Belle toujours (2006)

Regie: Manoel de Oliveira | 72 minuten | drama | Acteurs: Michel Piccoli, Bulle Ogier, Leonor Baldaque, Ricardo Trepa, Júlia Buisel

‘Belle toujours’, het vervolg op Buñuels semi-klassieker ‘Belle de jour’, is wellicht een liefdevolle hommage aan het origineel, maar zal zowel nieuwkomers als zij die bekend zijn met het oorspronkelijke verhaal, weinig kunnen plezieren. Deze film van de gerenommeerde en hoogbejaarde (hij maakte de film op zevenennegentig jarige leeftijd) regisseur Manoel de Oliveira probeert een interessante, nostalgische reflectie te zijn op het origineel maar slaagt er voornamelijk in de toeschouwer in slaap te sussen en de personages in ‘Belle de Jour’ van hun ambiguïteit en menselijkheid te ontdoen. Tussendoor zijn er nog wat mooie muziekcue’s en enkele interessant geregisseerde scènes, maar uiteindelijk moet geconstateerd worden dat het hier om een volkomen overbodige nabeschouwing gaat op een film die niet bepaal schreeuwde om een dergelijke behandeling.

Het interessante uitgangspunt in ‘Belle de Jour’ van een passioneel gefrustreerde vrouw (Catherine Deneuve) geplaagd door perverse erotische fantasieën, die als prostituee aan het werk gaat om tot leven te komen (en hierdoor haar man vervolgens intenser kan plezieren), wordt in ‘Belle Toujours’ van praktisch al zijn kracht ontdaan, door deze handelingen een resoluut stempel te geven. Ze worden door de nu oude Séverine (Bulle Ogier) afgedaan als naïef en volkomen onverantwoord. Ze doet een aantal expliciete spijtbetuigingen en sluit zelfs niet uit om non te worden. Hoewel het niet ondenkbaar dat Séverine spijt heeft van haar verleden is de manier waarop hier afstand wordt genomen van haar vroegere ik wel erg politiek correct, en daarnaast buitengewoon saai. Het verwijdert iedere prikkeling van haar gedrag destijds, die misschien niet juist was, maar wel menselijk en intrigerend. Ergens gaat Manoel de Oliveira’s benadering compleet in tegen die van Bunuel die de ethisch twijfelachtige acties en dromen enerzijds in al hun glorie liet zien, maar anderzijds van Séverine ook een (anti-)heldin maakte, met wie de kijker werd gevraagd zich op zekere hoogte te identificeren. Om deze ambiguïteit en ongemakkelijke alliantie nu totaal uit de weg te gaan is bijna hypocriet.

Henri Hussons, wederom gespeeld door Michel Piccoli, boeiende relatie met Séverine, die als vriend van haar man lange tijd verliefd was op haar, maar geen (romantische, seksuele) interesse meer had toen hij haar dubbelleven ontdekte, biedt op zich nog wel potentie voor spannende cinema, maar uit dit veelbewogen verleden van het tweetal wordt nauwelijks dramatiek gehaald. Husson legt de situatie van de eerste film uit aan de barman van een café waar hij Séverine naar binnen heeft zien gaan en doet wat aardige ontboezemingen, maar inhoudelijk wordt het niet veel interessanter dan dat. Wanneer hij eenmaal met Séverine aan tafel zit – waar zij alleen mee heeft ingestemd vanwege het uitsluitsel dat Husson haar beloofd heeft te geven over een belangrijke gebeurtenis aan het einde van de eerste film – wordt er alleen maar om de hete brij heen gedanst of juist opzichtig veroordelend gesproken over vroeger.

De aanwezigheid van een jonge en oude prostituee in het café is nog wel een leuke toevoeging vanwege de gelijktijdige blik naar vroeger die hier wordt geboden en de alternatieve toekomst die Séverine had kunnen hebben. Ook wordt er nog even op luchtige wijze verwezen naar Buñuels film door één van de dames met dezelfde lakleren jas in de rondte te laten paraderen als Séverine in ‘Belle de Jour’ aanhad. Verder is het hele verstoppertje spelen tussen de twee personages, Séverine wil niet gevonden worden, lichtelijk amusant, net als de leuk geregisseerde, dialoogloze scène aan tafel.

Veelal is de film echter een saaie aangelegenheid, met een bartender die keer op keer zijn weinig opzienbarende filosofie openbaart dat mensen bij hem vaak al hun problemen opbiechten omdat hij een vreemde is en luistert zonder te oordelen, en verschillende tussenvoegingen van nutteloze statische shots van toeristische plekken van Parijs met (prachtige) klassieke muziek eronder. Deze shots doen denken aan de prachtige hoofdstukmarkeringen in ‘Breaking the Waves’, maar in tegenstelling tot die film hebben de shots in ‘Belle toujours’ amper een functie en komen ze vooral leeg en pretentieus over.

Nee, ‘Belle toujours’ is niet de interessante ode aan ‘Belle de Jour’ geworden die het (misschien) had kunnen zijn. Liefhebbers van het origineel, alsmede “verse” kijkers, doen er beter aan dit niemendalletje, dat gelukkig een korte speelduur heeft, aan zich voorbij te laten gaan. De schoonheid van de titel kwam toch beter tot haar recht toen ze nog alleen overdag optrad. “Toujours” blijkt wat teveel van het goede te zijn geworden.

Bart Rietvink