Zatoichi Meets the One-Armed Swordsman-Shin zatô Ichi: Yabure! Tôjin-ken (1971)

Regie: Kimiyoshi Yasuda | 94 minuten | actie, drama, avontuur | Acteurs: Shintarô Katsu, Yu Wang, Watako Hamaki, Michie Terada, Koji, Nambara, Koji Minawara

‘Zatoichi Meets the One-Armed Swordsman’ is al weer de 22ste film uit een reeks van 25 films die er over deze blinde zwaardvechter zijn gemaakt. Als je er nog geeneen hebt gezien en je wilt een beeld krijgen van de toon en de sfeer van de films, denk dan aan de spaghettiwesterns van Sergio Leone, met name ‘Once Upon a Time in the West’. De hoofdrolspeler, Zatoichi, de blinde masseur, is de lonesome cowboy, die zonder vaste verblijfplaats en zonder familie of vrienden door het land trekt. Hij heeft zijn paard ingeruild voor sandalen en zijn revolver voor een als wandelstok vermomd zwaard, dat hij als geen ander beheerst. Net als in de spaghettiwesterns is het land droog en heet, de koppen zijn bezweet en de gezichten doorgroefd, vaak close-up gefilmd. De wereld waarin de eenzame held zich verplaatst is hard en meedogenloos, omdat gekwelde en op geld en machtbeluste boeven er de scepter zwaaien. Vrouwen hebben over het algemeen niets in de melk te brokkelen.

Zatoichi zelf is, evenals zijn westerse tegenhangers, niet vreemd van een gokje hier en daar en drinkt sake (de Japanse tegenhanger van whisky) als water. In karakter is hij wel iets bescheidener dan de meeste revolverhelden en iets filosofischer. Een ander groot verschil is dat Zatoichi zelf het gevaar nooit opzoekt. Hij komt er door samenloop van omstandigheden in terecht en neemt zijn verantwoordelijkheid. Meestal betekent dat echter wel, dat er heel wat koppen gaan rollen, van de slechten welteverstaan.

Wang komt ook door toeval op zijn pad. Hij wordt gezocht door de mensen in de omgeving, omdat hij onschuldige burgers zou hebben gedood. Mooi gegeven: Zatoichi veroordeelt hem niet direct, maar probeert hem op zijn karakter te beoordelen. Ze raken bevriend. Maar door allerlei misverstanden komen ze uiteindelijk toch tegenover elkaar te staan, wat minder is voor hen, maar goed voor de kijkers thuis: een sensationele confrontatie kan niet uitblijven.

Er is voor deze film weer eens een oude held uit de kast getrokken, dit keer de eenarmige zwaardvechter uit China, uit de gelijknamige succesvolle martial-arts film van Cheh Chang (Hong Kong, 1967). Hoewel Yu Wang vast echt wel wat kungfu en zwaardvechtkunsten beheerst en hij niet slecht acteert, is zijn personage een stuk minder geloofwaardig dan die van de blinde Zatoichi. In vechtscènes zie je duidelijk de grote nadelen van de missende arm, het is allemaal wat minder in evenwicht, minder gecontroleerd. Soms is het moeilijk te geloven dat hij mensen echt uitschakelt met zijn ene arm. Dit wordt dan gecompenseerd door wat special effects, waarbij de man door de lucht vliegt dat het een lieve lust is. Misschien zijn er monniken die dat echt kunnen en past het goed in de Chinese martial-arts traditie, in het Zatoichi idioom valt het een beetje uit de toon, waardoor het maar net te pruimen is. Als je op een bepaald moment onbedoeld ziet dat zijn arm verstopt zit in zijn pak, is de geloofwaardigheid van zijn personage vrijwel aan diggelen. En daar valt moeilijk tegenop te acteren.

Het maakt ‘Zatoichi Meets the One-Armed Swordsman’ een mindere film uit de reeks, Wat niet betekent dat hij slecht is. Het verhaal, hoewel simpeler dan anders, zit zoals altijd weer goed in elkaar en op de eenarmige zwaardvechter na, zijn de personages geloofwaardig en goed doordacht. De muziek is prachtig, hoewel je de componist bijna van plagiaat kan betichten, want zijn muziek doet wel héél erg denken aan Ennio Morricone, dé componist van beroemde spaghettiwesterns. Misschien is het een goed idee met de Zatoichi-reeks postuum een variatie op het genre in het leven te roepen. Wat te denken van ‘Noodlewestern’?

Arjen Dijkstra