Le Clan des Siciliens – The Sicilian Clan (1969)

Regie: Henri Verneuil | 120 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Jean Gabin, Alain Delon, Lino Ventura, Irina Demick, Amedeo Nazzari, Philippe Baronnet, Karen Blanguernon, Yves Brainville, Gérard Buhr, Elisa Cegani, Raoul Delfosse, Jacques Duby, Yves Lefebvre, Edward Meeks, Sally Nesbitt, Marc Porel, André Pousse, André Thorent, Leopoldo Trieste, Danielle Volle, Steve Eckardt, Roger Lumont, Sabine Sun, Christian de Tillière, Sydney Chaplin, Marc Arian, Alice Arno, Maurice Auzel, Michel Charrel, César Chauveau, Yvan Chiffre, Dominique Delpierre, Yvonne Gradelet, Rudy Lenoir, Jacques Léonard, Roland Malet, Jacques Marbeuf, Bernard Musson, Raymond Pierson, Claude Salez, Arch Taylor, Philippe Vallauris, Lionel Vitrant, Catherine Watteau, Bernard Woringer, Jean-Pierre Zola

Hij zou de grote liefde van Marlène Dietrich zijn geweest. Filmster Jean Gabin (1904-1976) geldt als een instituut van de Franse cinema. Als zoon van cabaretartiesten begon hij op zijn vijftiende aan het toneel. Gabin werkte jarenlang in allerlei variététheaters, waaronder de befaamde Folies Bergères en de Moulin Rouge. In de jaren dertig brak hij pas echt door als de gedoemde antiheld die de wet heeft overtreden in Julien Duviviers ‘La belle équipe’ (1936). Andere bekende films waarin hij zijn imago van ‘ruwe bolster, blanke pit’ kon etaleren waren ‘La grande illusion’ (1937) en ‘La bête humaine’ (1938), beide van Jean Renoir. Tijdens de Duitse bezetting trok Gabin naar Hollywood waar hij Dietrich tegen het lijf liep. Na de Tweede Wereldoorlog was de antiheld waar hij zijn handelsmerk van had gemaakt uit de mode, waarna Gabin een beetje de weg kwijtraakte. Jacques Becker zette hem met ‘Touchez-pas au Grisbi’ (1954), waarin hij een gangsterbaas speelde, weer op het juiste spoor. De inmiddels grijze en gezette acteur werd steeds veeleisender en werkte in zijn latere loopbaan uitsluitend met regisseurs die hij volledig naar zijn hand kon zetten. Niet zo verwonderlijk dat hij in de jaren zestig en zeventig dan ook hoofdzakelijk dominante types speelde.

‘Le clan des Siciliens’ (1969) is een klassieke gangsterfilm met maar liefst drie grote sterren van de Franse filmwereld. Naast Gabin schitteren ook Alain Delon en Lino Ventura in dit door Henry Verneuil geregisseerde misdaaddrama. Delon is Roger Sartet, een meedogenloze en levensgevaarlijke crimineel die veroordeeld is voor het doden van twee politieagenten. Hij is echter niet van plan zijn straf uit te zitten en weet op spectaculaire wijze te ontsnappen. Hij krijgt daarbij de hulp van een Siciliaanse maffiafamilie, die zijn expertise goed kan gebruiken bij de lucratieve roofoverval die ze samen met de Amerikaanse tak van de familie gepland hebben. Pater familias is Vittorio Manalese (Jean Gabin), een onbuigzame grijsaard die veel respect geniet binnen de maffiawereld. Eigenlijk wil hij Frankrijk verlaten. Samen met zijn vrouw hoopt hij snel terug te kunnen keren naar Sicilië om daar te gaan rentenieren. Maar deze laatste grote klus, een juwelenroof, laat hij niet aan zich voorbijgaan. Een extra zakcentje is natuurlijk nooit weg. Het plan is om het vliegtuig waarmee de juwelen van Rome via Parijs naar New York worden gevlogen, te kapen. Politie-inspecteur Le Goff (Lino Ventura), verbolgen over het feit dat Sartet opnieuw aan hem ontsnapt is, zit hen echter op de hielen.

Aan de basis van ‘Le clan des Siciliens’ ligt een novelle van Auguste Le Breton, die zich liet inspireren door de kaping van en overval op een vliegtuig van Air France in 1967 door de beruchte Amerikaanse gangster Henry Hill (toen pas 23 jaar), wiens leven verfilmd werd in Martin Scorseses neoklassieker ‘Goodfellas’ (1990). Regisseur Henry Verneuil verwerkte het verhaal samen met José Giovanni (behalve een begenadigd schrijver ook ervaringsdeskundige uit het criminele milieu) en Pierre Pelegri tot een ingenieus scenario. Spectaculaire actiescènes (de film begint gelijk goed met de subliem uitgevoerde en razend spannende ontsnapping) worden afgewisseld met intrigerend drama. Met name de wrijving tussen de Siciliaanse clan en buitenstaander Delon zorgt voor interessante invalshoeken, zeker als blijkt dat rokkenjager Sartet Manaleses schoondochter Jeanne (Irina Demick) wel ziet zitten. Deze onderhuidse spanning tilt het verhaal naar een hoger plan en zorgt dat ‘Le clan des Siciliens’ meer is dan een zorgvuldig uitgevoerde heist film. Dankzij Verneuils stijlvolle regie krijgt dit typisch Amerikaanse genre plots een zeer Europees gezicht. Hij probeert hier en daar om Jean-Pierre Melville na te bootsen (bijvoorbeeld in de ontsnappingsscène) en slaagt daar heel aardig in, al legt hij het wel af tegen de legendarische regisseur van ‘Le samourai’ (1967) en ‘Le cercle rouge’ (1970).

‘Le clan des Siciliens’ kent een opmerkelijke rolbezetting. Jean Gabin is de grootste blikvanger. De nurkse acteur – 66 inmiddels – is duidelijk over zijn hoogtepunt heen maar weet nog altijd respect af te dwingen met zijn immense uitstraling. Hoewel hij in uitstraling en karakter op en top Frans is, overtuigt hij eens te meer als de Siciliaanse capo. Net als Gabin maakte ook Lino Ventura (die eerder dat jaar samen met Jean-Pierre Melville ‘L’armée des ombres’ maakte) carrière in films noirs en misdaaddrama’s. Hij is als een vis in het water als de koppige detective Le Goff, die bovendien voor een lichte komische noot zorgt in zijn strijd tegen zijn nicotineverslaving. Gabin en Ventura waren reeds ervaren rotten in het vak. Tegenover deze twee acteerlegendes stond de nog jonge Alain Delon, die zich overigens ook al had bewezen met rollen in onder meer ‘Rocco e i suoi fratelli’ (1960) en ‘L’éclisse’ (1962). Een belangrijke rol in de film is weggelegd voor de soundtrack van niemand minder dan Ennio Morricone, die de befaamde mondharp die hij gebruikte voor de muziek van ‘For a Few Dollars More’ (1965) ook weer uit de kast heeft gehaald. Het terugkerende thema blijft nog lang in je gedachten ronddolen. Kers op de taart vormt de stemmige cinematografie van Henri Decae, die op superbe wijze het verhaal en de muziek aanvult.

Niet vaak krijg je de kans om drie grootheden uit de filmwereld gezamenlijk in een film te zien. Liefhebbers van de Franse cinema mogen ‘Le clan des Siciliens’ niet missen, alleen al vanwege het feit dat drie acteerlegenden – Gabin, Ventura en Delon – samen te zien zijn. Dat dit misdaaddrama ook nog eens schitterend uitgewerkt is en bloedstollend spannende momenten kent, is een bijzonder prettig extraatje. Het hedendaagse filmpubliek heeft vaak meer oog voor het recente werk dat vanuit Amerika onze kant op wordt gestuurd dan voor oude juweeltjes uit Europa, waardoor ze parels als ‘Le clan de Siciliens’ over het hoofd zien. Houd je van misdaadfilms? Gooi die schroom dan eens van je af, zet je vooroordelen opzij en waag het erop. ‘Le clan des Siciliens’ zal je zeker niet teleurstellen!

Patricia Smagge