Zatoichi the Outlaw-Zatôichi rôyaburi (1967)

Regie: Satsuo Yamamoto | 95 minuten | actie, drama, avontuur | Acteurs: Shintarô Katsu, Rentaro Mikuni, Ko Nishimura, Yuko Hosokawa, Takuya Fujioka, Kenjiro Ishiyama

‘Zatoichi’ is een creatie van de Japanse schrijver Kan Shimozawade (1892-1968), die gespecialiseerd was in ‘period adventure drama’. Of beter gezegd: verhalen uit één periode uit de geschiedenis van Japan (het feodale tijdperk in de 19e eeuw), die gaan over de avonturen van een blinde zwaardvechter en die altijd een goed uitgewerkte dramatische lijn hebben. De films danken hun kracht aan een nauwkeurige bestudering van de tijd en zijn gewoontes en gebruiken, maar ook aan  de mensenkennis van de maker, die goed begreep dat menselijke zwaktes tijdloos en dus voor iedereen herkenbaar zijn. Er werden tussen 1962 en 1974 in totaal 25 ‘Zatoichi’s’ verfilmd. In al die films is het verhaal minstens zo belangrijk als de actie en zijn de karakters goed doordachte multi-dimensionale personages.

‘Zatoichi the Outlaw’ is de zestiende film in de reeks. Het verhaal is boeiend en wordt goed verteld; zonder voice-over of iets dergelijks worden toch niet al te eenvoudige lijnen helder uiteen gezet. Dat vereist wel enige oplettendheid, zeker met al die moeilijke Japanse namen die je moet onthouden. Het basisidee is echter eenvoudig, daar is niet veel uitleg voor nodig: zwaardvechter helpt de zwakken en armen die bedreigd worden door de rijken en sterken.

Het leukst is het gegeven van de zeer bescheiden, blinde masseur (Zatoichi) die onder vreemden altijd onderschat wordt en uiteindelijk op cruciale momenten zijn grote zwaardvechtkunsten ten toon spreidt. Goede actie dus en ondanks de redelijk gecompliceerde plot wordt het verhaal vlot verteld, met droge humor en veel kennis van zaken en vooral van mensen. Wel moet gezegd worden dat het geschetste wereldbeeld niet echt positief te noemen is. De ene mens is nog hebzuchtiger, egoïstischer of eigenwijzer dan de andere en bijna iedereen bedriegt iedereen. Dat is een van de belangrijke thema’s in dit verhaal: wie kun je vertrouwen en waar baseer je dat op? Misschien kun je maar beter helemaal niemand vertrouwen en alleen maar voor je eigen toko gaan.

De (voormalig) samoerai Ohara Sushui, ook sensei (meester) genoemd door zijn ‘volgelingen’, denkt daar anders over. Als een soort Ghandi ontfermt hij zich over een stel simpele boeren, die te gronde gaan aan hun gokneigingen in moeilijke tijden en die door sluwe landeigenaren (en goktenteigenaren tegelijkertijd!) van hun geld én hun land af worden geholpen, soms met grof geweld. Sushui heeft het gebruik van zijn zwaard afgezworen en probeert de boeren bewust te maken van hun kracht, namelijk dat ze met velen zijn en dat ze samen sterk staan, ook zonder wapens. Verder leert hij ze nauwkeuriger te werken en voor zichzelf op te komen, wat ertoe leidt dat velen het gokken kunnen opgeven. De grond- en goktenteigenaren zijn hier niet blij mee en zoeken manieren om Sushui uit de weg te ruimen, maar hij is nog altijd een geduchte tegenstander, zonder zwaard weliswaar, maar toch. Bovendien schiet Zatoichi hem te hulp. Maar ook Zatoichi wordt door Sushui geconfronteerd met een belangrijke gewetensvraag: is geweld echt nodig om mensen te helpen?

Het kan niet anders gezegd worden: dit is cinema op topniveau. Intelligent, geloofwaardig, met een goed gedoseerde hoeveelheid humor en actie, bij vlagen ook zeer diepzinnig en altijd onderhoudend.

Arjen Dijkstra