleefd – wat een beetje wazig verklaard wordt door Xavier. Haar donkere, wildere kant, die door Xavier al die tijd onderdrukt was, is hiermee ook vrijgekomen. En ze geniet met volle teugen van deze vrijheid. In een scène die haar ontmoeting met Wolverine spiegelt uit de eerste film, verandert ze in een bijna dierlijk, seksueel wezen. Wolverine gaat hier op in, maar moet, helaas voor hem, constateren dat dit geen normaal gedrag is, en dus moet ingrijpen. Janssen kan eindelijk eens lekker los gaan door iemand met een gevaarlijk randje spelen. Vooral wanneer ze later weerstand biedt tegen Xavier die haar geest probeert binnen te treden, maakt ze indruk met haar intensiteit.

Dit zou eigenlijk háár film moeten zijn, maar jammer genoeg wordt ze vrij lange tijd aan de zijlijn gehouden, om pas tegen het einde van de film weer, vrij letterlijk, te worden ingezet. Hetzelfde geldt voor het personage Archangel, dat net als Jean vóór de openingstitels geïntroduceerd wordt. De gevleugelde mutant lijkt een belangrijke rol te gaan vervullen, maar blijkt uiteindelijk niets meer dan een voetnoot te zijn, net als het gros van de mutanten in de film. Nu begrijpen we ook hoe James Marsden, die Cyclops speelt, zowel tijd had voor deze film als de nieuwe ‘Superman’: zijn personage komt er nauwelijks aan te pas. En wat te denken van Anna Paquin als Rogue, het personage waarmee de toeschouwer in de vorige films al zoveel heeft doorstaan? Het dilemma van Rogue vormt misschien wel het meest interessante inhoudelijke element van de hele film, maar veel langer dan vijf minuten verschijnt ze niet in beeld. Haar probleem is dat ze haar vriendje niet aan kan raken, en hierom dus het liefst verlost zou willen zijn van haar krachten, ook al horen deze bij haar identiteit. En met het “geneesmiddel” dat is verschenen, lijkt dit een echte mogelijkheid te zijn. Deze overweging wordt echter nauwelijks onderzocht, al komt het nog wel enkele keren terug, zoals in een subtiel moment waarin Beast (Kelsey Grammar) zijn grote blauwe klauw ineens in een normale hand ziet veranderen wanneer hij het jongetje Leech (Cameron Bright), een soort anti-mutant en de bron van het ”medicijn”, een hand geeft.

Een groot probleem is ook dat (hierdoor) het plotpunt dat de film drijft, en de reden voor een de climactische aanval van Magneto en zijn “Brotherhood” op Alcatraz – te weten het medicijn waarmee mensen uiteindelijk mutanten tegen hun wil zouden kunnen “behandelen” – weinig dramatische lading bevat. Zo is best te begrijpen dat Magneto het wil hebben, maar van de kant van de regering, en de X-men, lijkt het het niet waard om zoveel levens voor op het spel te zetten. Het hele gevecht om het medicijn lijkt nu niet veel meer dan een excuus voor een grootschalig gevecht. Net zoals een spectaculaire scène met een zwevende brug een excuus lijkt voor het tonen van imponerende effecten en actie.

Met deze actie zit het overigens wel goed, met grote scènes als de al vermelde met de Golden Gate brug, en aardige confrontaties tussen de good guys en de bad guys. Storm laat wat nieuwe trucjes zien, waaronder een tornado-effect, Pyro vecht het uit met Iceman, en Wolverine zet zijn klauwen in een taaie, grote doornen schietende opponent. Ook heeft hij een erg grappige ontmoeting met een mutant wiens ledematen steeds teruggroeien nadat hij ze heeft afgehakt. Humor is ook een factor die de film levendig houdt. Soms zien we kleine visuele gags, zoals een leerling die op de school van Xavier langs loopt met een megagrote televisie onder zijn arm, of een dikke mutant, die tijdens een toespraak, tussen een paar mensen in het publiek wil gaan zitten en daartoe gewoon even in een slankere variant van zichzelf verandert. Erg leuk gevonden is ook de scène waarin Juggernaut (Vinnie Jones) Kitty Pryde (Ellen Page) achtervolgt, die, zonder schade, door muren kan lopen. Juggernaut kan dit ook, maar op zijn eigen manier. Wanneer Kitty net een muur heeft gehad, ramt Juggernaut er met zijn niet te stoppen logge lichaam er een gat in, en zo het hele gebouw door.

Dit zijn vermakelijke momenten, en ‘X-men: The Last Stand’ heeft genoeg van dit soort, op zichzelf goed geslaagde, scènes om de kijker lange tijd geïnteresseerd te houden. Regisseur Brett Ratner laat zien een aardige feeling te hebben voor het X-men universum, en heeft duidelijk lol met de personages. Daarom is het ook zo frustrerend dat we als kijker niet wat meer kunnen geven om het verhaal of de personages, die nauwelijks individuele aandacht krijgen. Beast, gespeeld door een perfect gecaste Kelsey Grammer, is een interessante aanvulling, maar hij weet niet echt veel toe te voegen aan het verhaal. En de al genoemde Kitty Pryde wordt ineens in het X-men-team opgenomen zonder enige uitleg. De mutanten die zich bij de Brotherhood van Magneto aansluiten worden alleen door middel van hun speciale kracht aan ons voorgesteld (vaak op komische wijze), waarna ze in de rest van de hoop verdwijnen. De bekende gezichten varen niet veel beter. Storm krijgt een grotere rol dit keer, maar Halle Berry mist overtuigingskracht in haar leidinggevende momenten binnen de groep. McKellen en Stewart doen wat ze kunnen met de soms klunzige dialoog, en geven het geheel tenminste nog wat klasse, maar ook zij kunnen de film niet naar een hoger plan tillen. Net zo min als de nooit teleurstellende Hugh Jackman als Wolverine, die weer als vanouds one-liners eruit gooit, op zijn sigaar bijt, en zich vol overgave in zijn gevechten stort.

‘X-men: The Last Stand’ is zeker geen beroerde film. Hij mist alleen een inhoudelijk betekenisvolle drijfkracht, en personages die op ons, en de personages om hen heen een (diepere) indruk achterlaten. Personages vallen weg in de loop van het verhaal, of worden toegevoegd, zonder dat iemand er van op lijkt te kijken of er veel aandacht aan schenkt. Wat meer reële bezinning of dramatiek was welkom geweest. Het geheel is nu helaas niet meer dan de som der delen. Wat overblijft is een redelijk vermakelijke popcornfilm.

Bart Rietvink

Waardering: 3

Bioscooprelease: 25 mei 2006