Zwart water (2010)

Regie: Elbert van Strien | 112 minuten | thriller | Acteurs: Hadewych Minis, Barry Atsma, Charlotte Arnoldy, Isabelle Stokkel, Bart Slegers

Een regisseur als Elbert van Strien vervult een (Nederlandse) filmliefhebber met hoop. Na het zien van maar een fractie van zijn werk is duidelijk dat er ook in ons kleine, koude kikkerlandje filmmakers aanwezig zijn met een visuele overtuigingskracht en een gave voor het creëren van sfeervolle, fantasievolle beelden die de kijker bijblijven en onder de huid kruipen. Je hoeft maar van één van zijn korte films te kijken – zoals ‘Het verborgen gezicht’ , ‘Verboden ogen’, of ‘Wereld van stilstand’, om te beseffen dat er hier een groot talent is opgestaan. Iemand die zich vol overgave in de genrefilm durft te storten en hier bovenuit weet te stijgen. Zijn films hebben vaak een surrealistische lading, en zijn stijl doet denken aan het werk van grootheden als David Lynch en Alfred Hitchcock. Niet alleen de art direction, het camerawerk, en de muziek van zijn films zijn bijzonder, thematisch zijn ze ook dikwijls intrigerend. ‘Zwart water’, de eerste echte speelfilm van Van Strien, is dan ook reden voor grote opwinding. Want zou hij er ook in slagen om context voor zijn aantrekkelijke visuele stijl te verzinnen dat een kleine twee uur lang blijft boeien en verbazen? (Nog) niet helemaal, helaas.

Zoals verwacht – en gehoopt – is ‘Zwart water’ vaak een genot om naar te kijken en toont Van Strien zich verschillende keren een meester in het oproepen van een dromerige, ongemakkelijke, spannende, en ronduit enge sfeer. Het is te zien dat zijn vingers de afgelopen jaren hebben moeten jeuken om het grote publiek te onderwerpen aan zijn indringende, angst opwekkende set-ups. Het ene na het andere verontrustende moment vindt plaats zodra het – niet zo perfecte – gezinnetje zijn intrede neemt in het statige, mysterieuze huis van Christine’s overleden moeder. Van Strien beheerst zeer duidelijk de filmische technieken om zijn publiek angst aan te jagen. Als regisseur van genrefilms hoeft hij niet onder te doen voor zijn collega’s uit Japan, Korea, of Amerika. Toch ontbreekt er iets.

In het genre – bovennatuurlijke, psychologische thriller, spook(huis)film – is ‘Zwart water’ sowieso een unicum in Nederland. Nog niet eerder is een film in dit genre, met deze productiewaarden en volwassenheid, in de Nederlandse bioscoop verschenen. Maar het kan ook te ver de andere kant op doorschieten. ‘Zwart water’ is weliswaar niet typisch Nederlands, maar de film komt wel overbekend voor. Het zien van de trailer roept meteen al herinneringen op aan films als ‘The Ring’, ‘The Grudge, ‘A Tale of Two Sisters’, of hun vele klonen, en de film zelf slaagt er slechts mondjesmaat in om echt een andere ervaring te bieden dan dit soort films. Nu moet gezegd worden, dat je als kijker toch enige tijd geneigd bent om de (inmiddels) voorspelbare uitleg van het verhaal te verwerpen en aan de hand van de regisseur meegenomen te worden om dan tenslotte toch nog, aan het einde van de film voor een lichte verrassing te komen te staan. Maar met geen enkele lezing werkt de film uiteindelijk op een bevredigende wijze. Motivaties van personages zijn te summier aanwezig, en de logica achter de schrikmomenten doet de filmbeleving in (vooral het middenstuk) te veel geweld aan.

Er mag wel verklapt worden – in de trailer is dit immers al te zien – dat de dochter van Christine (Hadewych Minis) en Paul (Barry Atsma), Lisa (Isabelle Stokkel) in de film in contact komt met een enge, geestachtige verschijning. Dit staat garant voor enkele ware nagelbijters in het begin van de film. Natuurlijk zitten er traditionele (valse) schrikmomenten in de film, zoals wanneer iemand ineens voor de neus staat van een ander personage, begeleid met een flinke orkestdreun op de soundtrack, of wanneer het meisje door haar knieën gaat om iets onder een bed of kastje vandaan te pakken, waar ze dan natuurlijk door iets of iemand wordt vastgepakt – of simpelweg schrikt zonder goede reden. Maar verschillende keren doet Van Strien iets nieuws of speciaals met zijn camera of set-up waardoor je bijna niet durft te kijken of juist ineens de schrik van je leven krijgt. Met het kikvorsperspectief weet de regisseur wel raad. Opkijkend naar Lisa, wanneer zij – onderweg naar de herkomst van een vreemd geluid – de met houtsneden bewerkte trap afkomt, waarbij de leuning intimiderend (bijna) door het scherm heen prikt (Van Strien heeft geen 3D-effecten nodig), lopen je als kijker de rillingen al over de rug. Net als wanneer zij de kelderdeur opendoet, en in het (bijna) pikkedonker naar beneden tuurt (in de camera). Als kijker word je in deze eerste echt enge momenten in de schoenen van “het monster” geplaatst, ongeveer vergelijkbaar met hoe dit gebeurde in ‘Jaws’; wat niet altijd gebruikelijk is in dit soort (spookhuis)films. Het zorgt voor een zeer ongemakkelijk gevoel bij de kijker, die als het ware medeplichtig wordt gemaakt en steeds banger wordt wanneer het meisje schijnbaar wordt bekeken door (en benaderd) door een mysterieus iets of iemand. Een ander goed voorbeeld hiervan is wanneer Lisa buiten het huis op de trap zit en de camera heel zachtjes naar haar toe en om haar heen draait, vanuit een laag standpunt. Later kijkt de toeschouwer naar haar vanachter het kelderraam, dat Lisa vervolgens nadert en gaat onderzoeken. De spanning is hier werkelijk te snijden.

Tot zover (even) de vele lof over de techniek van Van Strien. Die is prima in orde en om enthousiast van te worden. Het is de context die op den duur de film parten gaat spelen en geen goed geheel vormt met de schrikmomenten en mysterieuze sfeer. Voor een deel komt dit door het contact dat Lisa krijgt met de geest. Enerzijds is dit nieuw en verrassend, maar anderzijds wordt de geest in essentie ook minder eng en mysterieus. We weten al snel wie ze is, wat ze wil, en Lisa is nog wel even bang, maar gaat ook vrij gauw met haar in discussie. Niet alleen maakt deze kennismaking de film/sfeer wat minder eng voor de kijker, het zorgt er ook voor dat de panische, verbaasde reacties van Lisa wanneer ze de geest weer eens tegenkomt onder een bed of om een hoekje, een stuk minder geloofwaardig overkomen. Een korte schrikreactie zou logisch zijn, maar daarna zou toch op zijn minst ergernis of kwaadheid moeten gaan overheersen. De enge scènes werken gewoon niet goed meer en de schrikmomenten worden zodoende veelal gereduceerd tot verplichte nummertjes, die we allemaal al kennen uit andere films. Lisa wandelt al peinzend over een brug/sluis heen, in de donkerblauwe tonen van de film, met spannende muziek op de soundtrack, en een mooie, onheilspellende weerspiegeling in het water. Maar, ook al is de sfeer aanwezig, het verloop van de scène, en het schrikmoment hierbij, is allesbehalve verrassend. En de motivatie achteraf onbevredigend. Zelfs de laatste wending in het verhaal, dat alles een nieuw perspectief moet geven, is te karig om het voorgaande naar tevredenheid te verklaren. Daarbij zou het einde hartverscheurend moeten zijn, maar de kans is groot dat er vooral onverschilligheid heerst bij de kijker.

Een effectieve sfeer is belangrijk (de onheilspellende locaties, het vervreemdende effect van de camerastandpunten en lenzen [veel groothoek], krachtige muziek), maar als er te weinig betrokkenheid is – in en niet al te abstracte film – is dit funest voor de filmbeleving. En de personages in ‘Zwart water’ hebben wellicht potentie om de kijker te boeien, maar er is te weinig aanwezig om je aan vast te kunnen klampen. Een eventuele “extended edition” zou wonderen kunnen doen bij deze film. Nu lijkt het verhaal niet zo organisch en levend te zijn en vooral de punten in script te volgen. Als Lisa zelf iets meer emotie had getoond, iets meer achtergrond had gekregen, of er wat meer aandacht zou zijn besteed aan haar interactie met haar vader en haar moeder, zou het al hebben gescheeld. Ze ondergaat nu het hele verhaal heel stoïcijns, wat ook met een bepaalde reden gedaan is, maar toch ontbreekt er een noodzakelijke connectie. Zo vindt er een belangrijke scène plaats, waarbij Lisa door omstandigheden, te laat van school wordt gehaald door haar vader. Ze voelde zich al neerslachtig in haar nieuwe omgeving, dus nu zal ze helemaal depressief zijn. Maar als haar vader haar met de brommer komt halen bij de bushalte, wordt ze niet kwaad en biedt vader Paul niet eens zijn excuses aan. Toch is ze dolgelukkig wanneer ze achter op de brommer zit, met haar haren in slow motion in de wind, en een grote glimlach op haar gezicht, ongeveer de enige in de film. Het is een lyrisch, droomachtig moment, maar de context laat te wensen over. Dit soort momenten zijn ideaal om in het hoofd door te dringen van Lisa en haar in je hart te nemen, maar dit staat de film niet toe.

‘Zwart water’ is uiteindelijk helaas emotioneel gezien te vlak en qua motivaties te karig om als meer te kunnen gelden dan een prachtig uitziende, en bij vlagen meesterlijk vormgegeven vingeroefening van Van Strien. Hij heeft laten zien dat hij het kan. Nu nog een script dat verbaast en vervoert, en dan is het echt tijd voor een feestje. Misschien bij zijn geplande futuristische thriller. We zijn erg benieuwd!

Bart Rietvink