Cidade dos Homens-City of Men (2007)

Regie: Paulo Morelli |110 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Douglas Silva, Darlan Cunha, Jonathan Haagensen, Rodrigo dos Santos, Camila Monteiro, Naima Silva, Eduardo ‘BR’ Piranha, Luciano Vidigal, Pedro Henrique, Maurício Gonçalves, Shawn McGill, Vinícius Oliveira, Vítor Oliveira, Babu Santana

‘Cidades dos Homens’ is een vervolg op ‘Cidade de Deus’ uit 2003, maar ook weer niet. Want eerst was er de tv-serie ‘Cidade dos Homens’, die liep van 2002 tot 2005, ergens tussendoor volgde film ‘Cidade de Deus’ (2003) en nu is er dus de film ‘Cidade dos Homens’ (‘City of Men’). De regisseur van ‘Cidade de Deus’ (‘City of God’) regisseerde 20 afleveringen van de tv-serie en produceerde deze film. De regisseur van deze film, regisseerde (en schreef) een aantal afleveringen van de serie, maar had verder niets te maken met ‘Cidade de Deus’. In de beide films en in de serie zitten veel van dezelfde acteurs. Volgt u het nog? Gewoon een klein wereldje dus.

Hoewel de ‘Deus’ film op de ‘Homens’ lijkt, is er geen sprake van een sequel, aangezien de personages anders zijn. Ook is er veel verschil in inhoud, sfeer en regie. Daarbij moet de tweede het duidelijk afleggen bij de eerste, die inmiddels internationaal een grotere populariteit geniet dan ‘Scarface’ (1983), hoewel het ook een beetje appels met peren vergelijken is. ‘Cidade dos Homens’ is menselijker, warmer en persoonlijker dan zijn voorganger. Prima, maar de film komt ook minder hard aan. Naast de schitterende shots van de grote en soms afschuwelijke stad, is er veel aandacht voor de persoonlijke ontwikkelingen; we komen als kijker heel dichtbij, zogezegd. Ook letterlijk zo, want de camera zit vaak zo dicht op de huid van de personages, dat je het zweet bijna kunt ruiken.

En zo verdwijnt de harde wereld van de achterbuurten van Rio, die nog steeds vies en afgeleefd zijn en waarin overleven al een moeilijke opgave is, wat naar de achtergrond. Ze zijn nooit helemaal weg, maar op de huid van twee vrienden die veel om elkaar geven ziet die wereld er toch ietsje beter uit. En dat is natuurlijk ook de les van de film, die ons de oude boodschap wil meegeven dat vriendschap en trouw, of domweg: liefde, boven alles gaan en wellicht je leven kunnen redden, de keuze is aan jou.

Interessant is het om te zien hoe alle gewone mensen in hun gewelddadige omgeving standhouden. Ze doen er zelf niet aan mee, maar zijn er continue mee omgeven. Er zijn altijd wel zoons, vaders, neven en soms zelfs nichten die iets met de gangs van doen hebben en in elke familie vallen slachtoffers. Toch lijkt men dit te hebben geaccepteerd als onderdeel van het dagelijkse leven. Pistolen en machinegeweren zijn net zo gewoon geworden als voetballen en rugzakken. Maar pas op: misschien ben je wel familielid van die ene verrader die ze willen pakken en dan ben jij dus toch nog de klos.

De film opent uitermate sterk, spannend, je voelt dat er iets staat te gebeuren, maar de ontknoping van die sequentie is minder heftig dan verwacht. Deze lijn zet zich voort, want het blijkt toch allemaal niet zo heel erg om de gangs te draaien, wat je na ‘Cidade de Deus’ wel verwacht. De terloopsheid van het geweld en de bijna nonchalante manier waarop vooral de twee vrienden ermee omgaan is soms wat moeilijk te begrijpen. Vaak krijgen we als kijker net iets te weinig het gevoel dat ze in levensgevaar zijn, goed in de realiteit, maar minder voor een dramatisch verhaal.

Misschien móet je dit soort dingen in een film wel een beetje overdrijven om pittige gebeurtenissen voelbaar te maken voor een publiek dat geen idee heeft hoe het is om in de armste buurten van de wereld op te groeien. Je loopt dan alleen wel het gevaar dat de film ontaardt in een soort gangster-porno, die het geweld eerder verheerlijkt dan dat het misstanden aan de kaak stelt. Zeker als het een vervolg is op een film die dit al eerder deed. In deze val is de ‘Cidade dos Homens’ dus niet gelopen, zodat het woord ‘integer’ er in ieder geval op van toepassing is. De makers hebben het kennelijk begrepen: aan één ‘Cidade de Deus’ hebben we wel genoeg.

Arjen Dijkstra